Overweging bij de 33e zondag door het jaar A - Werelddag van de Armen
Lezingen: Spreuken 31,10-13.19-20.30-31; Matteüs 25, 14-30
Er zijn mensen die hun aanleg voor muziek steeds verder ontwikkelen. Door hun plezier in het spel en hun enthousiasme weten ze ook andere mensen te plezieren en te raken. Er zijn ook mensen die met hun humor, fijnzinnig of uitgelaten, de zwaarte die het leven soms kan hebben kunnen verlichten. Weer andere mensen hebben hun vaardigheden sterk ontwikkeld als toegewijde zorgverlener, als sympathieke leidinggevende, als bezielde doener, als diepzinnige denker. Zo heeft ieder mens haar of zijn eigen talenten, die pas tot hun recht komen als je er ook werkelijk mee aan de slag gaat.
Met zijn vergelijking in het evangelie heeft Jezus dat op een onmiskenbare manier duidelijk gemaakt. De talenten die ieder mens in het leven krijgt zijn pas iets waard als ze ook werkelijk worden benut. Deze conclusie is er een van de categorie 'open deur'. Daar hoeft niks aan toegevoegd te worden, daar valt niks op af te dingen. Toch zit er iets ongemakkelijks in het verhaal dat Jezus ons voorhoudt.

