Posts tonen met het label 1e zondag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1e zondag. Alle posts tonen

29 november 2020

Tussen lauwheid en toewijding

Overweging bij de 1e zondag van de Advent (jaar B)

Lezingen: Jesaja 63,16b-17.19b; 64,3b-8; Marcus 13,33-37

Claudia is een week naar haar moeder, die woont in het oosten van het land. Voor de gezelligheid, maar ook om een stuk mantelzorg te verlenen. Peter, haar man, moet zich dan even zelf zien te bedruipen. Ja, dat voelt toch anders als moeder de vrouw van huis is. Hij kan meer zijn eigen gang gaan, maar moet tegelijk zelf voor zijn eten zorgen en de was bijhouden. In zo'n situatie kun je de zorg voor het huishouden op twee manieren voor je rekening nemen. Je doet de noodzakelijke dingen om, als Claudia weer thuis komt, gedonder te voorkomen. Of je kunt zorgen, dat ze een warm welkom ervaart, bijvoorbeeld doordat er een bloemetje in huis is en de gezamenlijke maaltijd speciale aandacht krijgt. De eerste houding – zou je kunnen zeggen – is er een van 'op je hoede zijn',  de tweede van een hartelijke en warme thuiskomst. De eerste weerspiegelt een gevoel van kilte en onverschilligheid, misschien ook angst, de tweede van toewijding en genegenheid.

De woorden uit het evangelie klinken alsof ze passen bij de eerste houding. Want Jezus begint met woorden die nogal dreigend klinken: 'Weest op uw hoede.' Dat heeft iets van: jezelf schrap zetten, alert zijn op mogelijk gevaar. We kunnen ons afvragen, waarom Jezus zo'n waarschuwende toon gebruikt als hij in gesprek is met vier van zijn volgelingen. De passage die de evangelist Marcus ons vandaag voorhoudt, wordt (als je zijn verhaal verder zou lezen) vrijwel meteen gevolgd door de laatste maaltijd van Jezus en zijn vrienden. En we weten hoe het verder gaat: de gruwelijke lijdensweg met Jezus' dood als voorlopig sluitstuk.

01 december 2019

Toekomst dichterbij brengen

Overweging op de 1e zondag van de Advent (jaar A)

Lezingen: Jesaja 2,1-5; Romeinen 13,11-14; Matteüs 24,37-44

Agenten en ambulanceverplegers worden meer en meer geconfronteerd met agressie, ook als ze niet in dienst zijn. Er is veel onrust in de onderwijswereld, in de zorgsector, onder boeren, in de wereld van aannemers. Bij de integriteit van regeringsleiders worden serieuze vraagtekens geplaatst. Ook in ons persoonlijke leven is er vaak onrust, frustratie, teleurstelling of ernstige ziekte. Sommige mensen zien maar geen licht in hun dagen. Het seizoen doet daar nog een schepje bovenop: kou, duisternis en neerslag drijven ons naar de warme huiskamer.

Verlangen

Toch leeft het verlangen in ieder mens om te kunnen leven in veiligheid en harmonie. Mensen verlangen naar vrede en rechtvaardige verhoudingen. Het is een verlangen van vandaag, maar ook van lang geleden. We hebben dat beluisterd in de woorden van de profeet Jesaja. We moeten ons de volgende situatie voorstellen. In de achtste eeuw voor onze jaartelling was Juda, in het zuidelijke deel van het huidige Israël, een welvarend land. Maar de leiders van het volk hebben zich verrijkt ten koste van de gewone man. De weduwen en de wezen wordt geen recht verschaft. In die omstandigheden klinkt het visioen, dat we hoorden in de eerste lezing: Op het einde der dagen zullen alle volken optrekken naar de berg van de Heer. Dat wil zoveel zeggen als: dan zal er weer recht gesproken worden, dan zullen de machthebbers niet meer over de armen heen lopen. Dan, op het einde der dagen.

10 maart 2019

Proeve van bekwaamheid

Overweging op de 1e zondag van de Veertigdagentijd (jaar C)

Lezingen: Deuteronomium 26,4-10; Lucas 4,1-13

Of iemand geschikt is voor een bepaalde taak, dat is niet steeds op voorhand duidelijk. Je moet ervoor opgeleid zijn, toegerust worden, ervaring hebben opgedaan, misschien wel stage hebben gelopen. Gaandeweg wordt in dat traject van voorbereiding pas duidelijk, of je geschikt bent om bijvoorbeeld bakker te worden, een baan in het onderwijs aan te kunnen, een leidinggevende functie te vervullen of adviezen te geven bij de verkoop van bepaalde producten. Toetsing van je vaardigheden vormt steeds een onderdeel van deze voorbereiding.

