Overweging bij de 23e zondag door het jaar (A)
Lezingen: Ezechiël 33,7-9; Romeinen 13,8-10; Matteüs 18,15-20
Op Omroep Zeeland Radio komt geregeld een spotje voorbij, waarin 'Goed bezig!' in verschillende toonaarden wordt geroepen. Het is een uitnodiging om via de radio een compliment te geven aan iemand die dat dik verdiend heeft. Soms moet je je ervan bewust worden, dat een compliment echt wel op zijn plaats is, want van de meeste dingen die goed gaan vinden we dat al snel heel normaal. Toch gaat het geven van een compliment ons doorgaans gemakkelijker af dan wanneer we een ander moeten terecht wijzen. Want zo'n terechtwijzing begint met de vaststelling, dat een ander iets verkeerd heeft gedaan. Maar als die constatering zonder gevolg blijft, dan doe je in feite zelf ook iets verkeerd.
