Posts tonen met het label gedreven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedreven. Alle posts tonen

18 augustus 2019

Moedige keuzes

Overweging op de 20e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Jeremia 38,4-6.8-10; Lucas 12,49-53

Er zijn mensen die met een enorme bezieling kunnen praten over een boek dat ze hebben gelezen of over een film die ze hebben gezien. Er zijn ook mensen die met groot enthousiasme kunnen spreken over hun vrijwilligerswerk voor de scouting. Of over de rondleidingen die ze geven in een mooi natuurgebied. Er zijn ook mensen die zich met een sterke drive inzetten voor asielzoekers of voor het behoud van bijvoorbeeld de Waddenzee. En eigenlijk heeft ieder van mens wel een bepaalde gedrevenheid. Bepaalde aspecten in het leven zij voor haar of hem van grote betekenis.

Afbeelding: publicdomainpictures.net
De lezingen van vandaag laten zien, hoe mensen gedreven worden in hun verlangen naar rechtvaardigheid. Maar het betekent vaak, dat je je nek moet uitsteken. Het maakt je kwetsbaar. Je kunt het mikpunt worden van spot of hoon. Of je krijgt te maken met laster of fysieke bedreiging.

Subversief

Ook de profeet Jeremia heeft daarmee te maken. Jeremia leeft in een turbulente tijd. Rond 586 voor Christus wordt Jeruzalem ingenomen door de Babyloniërs. Een groot deel van de politieke en economische elite wordt gedeporteerd. Jeremia verwijt koning Sedekia, dat hij zich niet bekommert om het woord van God. Jeremia zou daarmee het moreel van de strijdbare mannen ondermijnen. Op zo'n subversieve instelling zitten de machthebbers niet te wachten. Gevolg: Jeremia wordt in een put gezet, met een zekere dood in het vooruitzicht. Hij mag van geluk spreken, dat er nog één rechtvaardige is die de koning op andere gedachten weet te brengen. Ebed-Melech neemt het op voor Jeremia.

21 mei 2017

Gedreven mensen

Overweging bij de 6e zondag van Pasen (jaar A)

(Lezingen: Handelingen 8,5-8.14-17; Johannes 14,15-21)

De eerste zelfstandige stapjes van een kind zijn een moment van vreugde en bevestiging. Vreugde is er, want het kind ontdekt dat het zich op een nieuwe manier kan voortbewegen. Vreugde is er ook omdat de steeds aanwezige angst om te vallen is overwonnen. Maar bevestiging is er ook, want de omgeving roept: 'Jáá, je kunt het!'

In de eerste lezing kunnen we een vergelijkbaar proces waarnemen. Hier gaat het om de eerste stappen van de christenen op hun tocht door de wereld. Filippus is naar Samaria gegaan, naar een stad die zo'n 70 km van Jeruzalem verwijderd is. Dat hij daar vrijwel meteen een groot succes heeft met zijn verkondiging, mag verwonderlijk heten. De Joden beschouwden de Samaritanen als 'bastaardvolk': het zijn geen echte kinderen van Israël. De spanning tussen Joden en Samaritanen is juist ook ingegeven doordat ze in alle opzichten zo dicht bij elkaar staan: geografisch, cultureel en zeker ook religieus. Misschien kunnen wij die spanning het best vergelijken met Nederlanders en Duitsers. Als iemand ons voor een Australiër aanziet, kunnen we daar alleen maar om lachen, maar als iemand een Nederlander een Duitser noemt, dan zijn we daar niet gelukkig mee.