zondag 10 februari 2019

Op pad gestuurd

Overweging bij de 5e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Jesaja 6,1-2a.3-8; Lucas 5,1-11

Je kunt in je leven te maken krijgen met situaties waarbij je denkt: dit is teveel voor mij. Kan ik dit wel aan? Misschien raakt je kind door verkeerde vrienden zo in de problemen, dat iedere uitgestoken hand alleen maar meer verwijdering oplevert. Of de verhouding met je broer of zus is dusdanig gebrouilleerd, dat je je afvraagt of dat ooit nog goed kan komen. Het kan zijn, dat de angst je in zulke situaties je alle moed uit handen slaat. Je raakt ontzet en alle grond onder je voeten lijkt weg te vallen.

Ook in de verhalen uit de Schrift is sprake van ontzetting. De profeet Jesaja roept: 'Arme ik. Het is gedaan met me.' En het evangelie vermeldt dat ontzetting zich van Petrus had meester gemaakt. Geschokt door wat hen overkomt weten Jesaja en Petrus geen raad met de situatie. Hoe gaan ze daarmee om? En hoe wordt hen daarbij de hand gereikt?

zondag 3 februari 2019

Spiegel of venster?

Overweging op de 4e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Jesaja 1,4-5.17-19; Lucas 4,21-30

Het begon allemaal zo goed. De voorbereiding voor het feest zijn getroffen, de meeste gasten zijn gearriveerd. De stemming zit er goed in voor de vijftigste huwelijksverjaardag van Ad en Nellie. Maar tijdens het feest komt de mededeling dat tante Mirjam niet kan komen: met onduidelijke klachten is ze in het ziekenhuis opgenomen. Uitgerekend tante Mirjam, die altijd een gangmaker is op familiefeesten. Het feest zal niet worden afgebroken, maar de lol is er wel voor een groot stuk af.

De stemming slaat om, zomaar, ineens. Het verhaal uit het evangelie laat ons vandaag iets dergelijks zien. Na aanvankelijk een enorm enthousiasme over het optreden van Jezus in de synagoge slaat de stemming om. De Joden zijn woest en willen hem zelfs in een afgrond storten. Waar komt die plotselinge verandering vandaan? We moeten een kleine omweg maken om dit te kunnen begrijpen.

zondag 27 januari 2019

Verhaal van vreugde

Overweging op de 3e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Nehemia 8,2-4a.5-6.8-10; Lucas 1,1-4;4,14-21

Fleur is een leuke meid van zes jaar. Als ze uit school komt, dan moet ze vertellen wat er allemaal gebeurd is. Haar moeder weet dat intussen, en ze neemt de tijd om te luisteren. Het vertellen is voor Fleur een manier om de dingen op een rijtje te krijgen. Als ze die kans niet krijgt, dan zie je haar ongelukkig zitten zijn. Vertellen over de gebeurtenissen van de dag – belangrijke en minder belangrijke – is voor Fleur net zo noodzakelijk als eten, drinken en slapen. Maar ook wij, volwassenen, weten dat er verhalen zijn die verteld moeten worden. Verhalen over onze geschiedenis, onze familie-afkomst, ons dorp, onze dromen en verlangens. Het zijn verhalen, die ons leven structuur geven; verhalen die ons richting wijzen.

Afbeelding: Wikipedia
Ook in de lezingen van vandaag gaat het om zulke verhalen. Verhalen die bepalend zijn voor de manier waarop we ons leven inrichten. In de eerste lezing hebben we gehoord hoe het volk van Israël luistert naar de voorlezing door Ezra, de priester. We moeten ons verplaatsen naar ongeveer 450 voor het begin van de jaartelling. Na de terugkeer uit de ballingschap in Babylonië, 90 jaar eerder, is de wederopbouw van het land flink aangepakt. Van belang is nu, dat ook de geestelijke wederopbouw ter hand wordt genomen. Alle mannen en vrouwen, die de voorlezing konden volgen, verzamelden zich op het plein voor de Waterpoort in Jeruzalem. Iedereen luisterde met grote aandacht naar de voorlezing. Er wordt ons niet letterlijk verteld, wat er in de voorlezing wordt gezegd; enkel dat er gelezen wordt uit het boek van Gods wet. De betekenis daarvan werd uitgelegd en verklaard, zodat iedereen de lezing begreep. De mensen zijn geraakt door wat ze te horen kregen. Er is grote vreugde, geschonken door God zelf. En die vreugde – zo eindigt de lezing die wij hoorden – die vreugde is bedoeld om mensen kracht te geven.

