Beschouwing
Het baart veel mensen - in ieder geval veel mensen die zich verbonden voelen met kerk en geloof - behoorlijk zorgen, dat de toekomst van het kerkelijke leven er niet rooskleurig uitziet. Niet zelden staat hen daarbij het beeld voor ogen van het parochiële leven zoals het was. En als ik zelf met die bril kijk naar de huidige ontwikkelingen, dan stemt mij dit net zo triest als veel anderen dat tegenwoordig ervaren.
Tegelijk is het hartverwarmend om te zien hoe veel gelovigen zich inzetten om geloof en kerk een plaats te geven in hun leven, in hun dorp of stad, in hun optrekken met mensen die hun pad kruisen, in hun aandacht voor medemensen die een appel doen op solidaire en barmhartige humaniteit. Ook uit bestuurlijk oogpunt wordt er veel werk verzet om de kerk in de toekomst ruimte te geven. Daarbij wordt - naast andere opties - veelal ingezet op het versterken van 'vitaliteit en zelfdragendheid'. Er worden zelfs metingen gehouden om na te gaan, of bepaalde geloofsgemeenschappen voldoen aan de criteria van vitaliteit en zelfdragendheid. Het gaat dan om het beoordelen van punten als: zijn de financiële middelen toereikend, zijn er voldoende vrijwilligers om het kerkelijke werk gaande te houden, zijn er aanwijsbare initiatieven en activiteiten op het gebied van liturgie, catechese en diaconie?