Posts tonen met het label goed en kwaad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label goed en kwaad. Alle posts tonen

05 november 2017

Omgaan met imperfectie

Beschouwing

De tragische gebeurtenissen rond het zoeken en vinden van het lichaam van Anne Faber hebben in de samenleving veel los gemaakt. Door gebeurtenissen als deze wordt nieuwe voeding gegeven aan een maatschappelijke discussie, waarin geen eenduidige antwoorden te geven zijn. De worsteling over de bewegingsruimte van zedendelinquenten legt een pijnpunt bloot in onze samenleving, waarvoor geen simpele oplossing beschikbaar is. Het mag duidelijk zijn, dat wie schade toebrengt aan individuen of groepen binnen onze samenleving, daarvan (zoveel als mogelijk) moet worden weerhouden. Of – in geval van reeds berokkende schade – daarvoor moet worden bestraft volgens de geldende rechtspraak. En wanneer de dader zijn/haar straf heeft uitgezeten, moet er de mogelijkheid zijn om op een of andere wijze terug te keren in de samenleving.

Maakbaar

Laat mij heel duidelijk zijn. Gedwongen seksuele omgang met kinderen of volwassenen, op welke wijze dan ook, keur ik ten stelligste af. En tegelijk constateer ik, dat de maatschappelijke onrust, die ontstaat wanneer bekend wordt dat een veroordeelde (zeden)delinquent vrij komt, een verontrustend signaal is van iets dat veel dieper zit. De vraag is immers, hoe wij als samenleving omgaan met het imperfecte. Het algemene aanvoelen is: het kwaad dat ooit is aangericht, kan, mag en zal niet meer worden getolereerd. De persoon, die dat onheil op zijn geweten heeft, mag op geen enkele wijze de kans krijgen terug te vallen in het kwalijke gedrag. Dat willen we niet meer zien gebeuren. En dus moet de dader zover mogelijk verwijderd worden van waar wij het kwaad zouden kunnen waarnemen. Het is deze maatschappelijke onrust die ertoe leidt, dat we een mogelijke toekomstige recidivist feitelijk de toegang tot onze samenleving ontzeggen.

18 september 2016

Het kwaad te slim af

Overweging bij de 25e zondag door het jaar (jaar C)
Start van de Vredesweek

Lezingen: Amos 8,4-7; Lucas 16,1-13

Het bericht in de krant van afgelopen vrijdag loog er niet om: het extra geld dat de overheid beschikbaar stelt voor goede zorg wordt teveel gebruikt om nog meer managers en ict-ers te betalen. Zo komt goede zorg niet terecht bij de mensen die deze zorg het hardst nodig hebben. Er worden veel, misschien wel te veel regeltjes en wetten opgesteld die zo mogelijk alles in ons land onder controle moeten houden. Maar het lukt in Nederland (en elders) kennelijk niet om onze hebzucht onder controle te houden. Dat wordt door velen als zeer onrechtvaardig gevoeld. En die onrechtvaardigheid komt misschien wel het hardst aan bij mensen met een kleine beurs.

Ongenoegen, onvrede

De onrechtvaardigheid maakt in mensen gevoelens van ongenoegen wakker. En ongenoegen – als het niet serieus wordt genomen – kan een stevige aanjager zijn van onvrede. Dat beseft ook de profeet Amos, die we in de eerste lezing aan het woord hebben gehoord. Amos, afkomstig uit het zuidelijke Juda, keert zich tegen de rijke kooplui uit het noordelijk gelegen Israël. Namens God stelt hij hen in staat van beschuldiging: wegens corruptie, bedrog en valsheid in geschrifte. Dat zij daarbij vooral arme en rechteloze mensen benadelen, maakt hun schuld – in de ogen van God – alleen nog maar groter.  Hij heeft immers altijd een zwak gehad voor de armen en eenvoudigen. Daarom beëindigt Amos zijn striemende aanklacht met de woorden: 'De Heer heeft gezworen bij de heerlijkheid van Jakob: Geen van hun daden zal Ik ooit vergeten!'