zondag 20 januari 2019

Recht voor ogen

Overweging bij de Bidweek voor de Eenheid

Lezingen: Deuteronomium 16,18-20; Lucas. 4,14-21

Op verschillende manieren kijken mensen naar wat er zich afspeelt in hun omgeving. Wat voor de een een prachtige muziekuitvoering is, kan voor een ander een behoorlijke tegenvaller zijn. Waar sommige mensen een ernstige ziekte zien als het blinde toeval, kunnen anderen dat beschouwen als gevolg van ongezond leven of misschien zelfs als een straf van God. Hoe je de werkelijkheid waarneemt, is dus afhankelijk van de bril waardoor je kijkt. Het is ook afhankelijk van wat jou voor ogen staat en van wat je het liefst gerealiseerd zou zien. Hoe je de werkelijkheid waarneemt, is eveneens afhankelijk van de positie die je inneemt in de samenleving. Wie het financieel niet breed heeft, zal op een andere manier kijken naar de reclame-aanbiedingen uit de folders dan iemand bij wie het geld met bakken binnen komt.

Als christenen proberen we onze wereld te zien in het kader van wat God voor ogen staat. En ook hier moet je constateren, dat we verschillend kijken – simpelweg omdat we verschillende mensen zijn en verschillende posities innemen. En toch proberen we ook iets van gezamenlijkheid te realiseren in ons gelovig waarnemen van de aarde die wij delen met elkaar. Vandaag, nu wij bijeen zijn in de Gebedsweek voor de Eenheid, worden ons enkele handreikingen geboden om die gezamenlijkheid op het spoor te komen. Die richtingwijzers komen niet alleen van de Schriftlezingen, maar dit jaar ook van onze broeders en zuster in Christus uit de Indonesische archipel.

zondag 13 januari 2019

Een nieuw begin

Overweging bij het feest van de Doop van de Heer (jaar C)

Lezingen: Jesaja 40, 1-5.9-11; Lucas 3,15-16.21-22

Als je er zelf mee te maken hebt gehad, dat weet je het uit eigen ervaring: een scheiding valt niet mee. Je hele wereld wordt op z'n kop gezet. Mensen in je om­geving reageren misschien anders dan je had verwacht. De grond onder je voe­ten is weg geslagen. Je leven lijkt opeens één chaos. Niets is meer wat het was. Maar toch: je moet verder, proberen een nieuw begin te maken. Dat valt niet mee. Juist in zulke omstandigheden is het goed, dat er mensen zijn die met je meeleven. Mensen die jou een richting kunnen wijzen. Maar uiteindelijk moet je het zelf doen: zoeken naar een nieuw begin, naar een uitweg uit de chaos.


In de lezing uit Jesaja hebben we gehoord, dat ook het volk van Israël een nieuw begin mag maken. 'Troost je, mijn volk. Je straftijd is voorbij, je tekortkomingen zijn je vergeven.' Je moet je voorstellen, dat deze woorden van Jesaja heel optimistisch ge­klonken moeten hebben. Ze werden uitgesproken tegen de Israëlieten, die al vele jaren verbannen waren van eigen huis en haard. Naar Babylon waren ze gedeporteerd. Daar moesten ze wonen te midden van mensen die heel andere gebruiken en heel andere goden hadden. Maar Jesaja kondigt aan, dat zijn volk mag terugkeren naar het eigen land: Baan een weg voor de Heer!


