Posts tonen met het label 6e zondag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 6e zondag. Alle posts tonen

09 mei 2021

Wonen in de liefde

Overweging bij de 6e zondag van Pasen (B)

Lezingen: Handelingen 10,25v.34v.44-48; Johannes 15,9-17

Afbeelding: Pixabay.com
Van iemand die jou na aan het hart ligt, kun je gemakkelijk houden. Al moet je ook erkennen, dat er momenten zijn waarop dat niet zo goed lukt. Met je partner, je kind of je ouders kun je een diepe verbondenheid voelen, ondanks situaties waarin je verschil van inzicht ondervindt. Misschien is dat wel de juiste invulling van wat liefde in wezen betekent: dat je elkaar kunt accepteren met alle mooie en minder mooie kanten erbij. Je zou kunnen zeggen, dat het diepe gevoel van verbondenheid een andere vertaling is van het begrip liefde. Het besef van die verbondenheid maakt het mogelijk om over de grenzen van je eigen overtuiging of over de beperkingen van je eigen gelijk heen te stappen.

Dat besef van verbondenheid zien we treffend terug in de gebeurtenis die wordt beschreven in de eerste lezing. Cornelius is een Romeinse legerofficier, die zich tot de christelijke opvatting voelt aangetrokken. Zijn knieval voor Petrus komt voort uit het Romeinse gebruik eer te bewijzen aan wie hoger staat. Maar Petrus acht zichzelf niet hoger dan Cornelius. Een knieval is alleen gepast voor Christus zelf. Als je het verhaal rondom deze gebeurtenis in zijn geheel zou lezen, dan merk je dat Petrus in een visioen ervan doordrongen raakt dat joden en niet-joden uitgenodigd zijn om één familie te worden. De reinheidsvoorschriften, die de joden verbieden om bijvoorbeeld varkensvlees te nuttigen, zouden een barrière kunnen zijn voor de verbondenheid met niet-joden. Het goddelijke visioen maakt Petrus duidelijk dat zulke barrières overwonnen kunnen en mogen worden als de liefde daartoe het fundament biedt. Verbondenheid tussen alle mensen die Gods kinderen zijn is belangrijker dan wat hen van elkaar doet verschillen, belangrijker dan wat scheiding teweeg kan brengen.

14 februari 2021

Waarnemen vanuit de periferie

 Overweging bij de 6e zondag door het jaar (B)

Lezingen: Leviticus 13,1-2.45-46; 1 Korinthe 10,31-11,1; Marcus 1,40-45

Nu het niet meer kan, of toch zeker minder kan, is de behoefte aan onderling contact groter dan gewoonlijk. De verbondenheid tussen mensen, waar we allemaal naar uitzien, wordt zichtbaar wanneer we elkaar spreken, elkaar kunnen omhelzen, elkaar ontmoeten door samen te eten. Precies nu we daarin beperkt worden door de noodzakelijke maatregelen vanwege het coronavirus merken we hoe het gebrek aan contact met familie, vrienden, collega's en klasgenoten ons aan het opbreken is. Samen zijn hoort bij het menselijk leven. En wanneer dat ontbreekt, voelen we we een gemis, voelen we ons niet compleet.

Regenboogkerk Gent 2013
Er zijn (behalve de coronamaatregelen) allerlei andere oorzaken denkbaar waardoor mensen in een sociaal isolement terecht kunnen komen. Langdurige ziekte, een ernstige handicap, gevangenschap – hoe terecht misschien ook – , schuldenproblematiek, een andere seksuele geaardheid, etnische afkomst, armoede, taalachterstand, leven als dakloze, ga zo nog maar even door… Sociaal isolement maakt, dat mensen niet de persoon zijn die ze zouden kunnen zijn, zouden kunnen worden. Als ik het eens heel vierkant mag zeggen: leven buiten de gemeenschap is geen leven. Je leeft in zo'n geval maar half. En wie van ons zou dat nou willen?

17 februari 2019

De gezindheid van het hart

Overweging op de 6e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Jeremia 17,5-8; Lucas  6,17.20-26

Soms kunnen kleine kinderen spontaan en op een ontwapenende manier hun vertrouwen geven aan wildvreemde mensen. Naarmate ze ouder worden gaat van die spontaniteit vaak wel een stuk verloren. Maar het is te hopen, dat mensen toch iets blijven behouden van de manier waarop ze geleerd hebben hun vertrouwen te geven aan anderen.

