Overweging bij de 3e zondag van de Advent (B)
Lezingen: Jesaja 61,1-2a.10-11; Johannes 1,6-8.19-28
Je staat te wachten op het perron omdat je iemand moet afhalen van de trein. In het verleden had je wel eens onderling contact, maar je hebt elkaar al jaren niet meer hebt gezien. Het kan zijn, dat je de persoon niet direct herkent. Of misschien zelfs helemaal niet. En toch weet je dat je haar of hem moet meebrengen voor een bespreking op kantoor. Lastig is dat. Wachten op iemand die je niet herkent.
Over zo'n situatie wordt ook verteld in de lezing uit het evangelie. Een delegatie van de farizeeën wordt
op weg gestuurd om onderzoek te doen. Want men heeft gehoord over ene Johannes, die mensen doopt. En dat doet hij opdat ze een nieuw begin kunnen maken. En als er in de Joodse religie sprake is van een nieuw begin, dan is er al gauw het vermoeden dat de Messias erbij betrokken is. De Messias, dat is de goddelijke gezant die de mensen nader tot elkaar en nader tot God zelf moet brengen. Zou Johannes dan die gezant zijn? Dat is de vraag van de gedelegeerden.
op weg gestuurd om onderzoek te doen. Want men heeft gehoord over ene Johannes, die mensen doopt. En dat doet hij opdat ze een nieuw begin kunnen maken. En als er in de Joodse religie sprake is van een nieuw begin, dan is er al gauw het vermoeden dat de Messias erbij betrokken is. De Messias, dat is de goddelijke gezant die de mensen nader tot elkaar en nader tot God zelf moet brengen. Zou Johannes dan die gezant zijn? Dat is de vraag van de gedelegeerden.
