Overweging op Pinksteren (jaar B)
Lezingen: Handelingen 2,1-11; Johannes 15,26-27;16,12-15
Hij is er in vele maten en soorten: de wind. Je hebt de verkoelende avondwind na een warme zomerse dag, maar ook de razende stormwind die behoorlijk schade aanricht. Je hebt de tegenwind die extra inspanning van je vergt om je bestemming te bereiken of de wind in de rug die je bijna als vanzelf vooruit doet gaan. Je hebt de verfrissende wind, die de hemel schoonveegt na een regenbui en je hebt het bijna geruisloze gefluister van de wind die de aren zo mooi doet wuiven op het veld. Hij is ongrijpbaar, niet te beïnvloeden, maar eigenlijk altijd aanwezig: soms onmerkbaar, soms zeer expliciet.