22 november 2015

De beslissing valt nú

Overweging op bij het feest van Christus, Koning van het Heelal (jaar B)

Lezingen: Daniël 7,13-14; Johannes 18,33b-37

De nervositeit in heel Europa, ook in Nederland, is groot na de terroristische aanslagen in Parijs op 13 november. Natuurlijk, het gewone leven gaat door –  zo goed als mogelijk. Maar er worden ook maatregelen genomen om zoveel mogelijk risico's uit te sluiten, zoals het afgelasten van de vriendschappelijke voetbalwedstrijd tussen Duitsland en Nederland. Regeringsleiders roepen op tot het bewaren van de kalmte; ze houden ons voor om ons niet bang te laten maken.

Het lijkt wel alsof er een strijd wordt uitgevochten tussen goed en kwaad op het scherpst van de snede. In die krachtmeting wordt ervan uitgegaan dat er een eenduidig onderscheid is tussen wie aan de juiste kant staat en wie niet. En ook, dat het erom gaat om de juiste kant naar de overwinning te voeren. De positie van de winnaar immers is een comfortabele plek. Jij hebt het voor het zeggen, en wat jij wil, dat gebeurt. Maar wat je dan vaak ziet gebeuren, is dat juist die 'ander' daardoor niet tot zijn recht mag komen. En als de 'verliezer' uiteindelijk niet ook recht wordt gedaan, dan kunnen er gevoelens van onvrede ontstaan, gevoelens van wrok en haat. En daarmee is de oorzaak gegeven voor weer nieuwe conflicten en onvrede.

20 juli 2014

Als het graan rijp is...

Overweging op de 16e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Wijsheid 12,13.16-19; Matteüs 13,24-30

Iedere landbouwer doet alle mogelijke inspanningen om de opbrengst van zijn akkers zo optimaal mogelijk te maken. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen hoort daar ook bij. En bij het oogsten wordt het graan gescheiden van het stro, zodat beide eindproducten nog een mooie opbrengst krijgen. Dat is de manier waarop mensen, vanuit economisch oogpunt, streven naar het maximaliseren van de winst.


De mannen, die in dienst zijn bij de landbouwer uit het verhaal dat Jezus ons voorhoudt, denken vanuit een vergelijkbaar kader. Onkruid verkleint de opbrengst, dus dat kun je het beste maar bestrijden en verwijderen. Toch moeten we goed kijken naar de vraag, in welk verband Jezus dit verhaal vertelt. Hij begint met: 'Het rijk der hemelen lijkt op...' Hij heeft het dus over een andere orde, over een totaal andere manier van zien dan het gewone menselijke bekijken van de aardse dingen. Het rijk der hemelen vraagt geen economische benaderingswijze, die – kort door de bocht gezegd – alleen uit is op vergroten van de winst. Het rijk der hemelen vraagt eerder een zienswijze, waarin ook ruimte is voor minder productieve factoren. Het is een manier van benaderen, die verder kijkt dan alleen een kosten-batenanalyse.

29 juni 2014

Het kwade schreeuwt, het goede fluistert

Toen enkele maanden geleden de berichten in de pers kwamen over het seksueel misbruik door twee (inmiddels overleden) Nederlandse bisschoppen, heb ik daar met plaatsvervangende schaamte kennis van genomen. Het nieuws werd in de media breed uitgemeten. Pijnlijk maar terecht. Pijnlijk misschien allereerst voor de slachtoffers om opnieuw geconfronteerd te worden met het onrecht dat hen werd aangedaan. Zou het hen enige genoegdoening kunnen geven, nu de waarheid eindelijk aan het licht komt? Maar pijnlijk ook voor alle gelovigen die hun best doen om het rechte pad te bewandelen, terwijl sommige van hun leidsmensen alleen maar de schone schijn kunnen ophouden. En toch is het is goed dat er meer en meer transparantie komt over deze afschuwelijke praktijken.

Zo is de gangbare realiteit van onze nieuwsgaring: niet alleen in de krant, op TV of via de sociale media, maar ook in de gesprekken van de dag of tijdens verjaardagsfeestjes. Over het kwade wordt geschreeuwd, terwijl het goede slechts fluisterend aan de orde komt. Toch is het van groot belang, dat wij als gelovige mensen meer en meer de focus verleggen naar het spreken over het goede, ook al gebeurt dat slechts fluisterend. Al haalt dit dan niet de voorpagina, toch is het belangrijk om het goede te doen en te zeggen, ongeacht het kleine of grote 'effect' daarvan.