Posts tonen met het label 22e zondag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 22e zondag. Alle posts tonen

02 september 2018

Luisteren met het hart

Overweging op de 22e zondag door het jaar (jaar B)

Lezingen: Deuteronomium 4,1-2.6-8; Marcus 7,1-8.14-15.21-23.

Als je wel eens een navigatie-apparaat gebruikt, dan weet je dat het instellen van de bestemming de eerste handeling moet zijn. Onderweg kan het voorkomen, dat je moet afwijken van de voorgestelde route. Of misschien wil je doelbewust afwijken. Je hebt per slot van rekening de vrije keuze. Het handige is, dat het apparaat dan steeds opnieuw de juiste route berekent om je op je bestemming te krijgen. Uiteindelijk kom je dus wel, waar je moet zijn. Maar dan moet je wel luisteren naar de aanwijzingen, die het apparaat je geeft.

Verschillende manieren
Foto: Pxhere.com

Luisteren naar de aanwijzingen: daarover gaat het ook in de lezingen van deze viering. Maar dat luisteren kan op verschillende manieren gebeuren. Simpel gezegd: je kunt luisteren met je oren, of je kunt luisteren met je hart. Of anders gezegd: je kunt luisteren naar de buitenkant of luisteren naar de binnenkant. Wa wordt gezegd, dat kun je verstaan naar de letter of naar de geest.

In de eerste lezing houdt Mozes de Israëlieten voor, dat ze moeten handelen naar de geboden van God en dat ze deze stipt te uitvoer moeten brengen. Met name het woordje 'stipt' zouden we gemakkelijk zo kunnen verstaan, dat we vooral moeten luisteren met onze oren. Luisteren naar de buitenkant dus. Eigenlijk luister je dan naar de aanwijzingen omwille van de aanwijzingen. Je luistert niet naar de aanwijzingen omwille van de bestemming waar je naar toe wilt. Het hart van de aanwijzingen, de geest of de uiteindelijke bedoeling van de voorschriften wordt dan niet begrepen. Het is alsof je braaf naar je navigatie-apparaat luistert, dat zegt: 'Bij de volgende afslag links.' En dan ga je volgzaam naar links, zonder dat je voor ogen hebt dat deze aanwijzing bedoeld is op je te bestemder plekke te brengen.

03 september 2017

Tot op het bot

Overweging bij de 22e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Jeremia 20,7-9; Matteüs 16,21-27

Ooit las ik in de krant een verhaal over een Italiaanse man. Als vertegenwoordiger verdiende hij zijn brood. Hij had een goed inkomen. Ongewild werd hij getuige van een moord, gepleegd door de maffia. De man verstond zijn burgerplicht en deed aangifte bij de politie. Het gevolg was, dat hij zijn leven niet meer zeker was. De maffia immers vergeet niet en vergeeft niet. Hij moest onderduiken met zijn vrouw en twee kinderen, steeds opnieuw verhuizen, en zijn eigen identiteit helemaal opgeven. Zijn baan raakte hij kwijt. Zijn leven werd een nachtmerrie. De overheid deed niets als dank voor zijn diensten. Hij kreeg geen kans om zijn leven opnieuw op te bouwen. Na enkele jaren ging hij in Frankrijk wonen, waar hij als boer probeerde een nieuw bestaan op te bouwen. Maar ook daar was hij niet zeker van zijn leven.

Stank voor dank

Het verhaal is duidelijk. Als je trouw wil blijven aan je principes, trouw tot op het bot, dan moet je soms een weg van enorme eenzaamheid gaan. Als je moeilijke keuzes moet maken, kom je er vaak alleen voor te staan. Dat beluisteren we ook in de lezingen van deze dag. Op dringend verzoek van God klaagt Jeremia het onrecht aan in het koninkrijk Juda. Maar hij is enorm teleurgesteld over het resultaat van zijn opdracht. Hij wordt uitgelachen en bespot. Hij heeft het gevoel, dat God hem in de kou laat staan met zijn profetische opdracht. Hij vraagt zich ernstig af, of dit nu wel echt zijn taak is. Want eigenlijk krijgt hij enkel stank voor dank. En de profeet denkt: bekijk het maar! Ik houd het voor gezien.

En toch: het bloed kruipt waar het niet gaan kan. In het uiten van zijn klacht groeit bij Jeremia toch weer het vertrouwen. Er laait een vuur op in mijn hart, zegt hij. Ik wil het in bedwang te houden, maar het lukt mij niet. En opnieuw geeft hij zich over aan de taak, die God van hem vraagt.

28 augustus 2016

De intentie telt

Overweging bij de 22e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Sirach 3,17-18.20.28-29; Lucas 14,1.7-14

Nu de Olympische Spelen in Rio weer voorbij zijn, is de balans opgemaakt van de resultaten. Met acht gouden, zeven zilveren en vier bronzen plakken is Nederland geëindigd als elfde in het medailleklassement. Er zijn mensen, die deze resultaten teleurstellend vinden, anderen zeggen dat er meer goud is binnengehaald dan in Londen vier jaar geleden. Het is opvallend hoezeer mensen elkaar afrekenen op de behaalde resultaten. Het wordt ons al van kindsbeen af bijgebracht. Je moet de beste willen zijn: thuis, op school, in de sport, op je werk, in heel de samenleving. We leven in een prestatiemaatschappij. Je moet je omhoogwerken en wie niet tot de besten behoort, wordt een loser genoemd.

Naar beneden

Martin Buber, de grote joodse denker uit de vorige eeuw, heeft er al op gewezen, dat het woord 'resultaat' niet gezien kan worden als een naam van God. Om het in mijn woorden te zeggen: niet het resultaat telt uiteindelijk, maar de intentie waarmee je de dingen doet.

Daarom kan ik mij goed thuis voelen bij de lezingen uit de Schrift. Ze wijzen ons vandaag op een andere weg, op een verrassende mogelijkheid. In de eerste lezing hebben we een aantal wijsheden beluisterd uit het boek van Jezus Sirach. Deze Jezus, zoon van Sirach, is een wijsheidsleraar, die we moeten situeren in Egypte rond het jaar 190 voor de jaartelling. Hij is iemand die – in dat vreemde land – trouw blijven aan de joodse traditie, maar wel openstaat voor nieuwe invloeden. De kern van zijn wijsheid bestaat hierin, dat mensen zich iets gelegen laten liggen aan de richtlijnen en voorschriften van God. En die richtlijnen hebben weer alles te maken met je plaats weten in het leven. Je plaats weten, dat wil zeggen: beseffen hoe je in verhouding staat tot andere mensen, tot ieder mens. Dus: ook als je rijk bent, blijf dan bescheiden. Jezus Sirach gaat zelfs een stap verder, hij zegt het nog uitdagender: hoe meer aanzien je hebt, hoe meer je jezelf moet vernederen.