Overweging op de 24e zondag door het jaar (jaar B - Vredeszondag)
Zo'n twee eeuwen geleden ging het in een klein dorpje om de vraag wie de nieuwe burgemeester zou worden. De smid was niet alleen een man met grote fysieke kracht, hij had ook een grote mond, waar veel mensen van onder de indruk waren. De kleermaker was een iel mannetje, iemand van weinig woorden, maar je kon altijd op hem bouwen. De smid beweerde, dat hij elk voorwerp in het dorp met gemak kon optillen, en dat hij daarom de beste kandidaat was. De kleermaker daagde hem uit. Op het marktplein moest hij maar eens een kopspeld optillen. 'Ha! Makkie,' zei de smid. Maar met zijn grote mond had hij er geen rekening mee gehouden, dat de speld precies tussen de kinderkopjes terecht kwam. Hoe hij met zijn dikke vingers ook probeerde, hij kreeg de speld niet te pakken. De kleermaker, met zijn fijne vingers en met een goed verstand, raapte moeiteloos de speld op en werd de nieuwe burgemeester.
Soms zijn de zaken in ons leven anders dan ze op het eerste oog lijken. Bepaalde verhoudingen komen op hun kop te staan. En daarmee wordt uiteindelijk meer bereikt dan met grote, maar holle woorden. De lezingen van deze viering wijzen ons ook in die richting.
![]() |
| Foto: pixabay.com |
