Posts tonen met het label gezondheidszorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezondheidszorg. Alle posts tonen

01 december 2019

Toekomst dichterbij brengen

Overweging op de 1e zondag van de Advent (jaar A)

Lezingen: Jesaja 2,1-5; Romeinen 13,11-14; Matteüs 24,37-44

Agenten en ambulanceverplegers worden meer en meer geconfronteerd met agressie, ook als ze niet in dienst zijn. Er is veel onrust in de onderwijswereld, in de zorgsector, onder boeren, in de wereld van aannemers. Bij de integriteit van regeringsleiders worden serieuze vraagtekens geplaatst. Ook in ons persoonlijke leven is er vaak onrust, frustratie, teleurstelling of ernstige ziekte. Sommige mensen zien maar geen licht in hun dagen. Het seizoen doet daar nog een schepje bovenop: kou, duisternis en neerslag drijven ons naar de warme huiskamer.

Verlangen

Toch leeft het verlangen in ieder mens om te kunnen leven in veiligheid en harmonie. Mensen verlangen naar vrede en rechtvaardige verhoudingen. Het is een verlangen van vandaag, maar ook van lang geleden. We hebben dat beluisterd in de woorden van de profeet Jesaja. We moeten ons de volgende situatie voorstellen. In de achtste eeuw voor onze jaartelling was Juda, in het zuidelijke deel van het huidige Israël, een welvarend land. Maar de leiders van het volk hebben zich verrijkt ten koste van de gewone man. De weduwen en de wezen wordt geen recht verschaft. In die omstandigheden klinkt het visioen, dat we hoorden in de eerste lezing: Op het einde der dagen zullen alle volken optrekken naar de berg van de Heer. Dat wil zoveel zeggen als: dan zal er weer recht gesproken worden, dan zullen de machthebbers niet meer over de armen heen lopen. Dan, op het einde der dagen.