23 mei 2021

Tekens van de Geest

 Overweging op het hoogfeest van Pinksteren (B)

Lezingen: Handelingen 2,1-11; Johannes 15,26v;16,12-15

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar door bepaalde stukken muziek kan ik echt geroerd raken. Het prachtige lied van Leonard Cohen, Hallelujah, is daar een voorbeeld van. Het geeft mij een brok in mijn keel. Muziek kan iets raken in onze ziel, dat ons doet beseffen hoezeer wij onderdeel uitmaken van een groter geheel. Kijk maar eens naar het gedeelde enthousiasme bij Concert at Sea, of bij uitvoeringen van André Rieu op het Vrijthof in Maastricht. Muziek geeft ons de ervaring dat we iets delen met elkaar, ook zonder dat we daar de goede woorden voor kunnen vinden. Zelfs wanneer mensen van verschillende nationaliteiten daar samen zijn, ze verstaan allemaal de taal van de muziek.



Niet langer zwijgen

Misschien is dat wel precies wat er gebeurd moet zijn tijdens dat allereerste Pinksterfeest, waarover verteld wordt in de eerste lezing. De boodschap die de apostelen wereldkundig willen maken klinkt alle aanwezigen, hoe verschillend hun achtergrond ook is, als muziek in de oren. De apostelen zijn zo geïnspireerd, dat zij het goede nieuws over Jezus onmogelijk niet kunnen vertellen. Want Jezus – gestorven in vernederende omstandigheden, maar levend aanwezig onder wie in hem gelooft – daar kunnen ze niet meer over zwijgen. Het aanstekelijke enthousiasme maakt dat alle toehoorders erdoor geraakt worden. Er is een gevoel van verbondenheid, dat groter en krachtiger is dan de aanwezigheid van iedereen afzonderlijk. En als je al een woord kunt bedenken dat deze verbondenheid kan beschrijven, dan moet je denken aan zoiets als een geest die je deelt met elkaar.

09 mei 2021

Wonen in de liefde

Overweging bij de 6e zondag van Pasen (B)

Lezingen: Handelingen 10,25v.34v.44-48; Johannes 15,9-17

Afbeelding: Pixabay.com
Van iemand die jou na aan het hart ligt, kun je gemakkelijk houden. Al moet je ook erkennen, dat er momenten zijn waarop dat niet zo goed lukt. Met je partner, je kind of je ouders kun je een diepe verbondenheid voelen, ondanks situaties waarin je verschil van inzicht ondervindt. Misschien is dat wel de juiste invulling van wat liefde in wezen betekent: dat je elkaar kunt accepteren met alle mooie en minder mooie kanten erbij. Je zou kunnen zeggen, dat het diepe gevoel van verbondenheid een andere vertaling is van het begrip liefde. Het besef van die verbondenheid maakt het mogelijk om over de grenzen van je eigen overtuiging of over de beperkingen van je eigen gelijk heen te stappen.

Dat besef van verbondenheid zien we treffend terug in de gebeurtenis die wordt beschreven in de eerste lezing. Cornelius is een Romeinse legerofficier, die zich tot de christelijke opvatting voelt aangetrokken. Zijn knieval voor Petrus komt voort uit het Romeinse gebruik eer te bewijzen aan wie hoger staat. Maar Petrus acht zichzelf niet hoger dan Cornelius. Een knieval is alleen gepast voor Christus zelf. Als je het verhaal rondom deze gebeurtenis in zijn geheel zou lezen, dan merk je dat Petrus in een visioen ervan doordrongen raakt dat joden en niet-joden uitgenodigd zijn om één familie te worden. De reinheidsvoorschriften, die de joden verbieden om bijvoorbeeld varkensvlees te nuttigen, zouden een barrière kunnen zijn voor de verbondenheid met niet-joden. Het goddelijke visioen maakt Petrus duidelijk dat zulke barrières overwonnen kunnen en mogen worden als de liefde daartoe het fundament biedt. Verbondenheid tussen alle mensen die Gods kinderen zijn is belangrijker dan wat hen van elkaar doet verschillen, belangrijker dan wat scheiding teweeg kan brengen.

02 mei 2021

Minder zichtbaar, meer present?

