Posts tonen met het label 28e zondag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 28e zondag. Alle posts tonen

14 oktober 2018

Loslaten om te winnen

Overweging bij de 28e zondag door het jaar (jaar B)

Lezingen: Wijsheid 7,7-11; Marcus 10,17-30

Wat zou er gebeurd zijn "als die rijke man nu eens 'ja' had gezegd op de uitnodiging van Jezus om alles te verkopen en aan de armen te geven: wat zou hij dan hebben ontdekt, wat zou er dan met hem zijn gebeurd? Het plezierige is, dat we inderdaad een antwoord op die vraag hebben, maar dan van een andere man, die inderdaad op die uitnodiging is ingegaan. En dat is Fran­cis­cus van Assisi. Hij "heeft ontdekt: de onvoorstelbare rijkdom van de vrijwillige armoede.

Foto van Mr.TinDC, gevonden op Flickr.com,
(licentievoorwaarden CC BY-ND 2.0)
In bruikleen

We moeten goed begrijpen, dat armoede niet alleen op materiële dingen betrekking heeft. Het is meer een levenshouding, waarin je niets beschouwt als je eigen bezit, maar alles als een geschenk ziet dat ons in bruikleen is gegeven. Dus niet alleen geld, maar ook onze gezondheid, onze talenten, onze functie, het water, de lucht, de dieren, de planten. Niets mag van jou (alleen) zijn. Alles wat er is, wat je hebt, heb je in bruikleen. Pas wie dit helemaal beseft, wordt als Franciscus een blije en dankbare mens. En dat is wat hij ontdekt heeft." (Paul Chapel, Geschreven voor u, overwegingen bij de schriftlezingen van de zondagen in jaarcyclus B, Hilversum (Gooi & Sticht) 1990, 142v)

15 oktober 2017

Feest, ondanks alles!

Overweging bij de 28e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Jesaja 25,6-10a; Matteüs 22,1-14

Er zijn omstandigheden, waarin je geen enkele aanleiding kunt vinden om een feestje te bouwen.
Iemand kan ernstig ziek zijn met nauwelijks uitzicht op herstel. Mensen worden neergedrukt door de zorg om rond te komen van een minimale uitkering. Als oorlogsgeweld kan je verdrijven uit je vertrouwde woonomgeving met niks om mee te nemen behalve de kleren die je aan hebt. Je kunt als politieke vluchteling maar niet kunt uitleggen aan de vreemdelingendienst, dat je leven niet meer zeker is. Allemaal redenen om maar geen feestje te vieren.

De woorden van Jesaja, die we gehoord hebben in de eerste lezing, waren bestemd voor mensen die
nauwelijks reden hadden om een feestje te bouwen. Rond 540 voor Christus zijn de meeste Joden terug gekeerd uit de ballingschap in Babylonië. Gelukkig weer terug op hun eigen grond, maar het land is totaal verwoest. Vergelijk het maar met de terugkeer van de mensen op Sint Maarten na de verwoesting van de orkaan Maria. Wat ze nu aantreffen is chaos en vernietiging. Alles moet van de grond af aan weer opgebouwd worden.

09 oktober 2016

De uitnodiging accepteren?

Overweging op de 28e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: 2 Koningen 5,14-17; Lucas 17,11-19

Ieder mens wordt in zijn leven wel geconfronteerd met ziekte. Dat kan variëren van een gewone verkoudheid, waardoor je overigens best beroerd kunt zijn, tot bijvoorbeeld een versleten heup of zware hartklachten. Ziekte heeft niet altijd te maken met lichamelijke oorzaken.  Ook geestelijk kan een mens zodanig in de  kreukels terecht komen, dat hij niet meer goed kan functioneren.

Bedreigend

Ziekte, of het nu van lichamelijke of psychische aard is, heeft iets bedreigends. Je wordt geconfronteerd met de beperkingen van lichaam of geest. Het belemmert je in je functioneren als mens. En het gevolg is vaak ook, dat je gehandicapt bent in je omgang met de mensen in je omgeving.

Daarom is het niet verwonderlijk, dat mensen zo'n grote waarde hechten aan een goede gezondheid. Als je na een flinke griep weer helemaal bent opgeknapt, dan ben je blij en voel je je weer een hele Piet. En wie na een zware operatie weer helemaal beter is, kent dat gevoel van blijdschap in nog sterkere mate.

12 oktober 2014

Het feest móet doorgaan

Overweging bij de 28e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Jesaja 25,6-10a; Matteüs 22,1-14

Er zijn omstandigheden, waarin je geen enkele aanleiding kunt vinden om een feestje te bouwen. Bijvoorbeeld als iemand ernstig ziek is met nauwelijks uitzicht op herstel. Of als mensen te maken krijgen met de gevolgen van gestapelde bezuinigingen, waardoor ze nauwelijks kunnen rondkomen. Of als  oorlogsgeweld – zoals in Syrië – je verdrijft uit je land met niks om mee te nemen behalve de kleren die je aan hebt. Of ook wanneer je als politieke vluchteling maar niet kunt uitleggen aan de vreemdelingendienst, dat je leven niet meer zeker is, dan heb je weinig reden om een feestje te vieren.

De ban verbroken

De woorden van Jesaja, die we gehoord hebben in de eerste lezing, waren bestemd voor mensen die ook weinig reden hadden om een feestje te bouwen. Rond 540 voor Christus zijn de meeste Joden terug gekeerd uit de ballingschap in Babylonië. Gelukkig weer terug op hun eigen grond, maar het land is totaal verwoest. Wat ze nu aantreffen is chaos en vernietiging. Alles moet van de grond af aan weer opgebouwd worden. In die omstandigheden klinken de woorden van Jesaja: toch zal er feest zijn, een uitgelezen maaltijd met heerlijke gerechten en mooie wijnen. De ban van chaos en vernietiging zal verbroken worden en er zullen genoeg redenen zijn om werkelijk te feesten. Want de vernedering van de deportatie wordt vergeten, de huizen worden weer opgebouwd. De mensen zullen in vrede en voorspoed hun land kunnen bewonen, en God zal laten zien aan wiens kant Hij staat. En ook al zie je op dit moment geen enkele aanleiding om te feesten – aldus Jesaja – begin maar alvast met je daarop voor te bereiden. Want er moet gefeest worden, ondanks alles.