zondag 6 januari 2019

Goed voornemen

Overweging op het feest van de Openbaring des Heren (jaar C)

Lezingen: Jesaja 60,1-6; Efeziërs 3,2-3a.5-6; Matteüs 2,1-12

Voor sommige mensen horen goede voornemens bij het begin van een nieuw kalenderjaar. Er zijn mensen, die hun voornemens al vrij snel weer zijn vergeten. Er zijn er ook, die weten dat er af en toe een dipje zal zijn bij het uitvoeren van die goede voornemens. Maar zij blijven wel proberen te doen wat hen voor ogen staat. Als het vandaag niet luk, dan lukt het morgen misschien weer wel.

De drie koningen
(Maria Ommegang Bergen op Zoom 2011)
Open deur

Misschien zou – aan het begin van 2019 – een van de beste voornemens wel kunnen zijn, dat wij proberen meer respect voor elkaar op te brengen. Zo'n voornemen lijkt een beetje op het intrappen van een open deur. Maar toch is het in de praktijk vaak lastiger dan we in gedachten hadden. Want het betekent, dat je de ander de ruimte geeft om de eigen mening erop na te houden. Ook als die verschilt van jouw opvatting. We zijn vaak meer geneigd om alleen te kijken naar ons eigen belang en ons eigen gelijk. We vinden het nodig om de ander te overtuigen, gunnen hem zijn opvatting niet echt. En zo laten mensen elkaar gemakkelijk links liggen, of erger: verketteren elkaar omdat ze het niet met elkaar eens zijn.

zondag 30 december 2018

Toegewijd aan de dingen van God

Overweging bij het feest van de Heilige Familie (jaar C)

Lezingen: 1 Samuël 1,20-22.24-28; Lucas 2,41-52

De Heilige Familie. Glas-in-lood-raam
in de St. Willibrordusbasiliek te Hulst
Een tijd geleden kwam ik op een internetpagina van een mevrouw die theezakjes verzamelt. Ze was daar inmiddels twaalf jaar mee bezig, en ze had er inmiddels 22.000. Er zitten ook enkele bijzondere tussen, zoals een theezakje dat gebruikt is als campagnemateriaal bij de verkiezing van de vice-president van Amerika in 1968. De interesse van een verzamelaar kan heel ver gaan. Niet alleen het zakje zelf, ook de geschiedenis erachter is voor de verzamelaar van belang. En ook de manier waarop de zakjes worden opgeborgen en gerubriceerd. Kortom, alles staat in het teken van de verzameling. En je merkt al gauw dat de verzamelaar helemaal opgaat in zijn hobby.

Vandaag wordt ons in het evangelie verteld, hoe Jezus helemaal opgaat in het gesprek met de leraren in de tempel. Hij is daar zo mee bezig, dat hij zich de verontrusting en angst van zijn ouders niet kan voorstellen. Maar misschien wil Lucas, de evangelist, nog iets anders duidelijk maken met dit verhaal. Want we moeten ons goed realiseren, dat het allereerst een geloofsverhaal is. Het is vooral bedoeld als uitnodiging om de dingen in het perspectief van God te zien.

Toegewijd zijn

Als je het Lucasevangelie vanaf het begin doorleest, dan zijn we hier bij een passage aangekomen, waarin Jezus voor het eerst zelf aan het woord is. Die allereerste woorden geven meteen aan, waar het hem om te doen is. Ze geven dus als het ware zijn programma, zijn levenskeuze weer. Jezus verbaast zich over de zoektocht van Maria en Jozef. Hij vraagt: 'Wisten jullie dan niet, dat ik in het huis van mijn vader moest zijn?' In de oorspronkelijke Griekse tekst staat er: 'Bezig zijn met de dingen van mijn Vader.' Dat is de levenskeuze, die vanaf het begin duidelijk gemaakt moet worden aan de lezers en toehoorders van Lucas. Bezig zijn met de dingen van mijn Vader: dat is waar Jezus helemaal in zal opgaan. En als je hem wilt zoeken, als je wilt weten wie hij is, dan moet je weten dat hij helemaal is toegewijd aan de dingen van God.