 Een terugblik op 37 jaar pastoraal werk

Foto: Peter Vrancken
Als onervaren broekie, met een flinke rugzak vol theologische kennis en mooie idealen, ben ik op 15 april 1984 begonnen aan het pastorale werk in het bisdom Breda. Terneuzen was mijn eerste 'standplaats', waar ik onder leiding van pastoor Jan Segers de kneepjes van het vak kon leren. Het eerste weekend waarin ik de overweging mocht verzorgen in drie vieringen was ik helemaal op. Ik wist niet dat je van uiterste concentratie zo vermoeid kon raken. De eerste uitvaart die ik moest verzorgen was al even enerverend. Intussen voelde iedereen de tijdgeest veranderen. In de acht jaar dat ik werkte in Terneuzen ging de frequentie van de godsdienstles (groep 7 en 8) terug: van wekelijks naar slechts enkele uurtjes ter voorbereiding op Kerstmis en Pasen. Meer en meer kwam de verantwoordelijkheid voor de catechese te liggen bij de leerkracht zelf. Boeiend vond ik vooral de individuele contacten met parochianen. Soms was dat alleen om een luisterend oor te bieden. Maar vaak ook om – door het stellen van de juiste vragen – mensen verder te helpen in hun eigen sociale en gelovige ontwikkeling. Ook het werk met de Caritas was essentieel voor mijn pastorale insteek. Want het geloof is enkel geloofwaardig als het ook tot uitdrukking komt in de ondersteuning van wie maatschappelijk in de knel komt.

25 april 2021

Niet zinloos

 Overweging bij de 4e zondag van Pasen (B)

Lezingen: Handelingen 4,8-12; Johannes 10,11-18

Over anderhalve week zullen wij de doden herdenken, die in of door de Tweede Wereldoorlog om het leven zijn gekomen. Verzetsmensen, vele miljoenen joden, zigeuners en homoseksuelen, soldaten van de geallieerde strijdkrachten: zij allen worden herdacht als slachtoffers. Op een oorlogskerkhof, lopend langs de graven, realiseer je je op welke leeftijd de soldaten zijn gesneuveld. En dan besef je dat deze jongens nog een heel leven vóór zich hadden. Maar er kwam abrupt een einde aan. Dat zo velen hun leven gegeven hebben, is - als je alleen naar het naakte feit kijkt - een absurd gegeven. Dat zij gesneuveld zijn, kan alleen zinvol worden als je bedenkt wat hun strijd heeft opgeleverd. Je kunt hun offer alleen maar bekijken in het kader van de vrijheid, die wij daardoor gewonnen hebben. En dan kun je - achteraf - hun dood zien als iets dat niet zinloos is geweest. Je kunt niet zeggen: het is zinvol. Je kunt alleen zeggen: het is niet zinloos.

Afbeelding: https://nl.pinterest.com/dduijnker/

Gebaseerd op liefde

In het evangelie wordt gezegd, dat Jezus zijn leven geeft voor zijn schapen. Het wordt tot drie keer toe herhaald. In de opvatting van de schrijver van het evangelie is deze gave, dit offer, iets dat Jezus uit vrije wil op zich heeft genomen. 'Niemand neemt het mij af, maar ik geef het uit mijzelf.' We moeten ons realiseren, dat deze woorden door Johannes zijn opgeschreven ruim 60 jaar na de executie van Jezus. In die tussentijd is heel langzaam het inzicht ontstaan, dat de dood van Jezus niet zinloos is geweest. Terugkijkend kan Johannes zeggen, dat het vrijwillige offer van Jezus alleen maar zinvol kan zijn als het gebaseerd is op liefde. Dat is het fundament: de liefde van Jezus voor zijn schapen.

11 april 2021

Je beeld herzien

 Overweging op de 2e zondag van Pasen (B)

Lezingen: Handelingen 4,32-35; Johannes 20, 19-31

Afbeelding:
www.augustinusparochie.nl
Als je voor het eerst samenkomt met een nieuwe groep, in een nieuwe klas of met nieuwe collega's, dan is het altijd aftasten. Hoe liggen de onderlinge verhoudingen? Wie komt sympathiek over? Is er een druktemaker in de groep? Wie houdt zich op de achtergrond? Gaandeweg leer je elkaar beter kennen en weet je wat je aan elkaar hebt. Onderling vertrouwen is iets dat verdiend moet worden, maar het kan evengoed beschadigd worden. Vaak gaan we daarbij uit van de gedachte: eerst zien en dan geloven.



