Overweging op de 20e zondag door het jaar (jaar C)
Lezingen: Jeremia 38,4-6.8-10; Lucas 12,49-53
Er zijn mensen die met een enorme bezieling kunnen praten over een boek dat ze hebben gelezen of over een film die ze hebben gezien. Er zijn ook mensen die met groot enthousiasme kunnen spreken over hun vrijwilligerswerk voor de scouting. Of over de rondleidingen die ze geven in een mooi natuurgebied. Er zijn ook mensen die zich met een sterke
drive inzetten voor asielzoekers of voor het behoud van bijvoorbeeld de Waddenzee. En eigenlijk heeft ieder van mens wel een bepaalde gedrevenheid. Bepaalde aspecten in het leven zij voor haar of hem van grote betekenis.
 |
| Afbeelding: publicdomainpictures.net |
De lezingen van vandaag laten zien, hoe mensen gedreven worden in hun verlangen naar rechtvaardigheid. Maar het betekent vaak, dat je je nek moet uitsteken. Het maakt je kwetsbaar. Je kunt het mikpunt worden van spot of hoon. Of je krijgt te maken met laster of fysieke bedreiging.
Subversief
Ook de profeet Jeremia heeft daarmee te maken. Jeremia leeft in een turbulente tijd. Rond 586 voor Christus wordt Jeruzalem ingenomen door de Babyloniërs. Een groot deel van de politieke en economische elite wordt gedeporteerd. Jeremia verwijt koning Sedekia, dat hij zich niet bekommert om het woord van God. Jeremia zou daarmee het moreel van de strijdbare mannen ondermijnen. Op zo'n subversieve instelling zitten de machthebbers niet te wachten. Gevolg: Jeremia wordt in een put gezet, met een zekere dood in het vooruitzicht. Hij mag van geluk spreken, dat er nog één rechtvaardige is die de koning op andere gedachten weet te brengen. Ebed-Melech neemt het op voor Jeremia.