De wijze waarop je vertrouwen hebt in anderen, is het centrale thema van de lezingen. En dan gaat het voornamelijk om je vertrouwen in Gods woord. De profeet Jeremia laat scherp het verschil zien tussen degene die uitsluitend op mensen vertrouwt en degene die vertrouwt op God. Het verschil wordt zo scherp aangezet, dat het lijkt alsof je maar helemaal niet meer op mensen moet vertrouwen. Dat zal toch niet het geval zijn, want dan kunnen we onze samenleving wel opdoeken. Wat Jeremia wil verduidelijken is, dat je niet op de vergankelijke belofte van mensen moet vertrouwen. Het is beter om te vertrouwen op de duurzame toezegging van God. Want mensen, die allerlei bewijzen en zekerheden nodig hebben, zijn vaak angstige mensen. Ze missen een open levenshouding. Ze proberen krampachtig vast te houden aan wat uiteindelijk toch door je vingers glipt. Deze mensen kun je vergelijken met een kale struik in een dorre steppe. Maar wie vertrouwt op de solide belofte van Gods genade lijkt op een groene boom aan het water: omdat hij diep geworteld is, kan hij een periode van droogte met succes doorstaan.

06 mei 2018

Over grenzen heen

Overweging bij de 6e zondag van Pasen (jaar B)

Lezingen: Handelingen 10,25-26.34-35.44-48; Johannes 15,9-17

In het Vlaams hebben ze er zo'n mooie uitdrukking voor: Ik zie u gère. Het wil zeggen: mijn hart bloeit op als jij in mijn nabijheid bent. Het betekent niets meer of minder dan: ik hou van je. Als twee mensen dat tegen elkaar zeggen, dan is er een wederzijds verlangen om het elkaar naar de zin te maken, een verlangen ook om het beste in de ander naar boven te halen. Een verlangen om elkaar te ondersteunen in  dagen van voor- en van tegenspoed.

Weerbarstig
Afbeelding: pixabay.com

Dat klinkt natuurlijk erg mooi, maar de praktijk is soms weerbarstiger dan de woorden – als die woorden enkel blijven steken in theoretische idealen. Want je komt de ander ook tegen in situaties dat je elkaar irriteert of niet kunt verstaan. Het kan ook voorkomen, dat de ander ideeën of gedragingen heeft, die jou minder aantrekkelijk lijken. Het kan zelfs zijn, dat je over je eigen grenzen heen moet stappen om bij die ander te kunnen blijven. Dus dat je verzoening of vergeving moet aanbieden om de onderlinge band te behouden. Over grenzen heen stappen om ervoor te zorgen dat de relatie niet blijvend verstoord raakt.

21 mei 2017

Gedreven mensen

Overweging bij de 6e zondag van Pasen (jaar A)

(Lezingen: Handelingen 8,5-8.14-17; Johannes 14,15-21)

De eerste zelfstandige stapjes van een kind zijn een moment van vreugde en bevestiging. Vreugde is er, want het kind ontdekt dat het zich op een nieuwe manier kan voortbewegen. Vreugde is er ook omdat de steeds aanwezige angst om te vallen is overwonnen. Maar bevestiging is er ook, want de omgeving roept: 'Jáá, je kunt het!'

In de eerste lezing kunnen we een vergelijkbaar proces waarnemen. Hier gaat het om de eerste stappen van de christenen op hun tocht door de wereld. Filippus is naar Samaria gegaan, naar een stad die zo'n 70 km van Jeruzalem verwijderd is. Dat hij daar vrijwel meteen een groot succes heeft met zijn verkondiging, mag verwonderlijk heten. De Joden beschouwden de Samaritanen als 'bastaardvolk': het zijn geen echte kinderen van Israël. De spanning tussen Joden en Samaritanen is juist ook ingegeven doordat ze in alle opzichten zo dicht bij elkaar staan: geografisch, cultureel en zeker ook religieus. Misschien kunnen wij die spanning het best vergelijken met Nederlanders en Duitsers. Als iemand ons voor een Australiër aanziet, kunnen we daar alleen maar om lachen, maar als iemand een Nederlander een Duitser noemt, dan zijn we daar niet gelukkig mee.

12 februari 2017

Mensen uit één stuk

Overweging bij de 6e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Sirach 15,15-20; Matteüs 5,20-22a.27v.33-34a.37

Als je achter je huis een nieuw schuurtje wil bouwen, dan ga je niet maar in het wilde weg aan de gang. Je gaat eerst meten, je moet je afvragen hoeveel opslagruimte je nodig hebt, welk materiaal het beste gebruikt kan worden en wat de kosten zullen zijn. Kortom: eerst een goed plan maken en dan pas aan de slag. Ieder project, dat een mens aanpakt, begint met een uitgewerkt plan.

Richtingwijzer

Zo'n plan van aanpak wordt vandaag in het Matteüsevangelie uiteengezet door Jezus. In de bekende toespraak op de berg maakt hij zijn voornemens bekend. Of misschien is het juister om te zeggen, dat in de Bergrede de grondwet van het nieuwe Godsvolk wordt bekend gemaakt. Deze grondwet komt niet in plaats van, maar als voltooiing van de wet van Mozes. Jezus wil geen jota aan de wet van Mozes veranderen. Hij wil er wel op een andere, frisse manier mee omgaan. Het gaat hem om het vasthouden aan de oude geboden, maar dan met een vernieuwd elan. Niet de letter van de wet, maar de geest ervan is belangrijk.