Andere volgorde

Jezus nodigt ons vandaag uit om de omgekeerde volgorde te hanteren. Eerst geloven, dan zien. Deze ongebruikelijke volgorde vraagt het nodige lef. Waar je uitgaat van 'eerst zien, dan geloven' wil je een tastbaar bewijs. In wezen kun je het zien als een uiting van wantrouwen. Pas nadat de ander heeft aangetoond, dat zij of hij betrouwbaar is ben je bereid ook inderdaad je vertrouwen te geven. Jezus echter vraagt ons de moed op te brengen een sprong in het duister te maken. Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben. De ongebruikelijke zienswijze die Jezus ons voorstelt is niet iets wat je van de ene dag op de andere jezelf eigen maakt. Vaak is er een groeiproces nodig om tot een nieuw inzicht te komen.

04 april 2021

Een ander zicht

 Overweging tijdens de Paaswake (jaar B)

Lezingen: Genesis 1,1.26-31a; Exodus 14,15-15,1; Romeinen 6,3-11; Marcus 16,1-8

In het maatschappelijk verkeer lijken de relaties te verharden en de tegenstellingen scherper te worden. En dan staat er in de PZC een artikel met als kop: 'Mensen zeggen zo makkelijk: doe maar een hoge straf.' Zo van: optreden met zero-tolerance, dan lossen we het probleem wel op.

In het bedoelde krantenartikel wordt een interview weergegeven met Gabriëlle Hoppenbrouwers,
officier van justitie. Zij is van mening, dat een menselijke benadering – ook van misdadigers – uiteindelijk meer oplevert. Zij zegt onder andere: 'Alle onderzoeken wijzen uit dat bij taakstraf het aantal terugvallen lager is dan bij celstraf.' Haar pleidooi voor een meer humane strafvordering eindigt met de vaststelling: 'Ik geloof in de kracht van kwetsbaarheid.'

17 februari 2021

Het onvermogen voorbij

 Overweging op Aswoensdag

Lezingen: Joël 2,12-18; Matteüs 6,1-6.16-18

Door omstandigheden die deels buiten onze eigen wil liggen zijn we tot een soort vasten gedwongen, dat we zelf niet hadden kunnen verzinnen. De coronapandemie dwingt ons om af te zien van spontane sociale contacten. Daardoor zijn we – al is het voor onze eigen bestwil – gedwongen om ons te onthouden van wat we heel gewoon hebben gevonden. Dat is wat vasten betekent: afzien van wat je als gebruikelijk of als normaal beschouwt. Daar komt nog iets bij: het is geen 'afzien van' omwille van het afzien zelf. Wat je ermee beoogt is, dat je meer doordringt tot de essentie van je leven. Afzien van wat gangbaar is omwille van het doorstoten tot de kern van je bestaan.

Foto van Pixabay.com

Nodig?

In die zin kun je de beperkingen door de coronamaatregelen ook beschouwen als aanleiding tot bezinning. Waar gaat het in ons bestaan nou werkelijk om? Het zou mij niet verbazen als we uiteindelijk tot de ontdekking komen, dat de ongebreidelde mobiliteit in de wereld waarin wij leven sterk heeft bijgedragen tot het ontstaan van deze pandemie. Ik gun ieder van harte de mogelijkheid om verre reizen te maken om de mooiste plekken van onze aarde te ontdekken. Ik gun iedereen van harte, dat de goedkoop geprijsde boontjes uit Kenia op onze Nederlandse tafels lekker smaken. Ik gun iedereen van harte, dat de tilapia uit Afrika of Indonesië een smakelijke aanvulling vormt op ons menu. Ik snap dat sommige handelscontracten niet gesloten kunnen worden als daar geen verre vliegreizen aan vooraf gaan. En ik begrijp dat een vakantie vanuit Zeeland naar de Achterhoek interessanter is dan naar Domburg.

