Posts tonen met het label universeel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label universeel. Alle posts tonen

20 mei 2018

Taal waarop de wereld wacht

Overweging op Pinksteren (jaar B)

Lezingen: Handelingen 2,1-11; Johannes 15,26-27;16,12-15

Hij is er in vele maten en soorten: de wind. Je hebt de verkoelende avondwind na een warme zomerse dag, maar ook de razende stormwind die behoorlijk schade aanricht. Je hebt de tegenwind die extra inspanning van je vergt om je bestemming te bereiken of de wind in de rug die je bijna als vanzelf vooruit doet gaan. Je hebt de verfrissende wind, die de hemel schoonveegt na een regenbui en je hebt het bijna geruisloze gefluister van de wind die de aren zo mooi doet wuiven op het veld. Hij is ongrijpbaar, niet te beïnvloeden, maar eigenlijk altijd aanwezig: soms onmerkbaar, soms zeer expliciet.

Niet tastbaar, wel present

Hoe mooi en toepasselijk is daarom het beeld van de wind als aanduiding van de Geest, die vaardig wordt over de leerlingen van Jezus. Want ook die Geest is ongrijpbaar, maar eigenlijk steeds aanwezig: soms onmerkbaar, soms heel expliciet. Het is deze Geest, die wij heilig noemen en die Jezus aan zijn leerlingen heeft toegezegd voor de tijd, waarin hij niet meer in hun midden aanwezig zal zijn. De heilige Geest is zogezegd de erfenis, die Jezus nalaat nadat hij zijn plaats bij de Vader heeft ingenomen.

04 juni 2017

Erop uit!

Overweging op het feest van Pinksteren (jaar A)

Lezingen: Handelingen 2,1-11; Johannes 20,19-23

Ieder mens heeft een zekere ruimte nodig. Ruimte om te ademen, ruimte om te leven. Als die ruimte er niet is, dus als je in het nauw zit, dan krijg je het – letterlijk of figuurlijk – benauwd. Als je te nauw moet leven, dan kan het zijn dat je wordt beheerst door angst. Of door een te sterke behoefte om je aan voorschriften en regels te houden. Soms ben je ook gedwongen tot benauwdheid, bijvoorbeeld als je longcapaciteit door ziekte beperkt is. Dan is het fijn, als er hulpmiddelen zijn die lucht kunnen geven.

Levenslucht en ruimte maken het mogelijk dat mensen tot bloei kunnen komen. Dat er iets moois kan ontstaan, nieuwe ideeën gaan bloeien. Dat er enthousiasme en nieuw elan groeit. Dat het vasthouden aan oude gewoonten of strakke regels plaats maakt voor bezieling en vurigheid.

29 november 2015

De onbevangenheid van een kind

Filmrecensie van Brendan and the Secret of Kells (2009)
Regie: Tom Moore, Nora Twomey

Nergens in deze prachtige animatiefilm wordt duidelijk, dat het Boek van Kells een boek is dat de vier evangelies bevat. Alleen als je weet dat de monogrammen, die de nog lege bladzijden van het boek moeten vullen, de Griekse letters chi en rho zijn (de beginletters van ‘Christus’), kun je vermoeden dat het een evangeliarium betreft.

Voor het verhaal zelf speelt dat eigenlijk niet zo’n belangrijke rol. In het Ierland van de negende eeuw helpt de twaalfjarige Brendan zijn oom Cellach, die abt is van de abdij van Kells, om de kloostermuren te versterken tegen de dreigende invallen van de Noormannen. De kloosterlingen, evenals de dorpelingen die leven onder de bescherming van het klooster, worden met straffe hand aan het werk gehouden door de autoritaire, norse abt. Hij wil de schat van het geloof met alle mogelijke middelen beschermen tegen de barbaarse plunderaars uit Scandinavië.

Het Boek

Het symbool van dat geloof is het Boek, dat op het eiland Iona wordt geïllustreerd door broeder Aidan, een autoriteit op het gebied van kalligrafie en tekenkunst. Terwijl de dreiging van de invallende Noormannen toeneemt, lukt het Aidan de schat uit Iona nog in veiligheid te brengen in Kells. Brendan is meteen onder de indruk van de autoriteit van Aidan.