01 november 2020

Een weg die ruimte maakt

 Overweging op het hoogfeest van Allerheiligen (A)

Lezingen: Apocalyps 7,2-4.9-14; Matteüs 5,1-12a

In de tijd waarin wij leven gaan veel mensen gebukt onder de stress van torenhoge verwachtingen die ons worden opgelegd. Dat kunnen verwachtingen zijn die je werkgever van je heeft, verwachtingen van het economische succes dat we 'moeten' behalen, van de sociale contacten die we 'moeten' onderhouden. Het kunnen ook verwachtingen zijn, die we onszelf opleggen: dat we moeten voldoen aan wat anderen van ons vinden, dat ik moet voldoen aan de eis beschikbaar te zijn voor familie of vrienden (meer dan ik kan waarmaken). En in deze tijd van de beperkingen die de coronamaatregelen ons opleggen hebben we ook nog eens het gevoel, dat we onze verbondenheid met anderen te weinig kunnen waarmaken. En daarbij hebben we de indruk, dat we als kerkmensen slechts getolereerd worden in de marge van de huidige samenleving.

Allemaal gevoelens van stress en niet ingeloste verwachtingen, die ons een sterke benauwdheid kunnen bezorgen. In dat opzicht verschillen wij niet zoveel van de eerste christenen, al hebben wij in ons land niet te maken met razzia's, martelingen en onterechte gevangenschap. Voor die eerste christenen probeert de briefschrijver in de eerste lezing een bemoedigend woord aan te reiken. Hij schetst een perspectief waarin de huidige verdrukking niet blijvend zal zijn. 'Wie geleefd hebben in de grote verdrukking zullen tenslotte gekleed gaan in witte gewaden.' Anders gezegd: wie de benauwenis kan uithouden en trouw blijft aan de eigen diepste overtuiging, mag weten dat deze trouw beloond zal worden. De beloning bestaat uit de trouw die God zelf aanbiedt aan wie in hem geloven.

25 oktober 2020

Gedurfd

Boekrecensie van Erik Borgman, Alle dingen nieuw.
Een theologische visie voor de 21ste eeuw
. Deel I: Inleiding en Invocatio.
(1)

Gedurfd, uitdagend en weerbarstig. Vernieuwend, maar ook subversief en tegelijk hoopvol. Ontvankelijk voor wat zich in de chaotische werkelijkheid aandient en biddend om in die soms 'duistere onbegrijpelijkheid van het kwaad' te leren zien hoe God 'in onze waarneming verschijnt' (305). Voortdurend in gesprek met de katholieke traditie en met hedendaagse theologen, schrijvers, cineasten, musici, psychotherapeuten en kunstenaars. Zo presenteert Borgman zijn visie op wat in de 21e eeuw nodig is om met onze cultuur in gesprek te zijn. Hij wil dat doen vanuit het perspectief, dat  – in wat wij waarnemen aan onrust, chaos, verdriet, onrecht, vernedering, betekenisverlies en machteloosheid – Gods liefdevolle aanwezigheid kan worden ontvangen als transformerende presentie, die 'alle dingen nieuw' maakt.

Zoals (en ook wat) Borgman schrijft, is voor mij tegelijk een worsteling en een feest van herkenning. Een worsteling omdat zijn ampele taalgebruik het mij noodzakelijk maakt veel zinnen twee of drie keer te lezen. Maar herkenning ook, omdat hij gedachten en perspectieven onder woorden brengt, die mij van binnen doen gloeien. Eén voorbeeld. Op het weblog over mijn sabbatverlof in 2013, met als uitgangsvraag hoe de krimp in geloof en kerk tot nieuwe kansen kunnen leiden, heb ik de vraag gesteld, 'of het mogelijk is om vanuit een theologische c.q. gelovige invalshoek betekenis te geven aan de kwantitatieve vermindering van het aantal kerkmensen. Zou de God van Jezus van Nazaret ons iets willen duidelijk maken met de leegloop van de kerken?' Deze vraag wordt door Borgman niet meteen beantwoord, maar m.i. wel onderkend als hij schrijft 'dat Gods aanwezigheid en alles wat daarvan getuigt, niet tegenover de werkelijkheid staan waarmee wij onlosmakelijk verbonden zijn en waarvan wij deel zijn. Ze zijn erin verborgen, in ieder geval in aanzet. … Dat is voor mij een het theologisch uitgangspunt, hoe haaks het ook lijkt te staan op de vermeende secularisatie van onze levens. God is ook bij en in de secularisatie.' (319, curs. WH).