14 februari 2021

Waarnemen vanuit de periferie

 Overweging bij de 6e zondag door het jaar (B)

Lezingen: Leviticus 13,1-2.45-46; 1 Korinthe 10,31-11,1; Marcus 1,40-45

Nu het niet meer kan, of toch zeker minder kan, is de behoefte aan onderling contact groter dan gewoonlijk. De verbondenheid tussen mensen, waar we allemaal naar uitzien, wordt zichtbaar wanneer we elkaar spreken, elkaar kunnen omhelzen, elkaar ontmoeten door samen te eten. Precies nu we daarin beperkt worden door de noodzakelijke maatregelen vanwege het coronavirus merken we hoe het gebrek aan contact met familie, vrienden, collega's en klasgenoten ons aan het opbreken is. Samen zijn hoort bij het menselijk leven. En wanneer dat ontbreekt, voelen we we een gemis, voelen we ons niet compleet.

Regenboogkerk Gent 2013
Er zijn (behalve de coronamaatregelen) allerlei andere oorzaken denkbaar waardoor mensen in een sociaal isolement terecht kunnen komen. Langdurige ziekte, een ernstige handicap, gevangenschap – hoe terecht misschien ook – , schuldenproblematiek, een andere seksuele geaardheid, etnische afkomst, armoede, taalachterstand, leven als dakloze, ga zo nog maar even door… Sociaal isolement maakt, dat mensen niet de persoon zijn die ze zouden kunnen zijn, zouden kunnen worden. Als ik het eens heel vierkant mag zeggen: leven buiten de gemeenschap is geen leven. Je leeft in zo'n geval maar half. En wie van ons zou dat nou willen?

07 februari 2021

Recht doen als kernwaarde

Interview met burgemeester G. Dijksterhuis
in de serie Graven naar geloof

Het vraaggesprek was gepland 's middags op het gemeentehuis van Borsele. Maar de interviewer moest thuisblijven vanwege een coronatest de volgende dag. Toch lukte het om op het afgesproken uur via een Zoomverbinding antwoord te krijgen op de vraag: wie of wat inspiratie geeft aan burgemeester Dijksterhuis in zijn werk als burgervader?


Dan is toch de eerste vraag: hoe word je burgemeester? De beroepsmatige loopbaan begon na de middelbare school met een werk/leertraject in de detailhandel. 'Twee jaar na voltooiing van de militaire dienst ging ik in Amsterdam aan de slag bij een groothandel in aardappelen, groente en fruit. In de foodsector heb ik zo'n twaalf of veertien jaar gewerkt. In 2007 wilde ik eens iets anders (overigens vanaf 2002 in de gemeenteraad van Zeewolde). Ik kwam terecht bij de Sociale Werkvoorziening in Amersfoort, waar ik met name het commerciële aspect moest behartigen. Leuk om te doen, want geen dag is hetzelfde.

31 januari 2021

Kiezen voor genade

 Overweging bij de 4e zondag door het jaar (B)

Lezingen: Deuteronomium 18,15-20; Marcus 1,21-28

Als we kijken naar de tijd waarin wij leven, dan kun je zeggen dat er op bepaalde vlakken sprake is van scherpe tegenstellingen. De rellen vanwege de avondklok hebben niet alleen veel materiële schade veroorzaakt, maar ook grote verontwaardiging bij het merendeel van de bevolking en bij de politiek. Opruiende types dus tegenover mensen die, terwijl ze rustig thuis zitten, proberen de saaiheid van het gebrek aan sociale contacten uit te houden. Ook de kloof tussen de exorbitante rijkdom van de happy few en het overgrote deel van de mensen dat in armoede leeft is weer groter geworden, aldus een pas verschenen rapport van de organisatie Oxfam-Novib. En tenslotte kan het contrast tussen de vorige president van Amerika, een narcist eerste klas, en de huidige, die zich profileert als bruggenbouwer, nauwelijks groter zijn.


Contrasten

Afbeelding gevonden op jw.org

Allemaal tegenstellingen die spanningen met zich meebrengen. Dit soort spanningen zijn ook voelbaar in de lezingen van deze zondag. In de eerste lezing gaat het over het contrast tussen zelfbenoemde profeten en profeten die door God zijn aangewezen. De eerste soort, orakelsprekers om zo te zeggen, worden in de lezing niet uitdrukkelijk genoemd. In de voorafgaande zinnen echter wordt gewaarschuwd voor waarzeggerij en bezweringen. De profeet die werkelijk spreekt namens God moet zich houden aan wat hem door diezelfde God wordt ingegeven. Hij mag niet zijn eigen waarheid verkondigen, maar enkel de waarheid van God. De profeet die zich daaraan niet houdt moet sterven, zo luidt de waarschuwing.

