Overweging bij de 16e zondag door het jaar (jaar C)
Lezingen: Genesis 18,1-10a; Lucas 10,38-42
 |
Jezus in het huis van Marta en Maria, Pieter Aertsen, ca 1555 |
Als je weet, dat er logés gaan komen, dan moet je de nodige voorbereidingen treffen. Voor de tijd van hun verblijf wil je zorgen, dat ze zich op hun gemak voelen, dat ze zich welkom weten. Het komt erop neer, dat je ruimte voor hen maakt. Ruimte, niet alleen in fysieke zin, want misschien moet een van je kinderen wel tijdelijk op een andere kamer slapen. Maar ruimte ook in de geestelijke betekenis, want je maakt tijd voor hen en je stelt je open voor hun verhalen en ervaringen. Ruimte maken dus voor de ander, de bezoeker: voor wie hij is en voor wat hij jou te zeggen heeft.
Inleveren of opleveren?
Ruimte maken voor de ander kan betekenen, dat je een deel van je eigen ruimte inlevert. Soms voelt dat inleveren aan als een beperking. Maar het kan er ook toe leiden, dat je nieuwe mogelijkheden gaat zien, misschien wel onvermoede kansen. Het hangt af van je eigen instelling. In het evangelie van vandaag zien we, hoe Maria en Marta totaal verschillend omgaan met hun bezoeker.