18 oktober 2020

Niet van onszelf

 Overweging bij de 29e zondag door het jaar (A) - Wereldmissiedag

Lezingen: Jesaja 45, 1.4-6; Matteüs 22,15-21

De persconferentie van afgelopen dinsdag met Mark Rutte en Hugo de Jonge in de hoofdrol hakte er behoorlijk in. Stevige en ook pijnlijke maatregelen zijn nodig om de gevaren van Covid-19 in te dammen. Het is vervelend, dat bijvoorbeeld de amateursport aan banden wordt gelegd. Maar daar is nog wel mee te leven, want je inkomen is er niet van afhankelijk. Lastiger is het voor bijvoorbeeld de café-eigenaar, die de grond onder zijn bestaan ziet wegvallen. Maar ook de bijdragen aan de Voedselbanken wordt bedreigd, doordat er door de strijd van supermarkten tegen voedselverspilling, steeds minder voor ze overblijft. Terwijl veel mensen de ondersteuning van de Voedselbanken nu juist harder dan anders nodig hebben.

Foto: Pixabay.com
Foto: Pixabay.com
De hele coronacrisis stelt ons voor de vraag, hoe wij elkaar nabij kunnen zijn in de onderlinge steun waaraan de behoefte steeds groter lijkt te worden. Dan heb ik het niet alleen over de steun die wij proberen te geven in de vorm van aandacht. Er worden veel extra telefoongesprekken of beeldbelverbindingen gerealiseerd. Er worden kaartjes gestuurd of eens een extra appje om te informeren hoe de ander het maakt. Er worden creatieve oplossingen bedacht om toch maar het onderlinge contact in stand te houden, hoezeer het ook behelpen is.

20 september 2020

Onmogelijk?

 Overweging bij de 23e zondag door het jaar (A) - Vredeszondag

Lezingen: Jesaja 55,6-9; Matteüs 20,1-16a

Doorgaans zien wij onszelf als mensen die het goede nastreven. We proberen ieder het zijne te gunnen. We helpen andere mensen als ze een beroep op ons doen. We dragen waar mogelijk bij aan goede doelen. We zijn verontwaardigd over het uitblijven van toereikende overheidshulp voor de slachtoffers van de brand in het tentenkamp van Lesbos. We willen zorgvuldig zijn in het scheiden van papier, plastic, GFT en restafval. Kortom, we doen het – met ook onze beperkingen – zo slecht nog niet.

Wijngaard op Samos, Griekenland

En toch kunnen we ons niet laten voorstaan op mensen, die zich aan deze strevingen niets gelegen laten liggen. Want als we zouden willen, dan zouden we gemakkelijk kunnen wijzen naar mensen, voor wie goede doelen, afvalscheiding, hulpvaardigheid en sociale verontwaardiging een heel andere invulling krijgen. Maar de lezingen van deze dag waarschuwen ons ervoor, dat Gods gerechtigheid van een totaal andere orde is dan wat wij daar gewoonlijk onder verstaan. De gewone menselijke waardeschaal wordt op de kop gezet.

Het is met...

Waar komt dit vandaan? Waarom is dat nodig? Kunnen we in onze gewone omgang met elkaar niet volstaan met wat wij onder rechtvaardigheid verstaan? Het is altijd belangrijk om de parabels van Jezus in het juiste kader te plaatsen. Het begint steevast met: Het is met het rijk der hemelen als met… Jezus wil zijn leerlingen iets duidelijk maken over zijn visioen van hoe mensen anders met elkaar kunnen omgaan. Dat visioen noemt hij: het rijk der hemelen. Wat hij daarmee bedoelt, wordt geschetst in een verhaal. Vaak een onwaarschijnlijk verhaal. In het verhaal wordt een perspectief aangereikt dat verder gaat dan wat onze normale omgangsvormen voorschrijven. Het perspectief tilt ons uit boven het alledaagse. Het laat ons zien dat wat wij voor onmogelijk houden toch een kans van slagen heeft. Het reikt verder dan wat wij met ons basale voorstellingsvermogen kunnen bedenken.