17 januari 2021

Ons diepste verlangen

 Overweging bij de 2e zondag door het jaar (B)

Lezingen: 1 Samuel 3,3b-10.19; Johannes 1,35-42

Het verlangen van veel mensen wordt danig op de proef gesteld in deze dagen. Het vooruitzicht om verlost te worden van de beperkingen vanwege de coronamaatregelen lijkt nog ver weg. Contacten met geliefden en vrienden, met collega's, klanten of leerlingen zijn anders, toch zeker minder spontaan dan we zouden willen. Maar door ons het verlangen en de hoop op verbetering niet te laten afnemen proberen we vol te houden tot er licht is aan het einde van de tunnel.

Afbeelding: nl.pinterest.com
'Verlangen' is misschien wel het meest centrale woord in de evangelielezing van deze dag. Het is – als je het verhaal van Johannes leest vanaf het begin – ook het allereerste woord dat Jezus spreekt: wat verlangen jullie? Kennelijk is zijn missie van meet af aan erop gericht om het diepste verlangen van mensen, hun meest krachtige hunkering, aan het licht te brengen. De twee volgers zijn Jezus op het spoor gekomen door de woorden van Johannes: deze is het Lam van God. Deze benaming doet in het Jodendom denken aan het paaslam, dat genuttigd wordt tijdens de herdenking van de bevrijding uit de slavernij in Egypte. Verlangen en bevrijding zijn dus kennelijk twee begrippen die nauw met elkaar verwant zijn. Zoals ook wijzelf verlangen naar bevrijding van de huidige beperkingen.

03 januari 2021

Langs ongebaande paden

 Overweging op het feest van de Openbaring des Heren

Lezingen: Jesaja 60,1-6; Efeziërs 3,1-2a.5-6; Matteüs 2,1-12

Er zijn verschillende manieren, waarop je een reis kunt maken. Nu is dat in deze tijd van corona niet aan te bevelen, maar het gaat mij om het voorbeeld. Sommige mensen kiezen ervoor om een georganiseerde reis te boeken. De route, de hotels en de bezienswaardigheden staan op voorhand vast. Het zal vast een hele mooie reis worden. Andere mensen zijn misschien wat avontuurlijker. Zij zoeken zelf hun route uit, overnachten in een eenvoudig bed and breakfast en leren de omgeving kennen door niet de geijkte attracties te bezoeken, maar liever het achterland. Beide manieren hebben hun charme. Maar de vraag is, hoe je de aard van het land nu het beste leert kennen.

Soms moet je afwijken van de gebaande paden om te ontdekken, wat nu echt van waarde is. Om te
leren zien, waar het nu werkelijk om draait. Neem nu het verhaal van de wijzen uit het oosten, zoals de evangelist Matteüs ons dat vertelt. Wij lezen dit verhaal vaak met de bril, die de geschiedenis ons heeft mee gegeven. En die geschiedenis geeft in de kerststal plaats aan drie koningen. Maar in het verhaal zelf, als je het goed leest, staat geen 'drie' en er staat geen 'koningen.' Er staat: 'wijzen'. Dat kunnen er twee zijn geweest, maar misschien ook acht. Wij hebben er drie van gemaakt, omdat er gesproken wordt over drie geschenken.

Maar deze wijzen zijn dus geen koningen, zij zoeken een koning. In het verhaal van Matteüs worden specifiek twee koningen genoemd: koning Herodes en de koning van de Joden. En die twee koningen staan qua betekenis diametraal tegenover elkaar.

25 december 2020

Hemel en aarde verbonden

Overweging op Eerste Kerstdag

Lezingen: Jesaja 62,11-12; Johannes 1,1-5.9-14

Hoe anders hadden we ons het kerstfeest van 2020 voorgesteld! Maar we zitten opgesloten in eigen huis of appartement. Want we willen, we moeten voorkomen dat het coronavirus nog verder om zich heen grijpt. Bezoek van of aan familie en vrienden is niet mogelijk. Het bijwonen van een kerkdienst is niet of maar zeer beperkt toegestaan. En dat allemaal terwijl we juist in deze omstandigheden verlangen naar warmte, nabijheid, troost en bemoediging.