In het evangelie hebben we gehoord hoe Jezus wordt getoetst. Het afleggen van zijn proeve van bekwaamheid gaat vooraf aan zijn optreden als leraar en geestelijk leidsman. Het examen bestaat uit drie onderdelen. De satan treedt op als examinator, maar het eindoordeel wordt gegeven door God zelf. De vakken waarin Jezus wordt geëxamineerd zijn geloof, hoop en liefde.

Toetsen

De eerste toets lijkt voor de examinator een schot voor open doel. Na een periode van veertig dagen vasten kan het niet anders, of Jezus heeft honger. De satan kent een simpele oplossing. 'Jij bent toch de zoon van God? Dan moet het toch een koud kunstje zijn om van deze stenen brood te maken?' Ik kan me voorstellen, dat de verleiding groot is om op een snelle manier je honger te stillen. Maar Jezus wil niet meegaan in die gedachtegang. Hij gaat voor de lange termijn-oplossing. De mens leeft niet van brood alleen. Want wat het leven echt de moeite waard maakt, dat is de liefde: die van mensen onderling en ook de wederzijdse liefde van God en mensen. Het brood dat gedeeld wordt zonder liefde is smakeloos. Pas wanneer het deeg wordt vermengd met liefde, pas wanneer de gerechten met zorg en toewijding zijn bereid, krijgt het delen van voedsel zijn werkelijke betekenis. Want je deelt niet alleen het voedsel met elkaar, je deelt het leven met elkaar.

02 december 2018

Ontmoeting met God

Overweging op de 1e zondag van de Advent (jaar C)

Lezingen: Jeremia 33,14-16; Lucas 21,25-28.34-36

Ter inleiding


Het advent is begonnen vandaag.
We mogen ons hoopvol richten op het groeien van het licht
tegen de duisternis in.
We mogen uitzien naar het Kind van Bethlehem,
we worden opgeroepen om waakzaam te zijn.
Daarom is het goed, aan het begin van het nieuwe kerkelijke jaar,
(als een soort van goed voornemen) eens nadenken over de manier
waarop wij samen de viering van woord en communie beleven.
In het kerkelijk samenkomen hopen wij immers op een ontmoeting met God zelf.


Wanneer we samenkomen om liturgie te vieren, dan doen we dat om iets te ervaren van Gods aanwezigheid in ons bestaan. Natuurlijk hoop je dat die aanwezigheid zich niet beperkt tot wat we hier in de kerk beleven. Maar hier, in het huis van God, willen we met bijzondere aandacht ons open stellen voor wat hij (sommige mensen zeggen ook wel: zij) ons wil aanreiken.

Oppoetsen

Wanneer we samen komen om liturgie te vieren, dan bestaat de mogelijkheid dat dit op den duur een gewoonte is geworden. Je staat niet meer zo heel bewust stil bij wat er gebeurt tijdens zo'n viering. Maar het is net als met het onderhouden van een relatie met je partner of met vrienden: wanneer er een zekere vanzelfsprekendheid of misschien zelfs een sleur optreedt, dan moet je de verhoudingen zo nu en dan eens goed oppoetsen.

Wanneer we samen komen om liturgie te vieren, dan is het goed om ons ervan bewust te zijn dat er verschillende soorten vieringen zijn. Een eucharistieviering met de priester als voorganger is in essentie een andere viering dan een dienst van woord en communie. In die laatste is de voorganger een niet-gewijde, of het nu gaat om een beroepskracht of om een goed toegeruste vrijwilliger. Het is belangrijk om in te zien dat een viering van woord en communie niet kan plaats vinden als er niet vooraf eucharistie is gevierd. Het brood immers dat tijdens de viering van woord en communie wordt gedeeld moet immers vooraf door de priester zijn geconsacreerd in de eucharistie.