01 mei 2016

De vrede leren

Overweging op de 6e zondag van Pasen (jaar C)

Lezingen: Handelingen 15,1-2.22-29; Johannes 14,23-29

Alle voorbereidingen voor de vakantie zijn getroffen. Het huis laat je netjes achter. Ramen en deuren goed op slot. De hond is naar het logeeradres. En de buurvrouw is gevraagd om de planten water te geven. Maar voor de zekerheid leg je toch nog een briefje naast de gieter, dat de zeemdoek in de emmer onder het aanrecht te vinden is. O ja, en je mobiele nummer zodat je bereikbaar bent voor het geval dat. Zo bereid je het huis – en ook je buurvrouw – voor op je afwezigheid van twee weken.

In het hart

Wat we in het evangelie hebben gehoord, dat is het voorbereiden van de leerlingen op de afwezigheid van Jezus. En die zal wat langer duren dan twee weken. Deze voorbereiding wordt niet geschreven op een briefje naast de gieter, maar in het hart van mensen. In die voorbereiding laat Jezus een drietal manieren zien, waarop zijn vrienden zijn blijvende aanwezigheid kunnen ervaren. Om te beginnen is Jezus onder hen aanwezig in de herinnering aan en in het waarmaken van zijn woord. Het woord van Jezus is in de kern terug te brengen tot het liefhebben van elkaar, zoals Jezus zelf heeft liefgehad. Waar mensen die liefde ten opzichte van elkaar proberen waar te maken, daar zijn de Vader en de Zoon aanwezig in het hart van mensen. Vervolgens kun je de aanwezigheid van Jezus ervaren in het speuren naar de Geest. Want de Geest zal het werk van Jezus in zijn leerlingen voortzetten. Wie probeert te leven volgens zijn Geest, dat wil zeggen volgens de mentaliteit en de bezieling van Jezus, die mag vertrouwen op Gods genade bij het uitvoeren van zijn projecten. De Geest zal hem helpen te verstaan wat Jezus heeft geleerd en voorgehouden.

10 mei 2015

Binnenstaanders

Overweging op de 6e zondag van Pasen (jaar B)

Lezingen: Handelingen 10,25v.34v.44-48; Johannes 15,9-17

Het ritme van onze dagen wordt vaak bepaald, doordat we leven van de ene gebeurtenis naar de andere, van het ene hoogtepunt naar het volgende. Van je verjaardag in januari leef je toe naar het bedrijfsuitje in februari, en vandaar zie je weer uit naar de korte vakantie rond de Paasdagen. Vervolgens bereid je je voor op de verjaardag van je moeder in mei en dan kijk je alweer vooruit naar de zomervakantie. Op die manier brengen de hoogtepunten een zeker ritme aan in ons leven.

Zo wordt in de kerk het ritme van het jaar bepaald door de drie feesten van Kerstmis, Pasen en Pinksteren. Pasen is het al geweest, Pinksteren moet nog komen. Vandaag nemen we alvast een aanloopje naar Pinksteren toe. Het verhaal uit de Handelingen van de Apostelen is een verhaal waarin blijdschap en hoop doorklinken. De romeinse legerofficier Cornelius is de eerste, die als niet-jood tot het christendom overgaat.

Preludium op Pinksteren

Het verhaal over de bekering van Cornelius klinkt vandaag als een soort preludium, een voorspel op de grote gebeurtenis van Pinksteren. Vandaag is er een toegetredene tot het christendom, maar met Pinksteren wordt verteld dat er drieduizend mensen zich laten dopen. En ook vandaag al hebben we gehoord, hoe de heilige Geest (net als straks met Pinksteren) neerdaalt op allen die naar de toespraak van Petrus luisterden.

15 februari 2015

Wat niet kan, kan tóch

Overweging op de 6e zondag door het jaar (jaar B)

Lezingen: Leviticus 13,1-2.45-46; Marcus 1,40-45

Vijf jaar geleden is in Zeeland onderzoek gedaan naar de mate waarin mensen zich eenzaam voelen. Eenzaamheid komt bij volwassen voor in alle leeftijdscategorieën. Tot 64 jaar voelt 43% van de Zeeuwen zich matig tot ernstig eenzaam. Vanaf 65 jaar ligt dat percentage nog iets hoger: 47%.

Eenzaamheid kan verschillende vormen aannemen. Je kunt een klein, te klein, sociaal netwerk hebben. Dan hebben we het over sociale eenzaamheid. Maar je kunt ook een gebrek hebben aan voldoende intieme contacten. In dat geval spreken we over emotionele eenzaamheid. Soms vallen die twee vormen van eenzaamheid samen. Maar niet altijd.

Wie zich eenzaam voelt, heeft in feite een verlangen naar meer of naar betere relaties met anderen. Zij of hij voelt zich in een isolement, voelt zich meer of minder buitengesloten van de gemeenschap.