Misschien volg je deze kerkdienst via de live stream. Of misschien lees je de woorden straks via het weblog. Dan mag je, als je daarvoor wilt openstaan, hoop putten uit het verhaal van God met de mensen. Want dat is het verhaal dat we met kerstmis telkens te horen krijgen: dat God – hoe ellendig wij ons ook voelen – erbij wil zijn. Dat God, juist in onze miserie, ons niet in de steek laat. Daarin mogen wij bemoediging vinden. Die gedachte mag ons troosten. De menswording van God, dat is toch een ontzettend mooie en troostrijke insteek in deze dagen. God, die wij ons voorstellen als hoog verheven en onbereikbaar, komt ons nabij in de geboorte van een kwetsbaar kind.

13 december 2020

De onbekende verwelkomen

 Overweging bij de 3e zondag van de Advent (B)

Lezingen: Jesaja 61,1-2a.10-11; Johannes 1,6-8.19-28

Je staat te wachten op het perron omdat je iemand moet afhalen van de trein. In het verleden had je wel eens onderling contact, maar je hebt elkaar al jaren niet meer hebt gezien. Het kan zijn, dat je de persoon niet direct herkent. Of misschien zelfs helemaal niet. En toch weet je dat je haar of hem moet meebrengen voor een bespreking op kantoor. Lastig is dat. Wachten op iemand die je niet herkent.

Over zo'n situatie wordt ook verteld in de lezing uit het evangelie. Een delegatie van de farizeeën wordt
op weg gestuurd om onderzoek te doen. Want men heeft gehoord over ene Johannes, die mensen doopt. En dat doet hij opdat ze een nieuw begin kunnen maken. En als er in de Joodse religie sprake is van een nieuw begin, dan is er al gauw het vermoeden dat de Messias erbij betrokken is. De Messias, dat is de goddelijke gezant die de mensen nader tot elkaar en nader tot God zelf moet brengen. Zou Johannes dan die gezant zijn? Dat is de vraag van de gedelegeerden.

06 december 2020

Tijd om na te denken

 Beschouwing

Een ongemakkelijk gevoel, beperkt zijn in wat mag of kan, geen raad weten met de omstandigheden. Dat is wat deze tijd van coronamaatregelen met ons doet. Sociale contacten verlopen anders of vaak ook gewoon niet. Er komen andere vragen op ons af dan waar we gewoonlijk mee geconfronteerd werden. Kunnen we (of is het eerder: moeten we) wel terug naar het 'oude normaal'? Ontstaat er zoiets als een 'nieuw normaal'? En hoe gaat dat er dan uitzien?


Los van alle coronaperikelen leven we in een tijd, waarin de afstand tussen mensen eerder lijkt toe te nemen dan te worden overbrugd. Er worden meningen geponeerd, die nogal vierkant tegenover elkaar staan. Complottheorieën, ongefundeerde vermoedens van fraude, het absolute opeisen van de eigen vrijheid boven de waarde van het algemene belang, toenemende intolerantie ten opzichte van mensen met een andere opvatting, huidskleur of seksuele voorkeur: het is zomaar een greep uit omstandigheden die erop wijzen hoezeer mensen uit elkaar kunnen groeien.

29 november 2020

Tussen lauwheid en toewijding

Overweging bij de 1e zondag van de Advent (jaar B)

Lezingen: Jesaja 63,16b-17.19b; 64,3b-8; Marcus 13,33-37

Claudia is een week naar haar moeder, die woont in het oosten van het land. Voor de gezelligheid, maar ook om een stuk mantelzorg te verlenen. Peter, haar man, moet zich dan even zelf zien te bedruipen. Ja, dat voelt toch anders als moeder de vrouw van huis is. Hij kan meer zijn eigen gang gaan, maar moet tegelijk zelf voor zijn eten zorgen en de was bijhouden. In zo'n situatie kun je de zorg voor het huishouden op twee manieren voor je rekening nemen. Je doet de noodzakelijke dingen om, als Claudia weer thuis komt, gedonder te voorkomen. Of je kunt zorgen, dat ze een warm welkom ervaart, bijvoorbeeld doordat er een bloemetje in huis is en de gezamenlijke maaltijd speciale aandacht krijgt. De eerste houding – zou je kunnen zeggen – is er een van 'op je hoede zijn',  de tweede van een hartelijke en warme thuiskomst. De eerste weerspiegelt een gevoel van kilte en onverschilligheid, misschien ook angst, de tweede van toewijding en genegenheid.