Herkenbaar

Daarmee is de aard van de viering van woord en communie essentieel anders dan de eucharistie. Deze viering is immers geen sacrament, en daar moet ze ook niet op lijken. Daar moeten we ons goed bewust van zijn. En daarom zijn bepaalde onderdelen van de viering van woord en communie wezenlijk anders, en ook anders geordend, dan in de eucharistieviering.

De viering van het woord komt vrijwel overeen met die van de eucharistie. Dat is een prima zaak en bevordert de herkenbaarheid van het liturgische samenkomen. Het belangrijkste onderscheid met de eucharistie is de dienst van de communie. Er is geen sprake van een offerande, die immers alleen door de priester wordt verricht in de eucharistie. Daarom moet ook het lied tijdens de collecte zorgvuldig worden gekozen, want er moet geen enkele verwijzing naar de wijn in voorkomen. Het heet daarom ook geen offerandelied, maar een collectelied.

Respect en eerbied

De viering van de communie begint met de vredeswens. Door het instemmend luisteren naar Gods Woord, zijn allen met elkaar verbonden. Deze verbondenheid wordt tot uitdrukking gebracht door het uitwisselen van de vrede van Christus naar elkaar, zodat men daadwerkelijk als broeders en zusters deelneemt aan de heilige communie. Pas wanneer we elkaar de vrede hebben toegewenst, ontstaat er ruimte dat de Heer in ons midden komt. Daarom gaat de vredeswens vooraf aan het halen van het heilig brood (teken immers van Christus zelf) uit het tabernakel.

Verder wordt het heilig brood in de viering van woord en communie niet geconsacreerd. Dat is immers al gebeurd door de priester in de eucharistie. Het brood dat in die viering overbleef is met respect en eerbied geplaatst in het tabernakel. Het brood wordt nu met eerbied en veelal in stilte vanuit het tabernakel en niet vanaf de credens geplaatst op de tafel. Van belang is het om hier niet de term 'altaar' te gebruiken, want dat betekent 'offertafel'; en het offerkarakter hoort nu juist thuis in de eucharistie. In een kleine processie worden deze eucharistische gaven op de tafel geplaatst. De misdienaars plaatsen hun kaarsen bij of op de tafel. Tijdens de processie wordt uit eerbied een stilte gehouden, de gelovigen gaan staan als teken van respect voor de aanwezigheid van Christus zelf in het heilig brood. Een andere optie (in plaats van de stilte) is dat een lied wordt gezongen.

Ontmoeting met God

Tenslotte is een belangrijk onderscheid met de eucharistie dat er geen tafelgebed (eucharistisch gebed) wordt gebeden. In plaats daarvan wordt een dankgebed gebruikt, dat niet voor maar na het communiceren wordt gebeden. Niet alleen de aard maar ook de plaats van het dankgebed maakt het onderscheid met de eucharistieviering duidelijk. De viering van woord en communie is immers geen gemankeerde eucharistieviering, maar in essentie een andere, want niet-sacramentele viering. Dat het in de beleving van sommige kerkgangers weinig uitmaakt of ze een eucharistieviering bijwonen of een viering van woord en communie is misschien wel begrijpelijk. Maar het blijft van belang om het verschil tussen de twee soorten vieringen te zien qua aard en qua opbouw. En daarom ook is het van belang om in beide soorten vieringen de spirituele aandacht op te brengen, die nodig is om de ontmoeting met God ook werkelijk een kans te geven.

Mogen we zo, op deze eerste zondag van het nieuwe kerkelijke jaar, de eerste zondag van de Advent, ons voorbereiden op de ontmoeting met God die wij hopelijk ervaren in de viering van de geboorte van Christus, de Immanuel, God met de mensen.

03 december 2017

Voeding geven

Overweging bij de 1e zondag van de Advent (jaar B)

Lezingen: Jesaja 63,16b-17.19b; 64,3b-8; Marcus 13,33-37

Claudia is een week naar haar moeder, die woont in het oosten van het land. Voor de gezelligheid, maar ook om een stuk mantelzorg te verlenen. Peter, haar man, moet zich dan even zelf zien te bedruipen. Ja, dat voelt toch anders als moeder de vrouw van huis is. Hij kan meer zijn eigen gang gaan, maar moet tegelijk zelf voor zijn eten zorgen en de was bijhouden. In zo'n situatie kun je de zorg voor het huishouden op twee manieren voor je rekening nemen. Je doet de noodzakelijke dingen om, als Claudia weer thuis komt, gedonder te voorkomen. Of je kunt zorgen, dat ze een warm welkom ervaart, bijvoorbeeld doordat er een bloemetje in huis is en de gezamenlijke maaltijd speciale aandacht krijgt. De eerste houding – zou je kunnen zeggen – is er een van 'op je hoede zijn',  de tweede van een hartelijke en warme thuiskomst. De eerste weerspiegelt een gevoel van kilte en onverschilligheid, misschien ook angst, de tweede van toewijding en genegenheid.