06 september 2020

Niet zwijgen

 Overweging bij de 23e zondag door het jaar (A)

Lezingen: Ezechiël 33,7-9; Romeinen 13,8-10; Matteüs 18,15-20

Op Omroep Zeeland Radio komt geregeld een spotje voorbij, waarin 'Goed bezig!' in verschillende toonaarden wordt geroepen. Het is een uitnodiging om via de radio een compliment te geven aan iemand die dat dik verdiend heeft. Soms moet je je ervan bewust worden, dat een compliment echt wel op zijn plaats is, want van de meeste dingen die goed gaan vinden we dat al snel heel normaal. Toch gaat het geven van een compliment ons doorgaans gemakkelijker af dan wanneer we een ander moeten terecht wijzen. Want zo'n terechtwijzing begint met de vaststelling, dat een ander iets verkeerd heeft gedaan. Maar als die constatering zonder gevolg blijft, dan doe je in feite zelf ook iets verkeerd.


Mededogen

De profeet Ezechiël is zich daarvan maar al te goed bewust. In de eerste lezing horen we hoe hij namens God als wachter is aangesteld over het volk van Israël. Hij moet de Israëlieten waarschuwen als ze van het rechte pad afwijken. Het zijn nogal krachtige woorden, waarmee de taak van de wachter wordt omschreven. Als hij niet waarschuwt, dan eist God bij hem het bloed van de boosdoener op. Daarmee wil gezegd zijn: als je onrecht ziet en vervolgens wegkijkt, dan ben je mede schuldig aan het onrecht. Je mag niet zwijgen als je ziet dat de menselijke waardigheid geweld wordt aangedaan. Zeker wanneer dat het geval is bij mensen die zichzelf niet verdedigen kunnen. Denk aan jonge kinderen, onzekere pubers, dementerende ouderen, mensen die de weg niet weten in de bureaucratie of in de snelle digitale wereld, zelfs aan mensen die verslaafd of dakloos zijn. Je mag niet wegkijken. Anders kleeft er ook schuld aan jou.

23 augustus 2020

De sleutel tot het hart

 Overweging bij de 21e zondag door het jaar (A)

Lezingen: Jesaja 22,19-23; Matteüs 16,13-20

Soms gebeurt het dat mensen grote indruk kunnen maken, doordat ze met veel spektakel iets neerzetten dat je lang zal bij blijven. Bijvoorbeeld wanneer een illusionist een bepaalde act laat zien, waarvan je je werkelijk afvraagt hoe hij dat voor elkaar krijgt. Maar het kan ook gebeuren wanneer een artiest of een band tijdens een concert het publiek zodanig in vervoering brengt, dat je dat extatische gevoel als herinnering blijft meedragen.

Dat gevoel van extase moeten veel mensen gehad hebben toen Jezus, in een eerdere passage uit het Matteüsevangelie, met niet meer dan vijf broden en twee vissen een grote menigte verzadigde. Vanwege de opwinding die deze gebeurtenis veroorzaakte, zijn veel mensen bereid achter Jezus aan te lopen. Maar Jezus zelf, als hij met zijn getrouwen alleen is, wil het niet hebben over wat zijn optreden veroorzaakt. Hij wil het hebben over wat hij voor zijn leerlingen betekent. Hij wil het hebben over wie hij is. Niet het effect van zijn optreden, maar de essentie van zijn persoon – daar gaat het om.

09 augustus 2020

Aan stormen voorbij

Overweging bij de 19e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: 1 Koningen 19,9a.11-13a; Matteüs 14,22-33

Foto: https://commons.wikimedia.org/
Het kan behoorlijk stormen in ons leven: soms in letterlijke zin, maar vaak ook in figuurlijk opzicht. Een flinke storm in het voor- of najaar kan grote schade aanbrengen. Niemand die daarop zit te wachten, maar af en toe gebeurt het gewoon. Ook in je persoonlijke leven of in je verhouding met andere mensen kan het wel eens flink tekeer gaan. Zoals bij een ziekte met ernstige gevolgen, gebrouilleerde verhoudingen in familie- of vriendenkring, verlies van een dierbare of van je werk. En we zien hoe de coronapandemie ons leven in veel opzichten onaangenaam op zijn kop heeft gezet.

Als het stormt, dan zoek je naar beschutting, naar een veilige plek. Wachtend tot de storm voorbij is hoop je dat de uiteindelijke schade meevalt. En misschien leer je ervan, dat bepaalde voorzieningen aan je huis verbeterd moeten worden. Of dat de manier waarop je anderen hebt benaderd aanleiding is om opnieuw het gesprek aan te gaan. En te zien of je toenadering kunt vinden of misschien zelfs nieuwe verzoening.