De woorden uit het evangelie klinken alsof ze passen bij de eerste houding. Want Jezus begint met woorden die nogal dreigend klinken: 'Weest op uw hoede.' Dat heeft iets van: jezelf schrap zetten, alert zijn op mogelijk gevaar. We kunnen ons afvragen, waarom Jezus zo'n waarschuwende toon gebruikt als hij in gesprek is met vier van zijn volgelingen. De passage die de evangelist Marcus ons vandaag voorhoudt, wordt (als je zijn verhaal verder zou lezen) vrijwel meteen gevolgd door de laatste maaltijd van Jezus en zijn vrienden. En we weten hoe het verder gaat: de gruwelijke lijdensweg met Jezus' dood als voorlopig sluitstuk.

15 november 2020

De onverschilligheid voorbij

 Overweging bij de 33e zondag door het jaar A - Werelddag van de Armen

Lezingen: Spreuken 31,10-13.19-20.30-31; Matteüs 25, 14-30

Er zijn mensen die hun aanleg voor muziek steeds verder ontwikkelen. Door hun plezier in het spel en hun enthousiasme weten ze ook andere mensen te plezieren en te raken. Er zijn ook mensen die met hun humor, fijnzinnig of uitgelaten, de zwaarte die het leven soms kan hebben kunnen verlichten. Weer andere mensen hebben hun vaardigheden sterk ontwikkeld als toegewijde zorgverlener, als sympathieke leidinggevende, als bezielde doener, als diepzinnige denker. Zo heeft ieder mens haar of zijn eigen talenten, die pas tot hun recht komen als je er ook werkelijk mee aan de slag gaat.


Met zijn vergelijking in het evangelie heeft Jezus dat op een onmiskenbare manier duidelijk gemaakt. De talenten die ieder mens in het leven krijgt zijn pas iets waard als ze ook werkelijk worden benut. Deze conclusie is er een van de categorie 'open deur'. Daar hoeft niks aan toegevoegd te worden, daar valt niks op af te dingen. Toch zit er iets ongemakkelijks in het verhaal dat Jezus ons voorhoudt.

08 november 2020

Fotografie als vorm van bidden

Interview met Diana Nieuwold
in de serie Graven naar geloof

Vanuit haar woonplaats Hoogeveen naar Vlissingen is het een afstand van  bijna 300 kilometer. Het overbruggen van deze afstand (niet alleen naar Vlissingen, maar ook naar alle andere katholieke kerkgebouwen op Walcheren, de Bevelanden en Schouwen-Duiveland) heeft Diana Nieuwold er graag voor over. Want ze wil deze godshuizen en hun afzonderlijke details graag vastleggen op foto. Allemaal terug te vinden overigens op haar website www.kerkfotografie.nl. Maar waarom dan toch? Welke fascinatie, welke drive zit hierachter?

Diana Nieuwold (foto: Jan de Boer)
Met Diana heb ik afgesproken om precies deze vraag te bespreken via Skype. Want van Drenthe naar Zeeland – of omgekeerd – ga je niet even voor een kopje koffie. Ik heb Diana al kort gesproken, toen ze eind juli begon met haar fotoserie in de Petrus en Pauluskerk te Middelburg. In dat gesprekje liet zij het woord contemplatie vallen. Dat woord is voor mij de opstap voor het vraaggesprek via Skype. 'Het is opvallend,' zegt Diana, 'dat mensen, als ze op vakantie zijn, vrijwel altijd een moment nemen om een kerk te bezoeken. Of ze nu gelovig zijn of niet. Op een of andere manier willen ze de drukte achter zich laten, willen ze de stilte binnen gaan. Dat is precies wat ik zoek in het fotograferen van kerkgebouwen. Dat doe ik het liefst als ik helemaal alleen ben in een kerk, dus niet als het gebouw is open gesteld voor toeristen. Ik besef, dat ik daarbij afhankelijk ben van de welwillendheid van kosters.'

