Over het verschil tussen vorm en inhoud van geloven
Twee kleine mosterdzaadjes lagen in een grote bak gemoedelijk naast elkaar, te midden van honderdduizend andere zaadjes. Ze lagen te wachten tot ze in in de grond gestopt zouden worden om te ontkiemen.
Nu gebeurde het, dat het eerste mosterdzaadje geplant werd door een man, die de zaken in zijn leven gewoonlijk aanpakte als een realist. Hij liet zich geen knollen voor citroenen verkopen en baseerde zijn inschattingen enkel op wat hij zag. Hij maakte zich vaak grote zorgen over hoe de wereld in elkaar stak. Zijn vertrouwen in de medemensen kon je niet echt groot noemen. Hij hield niet van flauwekul en werkte hard, keihard om te voorzien in het onderhoud van zijn gezin. En hoe hij ook alles in het werk stelde om het mosterdzaadje te laten ontkiemen tot een grote, gezonde plant - er kwam niet veel meer uit de grond dan een armetierig, klein struikje.
Het tweede mosterdzaadje werd geplant door een man, die door veel mensen als een dromer werd beschouwd. Hij zag wel, wat er in de wereld allemaal verkeerd ging, maar hij liet zich daardoor zijn optimistische aard niet afnemen. Natuurlijk werd hij wel eens teleurgesteld, maar in de grond van de zaak had hij een stevig vertrouwen in andere mensen. Hij werkte hard, maar vond in zijn leven ook tijd voor pleziertjes en ontspanning. Een beetje naïef was hij, soms kwetsbaar, maar altijd overtuigd van de goede inborst van mensen. Het mosterdzaadje dat hij plantte, groeide uit tot een mooie, florissante mosterdstruik, waarin de vogels hun nesten bouwden en in de schaduw waarvan mensen konden uitrusten.

