Overweging op de 6e zondag door het jaar (jaar C)
Lezingen: Jeremia 17,5-8; Lucas 6,17.20-26
Soms kunnen kleine kinderen spontaan en op een ontwapenende manier hun vertrouwen geven aan wildvreemde mensen. Naarmate ze ouder worden gaat van die spontaniteit vaak wel een stuk verloren. Maar het is te hopen, dat mensen toch iets blijven behouden van de manier waarop ze geleerd hebben hun vertrouwen te geven aan anderen.

De wijze waarop je vertrouwen hebt in anderen, is het centrale thema van de lezingen. En dan gaat het voornamelijk om je vertrouwen in Gods woord. De profeet Jeremia laat scherp het verschil zien tussen degene die
uitsluitend op mensen vertrouwt en degene die vertrouwt op God. Het verschil wordt zo scherp aangezet, dat het lijkt alsof je maar helemaal niet meer op mensen moet vertrouwen. Dat zal toch niet het geval zijn, want dan kunnen we onze samenleving wel opdoeken. Wat Jeremia wil verduidelijken is, dat je niet op de vergankelijke belofte van mensen moet vertrouwen. Het is beter om te vertrouwen op de duurzame toezegging van God. Want mensen, die allerlei bewijzen en zekerheden nodig hebben, zijn vaak angstige mensen. Ze missen een open levenshouding. Ze proberen krampachtig vast te houden aan wat uiteindelijk toch door je vingers glipt. Deze mensen kun je vergelijken met een kale struik in een dorre steppe. Maar wie vertrouwt op de solide belofte van Gods genade lijkt op een groene boom aan het water: omdat hij diep geworteld is, kan hij een periode van droogte met succes doorstaan.