Posts tonen met het label op-zijn-kop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label op-zijn-kop. Alle posts tonen

25 augustus 2019

Wachtwoord: gerechtigheid

Overweging op de 21e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Jesaja 66,18-21; Lucas 13,22-30

Mieke is een vrouw van rond de vijftig, die al jaren geleden de kerk vaarwel heeft gezegd. Niet, dat ze er nou een fervente tegenstander van is. Het zegt haar gewoon niets meer. Maar als je haar probeert te bellen, dan is ze bijna nooit thuis. Naast haar gewone werk als medewerkster in de bibliotheek is ze avond aan avond op sjouw. Ze bezoekt voor veel mensen in het dorp, die dreigen te verpieteren van de eenzaamheid. Mieke kan gewoon geen nee zeggen, als ze die trieste blik van verlangen ziet in de ogen van mensen om wie niemand lijkt te geven. Zonder enige ophef doet ze gewoon wat gedaan moet worden.

Afbeelding: Pixabay
Entreebewijs

Ewout is iemand van een heel ander kaliber. In datzelfde dorp zingt hij bijna iedere week mee in het kerkkoor. Hij is ook nadrukkelijk aanwezig in de werkgroep kerk en samenleving. Soms vindt hij het nodig om bepaalde sociale kwesties, die hij belangrijk vindt, aan de kaak te stellen. Dan weet hij telkens wel een bevriende journalist zover te krijgen, dat de zaak in de krant komt. Compleet met foto van het ten onrechte bejegende gezin – en natuurlijk Ewout zelf.

19 februari 2017

De wind in de zeilen

Overweging tijdens de  Carnavalsmisse in Kwadendamme
Thema: Me è de wind in de zeilen

Lezingen: Gods drôômeland*); Matteüs 5,38-48

Het ging er in de middeleeuwen deftig aan toe aan de hoven van de machthebbers. Rijke banketten, spannende toernooien, schone vrouwen en koene ridders. En niet alleen deftig, maar ook heftig ging het eraan toe. Want iedereen probeerde in die omgeving van veel uiterlijk vertoon de beste positie te bemachtigen. Maar het had ook wel zijn prijs als je het dichtst bij de heerser wilde zitten: je moest je trouw bewijzen door soms je vrienden of je principes te verraden. Toch was er, midden van al die intriges, een figuur, die vrijuit kon spreken. Dat werd zelfs van hem verwacht. De nar kon iedereen op de hak nemen, zonder daarvoor gestraft te worden.

Op zijn kop

Wie door de nar bespot werd, keek nogal eens met een zuur gezicht naar de lachers om hem heen. Meestal had de nar het scherp gezien. Hij kon de onderlinge verhoudingen tussen de hovelingen in het belachelijke trekken. Hij relativeerde – met een grap en een grol – het dagelijkse gekonkel. En daardoor zette hij de bestaande relaties aardig op hun kop.