De woorden uit het evangelie klinken alsof ze passen bij de eerste houding. Want Jezus begint met woorden die nogal dreigend klinken: 'Weest op uw hoede.' Dat heeft iets van: jezelf schrap zetten, alert zijn op mogelijk gevaar. We kunnen ons afvragen, waarom Jezus zo'n waarschuwende toon gebruikt als hij in gesprek is met vier van zijn volgelingen. De passage die de evangelist Marcus ons vandaag voorhoudt, wordt (als je zijn verhaal verder zou lezen) vrijwel meteen gevolgd door de laatste maaltijd van Jezus en zijn vrienden. En we weten hoe het verder gaat: de gruwelijke lijdensweg met Jezus' dood als voorlopig sluitstuk.

05 maart 2017

Minder voor meer

Overweging op de 1e zondag van de Veertigdagentijd (jaar A)

Lezingen: Genesis 2,7-9; 3,1-7; Matteüs 4,1-11

Reclame is de strategie van het verleiden. Veel reclameboodschappen zijn erop gericht om toch vooral het voordeel voor de klant uit te lichten. Maar laten we eerlijk zijn: uiteindelijk wil de aanbieder zijn producten aan de man brengen en eraan verdienen. Natuurlijk moet de verkoper ook zijn boterham kunnen verdienen, daar is niks mis mee. Maar als consument moet je wel goed weten wat je wilt. Is het echt nodig, dat je op die verleidelijke aanbieding ingaat? Of kun je de aankoop nog een tijdje uitstellen? Of is het zelfs zo, dat je heel goed kunt leven zonder de nieuwste telefoon, de smakelijke pizza of de sexy eau de toilette aan te schaffen?

Kwetsbaar

Verleiding is zou oud als de mensheid. Het gebeurt als mensen ingaan op voorstellen, die vooral het belang van de ander dienen En dat kan helemaal los staan van de vraag, of daarmee ook je eigen belangen, je echte behoeften zijn gediend. Je kunt je laten verleiden tot onmatig eten of drinken, tot het ingaan op ongepaste relaties, tot jezelf zodanig verliezen in je werk dat je persoonlijke contacten eronder gaan leiden, tot een leefstijl die geen of te weinig rekening houdt met de eisen van ons milieu. Verleid worden betekent vrijwel altijd, dat je ingaat op oneigenlijke motieven die je worden voorgespiegeld.

14 februari 2016

Bekoring of bekering

Overweging op de 1e zondag van de Veertigdagentijd (jaar C)

Lezingen: Deuteronomium 26,4-10; Lucas 4,1-13

De statistieken van het KNMI laten zien, dat de afgelopen drie maanden de  temperatuur behoorlijk hoger lag dan het langjarige gemiddelde. De rekening voor gas en licht zal misschien lager uitvallen dan vorig jaar. Of dit alles iets te maken heeft met de veranderingen van het klimaat, kan ik niet beoordelen. Maar alles bij elkaar genomen hoeven we ons geen zorgen te maken over onze inkomsten en onze directe toekomst. Heel anders ligt dat voor de bewoners van het het district Teso in het noordoosten van Oeganda. Daar hebben de klimaatveranderingen wel degelijk invloed op de inkomsten van de boerenbevolking. In deze Veertigdagentijd willen we ons afvragen wat wij kunnen betekenen voor de mensen in Oeganda. Want onze hulp aan de mensen in Oeganda betekent, dat we ons inzetten voor het behoud van de Gods schepping.

En: onze bijdrage aan de Vastenactie is niet alleen een kwestie van ons inzetten voor anderen. Het gaat ook om wat het voor onszelf betekent. Hebben we zelf belang bij de ondersteuning van de mensen in Oeganda? Niet eens zozeer in materiële zin, maar meer in spirituele zin. Want de Vastenactie is een concrete mogelijkheid om onszelf voor te bereiden op het feest van Pasen.