Dat 'toegewijd zijn aan God' hebben we ook beluisterd in het verhaal uit de eerste lezing. Hanna is een vrouw op leeftijd. Vanuit het onvervulde verlangen naar een zoon richt zij een vurige smeekbede tot God. En dan gebeurt, wat in menselijke ogen niet voor mogelijk werd gehouden. Een bejaarde vrouw krijgt een zoon, krijgt daarmee nieuwe toekomst en onverwacht perspectief. De onverwachte geboorte van een kind uit onvruchtbare ouders is in de Bijbel een bekend verhaalmotief. Denk bijvoorbeeld aan de geboorte van Johannes de Doper, en aan de geboorte van Jezus zelf uit een ongehuwde moeder. Met die verhalen willen de bijbelse vertellers aangeven, hoezeer dit kind een 'geschenk van God' is. Want waar mensen uit zichzelf niet bij machte zijn om nieuwe toekomst te scheppen, waar ze om zo te zeggen 'onvruchtbaar' zijn, daar kan alleen met Gods hulp nieuwe toekomst gecreëerd worden. En daarom doet Hanna haar belofte gestand als haar diepste verlangen wordt verhoord. Ze wijdt haar kind toe aan God, brengt het naar de tempel en laat het opvoeden door de priester Eli.

Een ongehoord nieuw begin

Toegewijd zijn aan de dingen van God. Zo was het bij Samuël, zo is het bij Jezus. Hij zal zichzelf zozeer vertrouwd maken met wat God voor ogen staat, dat hij hem zijn Vader wil noemen. En dat is – in de geschiedenis van de godsdiensten – een ongehoord nieuw begin. Een God die je mag aanspreken als Vader en als Moeder. Een God tot wie je geen afstand hoeft te bewaren. Een God tot wie alle mensen zich mogen verhouden als kinderen. Een God bij wie je veiligheid en geborgenheid kunt voelen, bij wie je thuis kunt komen.

En vanuit die geborgenheid, vanuit die ervaring van je thuis voelen, kun je opnieuw de andere kant uitgaan, kun je de wereld intrekken. Zowel Samuël als Jezus verlaten de besloten kring van het huisgezin. Juist vanuit hun toegewijd-zijn zetten ze zich in voor, voegen ze zich naar datgene wat God voor ogen staat. En wat dat concreet betekent, is af te leiden uit hoe Jezus in zijn leven verder vorm geeft aan die vertrouwelijkheid met God. Hij laat zien, dat mensen – juist als ze klein gehouden worden – toch tot hun recht mogen komen, omdat ze allemaal kinderen van God zijn. Hij laat zien, dat het zoeken naar recht en gerechtigheid uiteindelijk de enige weg is om onze wereld te maken tot een bewoonbare plek voor ieder mens.

Een onvermoede toekomst

Zoeken naar gerechtigheid begint waar mensen elkaar van harte het goede toewensen. En zich daar ook hard voor maken. Er zijn ouders, die in hun dagelijkse zorg voor hun kinderen laten zien wat de kracht is van trouw en liefde. Er zijn mensen die een belangrijk deel van hun vrije tijd geven om asielzoekers en nieuwe Nederlanders wegwijs te maken in onze samenleving. Er zijn collega’s op het werk, leerkrachten op school, verpleegkundigen, detailhandelaars en muzikanten, die meer doen dan wat strikt van hen gevraagd wordt. Zo houden ze de belofte levend, dat onze wereld er anders, beter, veiliger, eerlijker en rechtvaardig kan uitzien. Dan wordt er ook in onze dagen iets zichtbaar van dat zoeken naar gerechtigheid, waar Jezus zo vol van was. Het gebeurt overal waar mensen nieuwe, onverwachte kansen krijgen, waar ze een nieuwe, onvermoede toekomst zien opengaan. Daar vormen wij samen een grote familie. Daar zijn wij op weg om samen een heilige familie te worden, toegewijd aan de dingen van God.