01 november 2020

Een weg die ruimte maakt

 Overweging op het hoogfeest van Allerheiligen (A)

Lezingen: Apocalyps 7,2-4.9-14; Matteüs 5,1-12a

In de tijd waarin wij leven gaan veel mensen gebukt onder de stress van torenhoge verwachtingen die ons worden opgelegd. Dat kunnen verwachtingen zijn die je werkgever van je heeft, verwachtingen van het economische succes dat we 'moeten' behalen, van de sociale contacten die we 'moeten' onderhouden. Het kunnen ook verwachtingen zijn, die we onszelf opleggen: dat we moeten voldoen aan wat anderen van ons vinden, dat ik moet voldoen aan de eis beschikbaar te zijn voor familie of vrienden (meer dan ik kan waarmaken). En in deze tijd van de beperkingen die de coronamaatregelen ons opleggen hebben we ook nog eens het gevoel, dat we onze verbondenheid met anderen te weinig kunnen waarmaken. En daarbij hebben we de indruk, dat we als kerkmensen slechts getolereerd worden in de marge van de huidige samenleving.

Allemaal gevoelens van stress en niet ingeloste verwachtingen, die ons een sterke benauwdheid kunnen bezorgen. In dat opzicht verschillen wij niet zoveel van de eerste christenen, al hebben wij in ons land niet te maken met razzia's, martelingen en onterechte gevangenschap. Voor die eerste christenen probeert de briefschrijver in de eerste lezing een bemoedigend woord aan te reiken. Hij schetst een perspectief waarin de huidige verdrukking niet blijvend zal zijn. 'Wie geleefd hebben in de grote verdrukking zullen tenslotte gekleed gaan in witte gewaden.' Anders gezegd: wie de benauwenis kan uithouden en trouw blijft aan de eigen diepste overtuiging, mag weten dat deze trouw beloond zal worden. De beloning bestaat uit de trouw die God zelf aanbiedt aan wie in hem geloven.

25 oktober 2020

Gedurfd

Boekrecensie van Erik Borgman, Alle dingen nieuw.
Een theologische visie voor de 21ste eeuw
. Deel I: Inleiding en Invocatio.
(1)

Gedurfd, uitdagend en weerbarstig. Vernieuwend, maar ook subversief en tegelijk hoopvol. Ontvankelijk voor wat zich in de chaotische werkelijkheid aandient en biddend om in die soms 'duistere onbegrijpelijkheid van het kwaad' te leren zien hoe God 'in onze waarneming verschijnt' (305). Voortdurend in gesprek met de katholieke traditie en met hedendaagse theologen, schrijvers, cineasten, musici, psychotherapeuten en kunstenaars. Zo presenteert Borgman zijn visie op wat in de 21e eeuw nodig is om met onze cultuur in gesprek te zijn. Hij wil dat doen vanuit het perspectief, dat  – in wat wij waarnemen aan onrust, chaos, verdriet, onrecht, vernedering, betekenisverlies en machteloosheid – Gods liefdevolle aanwezigheid kan worden ontvangen als transformerende presentie, die 'alle dingen nieuw' maakt.

Zoals (en ook wat) Borgman schrijft, is voor mij tegelijk een worsteling en een feest van herkenning. Een worsteling omdat zijn ampele taalgebruik het mij noodzakelijk maakt veel zinnen twee of drie keer te lezen. Maar herkenning ook, omdat hij gedachten en perspectieven onder woorden brengt, die mij van binnen doen gloeien. Eén voorbeeld. Op het weblog over mijn sabbatverlof in 2013, met als uitgangsvraag hoe de krimp in geloof en kerk tot nieuwe kansen kunnen leiden, heb ik de vraag gesteld, 'of het mogelijk is om vanuit een theologische c.q. gelovige invalshoek betekenis te geven aan de kwantitatieve vermindering van het aantal kerkmensen. Zou de God van Jezus van Nazaret ons iets willen duidelijk maken met de leegloop van de kerken?' Deze vraag wordt door Borgman niet meteen beantwoord, maar m.i. wel onderkend als hij schrijft 'dat Gods aanwezigheid en alles wat daarvan getuigt, niet tegenover de werkelijkheid staan waarmee wij onlosmakelijk verbonden zijn en waarvan wij deel zijn. Ze zijn erin verborgen, in ieder geval in aanzet. … Dat is voor mij een het theologisch uitgangspunt, hoe haaks het ook lijkt te staan op de vermeende secularisatie van onze levens. God is ook bij en in de secularisatie.' (319, curs. WH).