31 januari 2021

Kiezen voor genade

 Overweging bij de 4e zondag door het jaar (B)

Lezingen: Deuteronomium 18,15-20; Marcus 1,21-28

Als we kijken naar de tijd waarin wij leven, dan kun je zeggen dat er op bepaalde vlakken sprake is van scherpe tegenstellingen. De rellen vanwege de avondklok hebben niet alleen veel materiële schade veroorzaakt, maar ook grote verontwaardiging bij het merendeel van de bevolking en bij de politiek. Opruiende types dus tegenover mensen die, terwijl ze rustig thuis zitten, proberen de saaiheid van het gebrek aan sociale contacten uit te houden. Ook de kloof tussen de exorbitante rijkdom van de happy few en het overgrote deel van de mensen dat in armoede leeft is weer groter geworden, aldus een pas verschenen rapport van de organisatie Oxfam-Novib. En tenslotte kan het contrast tussen de vorige president van Amerika, een narcist eerste klas, en de huidige, die zich profileert als bruggenbouwer, nauwelijks groter zijn.


Contrasten

Afbeelding gevonden op jw.org

Allemaal tegenstellingen die spanningen met zich meebrengen. Dit soort spanningen zijn ook voelbaar in de lezingen van deze zondag. In de eerste lezing gaat het over het contrast tussen zelfbenoemde profeten en profeten die door God zijn aangewezen. De eerste soort, orakelsprekers om zo te zeggen, worden in de lezing niet uitdrukkelijk genoemd. In de voorafgaande zinnen echter wordt gewaarschuwd voor waarzeggerij en bezweringen. De profeet die werkelijk spreekt namens God moet zich houden aan wat hem door diezelfde God wordt ingegeven. Hij mag niet zijn eigen waarheid verkondigen, maar enkel de waarheid van God. De profeet die zich daaraan niet houdt moet sterven, zo luidt de waarschuwing.

17 januari 2021

Ons diepste verlangen

 Overweging bij de 2e zondag door het jaar (B)

Lezingen: 1 Samuel 3,3b-10.19; Johannes 1,35-42

Het verlangen van veel mensen wordt danig op de proef gesteld in deze dagen. Het vooruitzicht om verlost te worden van de beperkingen vanwege de coronamaatregelen lijkt nog ver weg. Contacten met geliefden en vrienden, met collega's, klanten of leerlingen zijn anders, toch zeker minder spontaan dan we zouden willen. Maar door ons het verlangen en de hoop op verbetering niet te laten afnemen proberen we vol te houden tot er licht is aan het einde van de tunnel.

Afbeelding: nl.pinterest.com
'Verlangen' is misschien wel het meest centrale woord in de evangelielezing van deze dag. Het is – als je het verhaal van Johannes leest vanaf het begin – ook het allereerste woord dat Jezus spreekt: wat verlangen jullie? Kennelijk is zijn missie van meet af aan erop gericht om het diepste verlangen van mensen, hun meest krachtige hunkering, aan het licht te brengen. De twee volgers zijn Jezus op het spoor gekomen door de woorden van Johannes: deze is het Lam van God. Deze benaming doet in het Jodendom denken aan het paaslam, dat genuttigd wordt tijdens de herdenking van de bevrijding uit de slavernij in Egypte. Verlangen en bevrijding zijn dus kennelijk twee begrippen die nauw met elkaar verwant zijn. Zoals ook wijzelf verlangen naar bevrijding van de huidige beperkingen.

03 januari 2021

Langs ongebaande paden

 Overweging op het feest van de Openbaring des Heren

Lezingen: Jesaja 60,1-6; Efeziërs 3,1-2a.5-6; Matteüs 2,1-12

Er zijn verschillende manieren, waarop je een reis kunt maken. Nu is dat in deze tijd van corona niet aan te bevelen, maar het gaat mij om het voorbeeld. Sommige mensen kiezen ervoor om een georganiseerde reis te boeken. De route, de hotels en de bezienswaardigheden staan op voorhand vast. Het zal vast een hele mooie reis worden. Andere mensen zijn misschien wat avontuurlijker. Zij zoeken zelf hun route uit, overnachten in een eenvoudig bed and breakfast en leren de omgeving kennen door niet de geijkte attracties te bezoeken, maar liever het achterland. Beide manieren hebben hun charme. Maar de vraag is, hoe je de aard van het land nu het beste leert kennen.

Soms moet je afwijken van de gebaande paden om te ontdekken, wat nu echt van waarde is. Om te
leren zien, waar het nu werkelijk om draait. Neem nu het verhaal van de wijzen uit het oosten, zoals de evangelist Matteüs ons dat vertelt. Wij lezen dit verhaal vaak met de bril, die de geschiedenis ons heeft mee gegeven. En die geschiedenis geeft in de kerststal plaats aan drie koningen. Maar in het verhaal zelf, als je het goed leest, staat geen 'drie' en er staat geen 'koningen.' Er staat: 'wijzen'. Dat kunnen er twee zijn geweest, maar misschien ook acht. Wij hebben er drie van gemaakt, omdat er gesproken wordt over drie geschenken.

Maar deze wijzen zijn dus geen koningen, zij zoeken een koning. In het verhaal van Matteüs worden specifiek twee koningen genoemd: koning Herodes en de koning van de Joden. En die twee koningen staan qua betekenis diametraal tegenover elkaar.

25 december 2020

Hemel en aarde verbonden

Overweging op Eerste Kerstdag

Lezingen: Jesaja 62,11-12; Johannes 1,1-5.9-14

Hoe anders hadden we ons het kerstfeest van 2020 voorgesteld! Maar we zitten opgesloten in eigen huis of appartement. Want we willen, we moeten voorkomen dat het coronavirus nog verder om zich heen grijpt. Bezoek van of aan familie en vrienden is niet mogelijk. Het bijwonen van een kerkdienst is niet of maar zeer beperkt toegestaan. En dat allemaal terwijl we juist in deze omstandigheden verlangen naar warmte, nabijheid, troost en bemoediging.

Misschien volg je deze kerkdienst via de live stream. Of misschien lees je de woorden straks via het weblog. Dan mag je, als je daarvoor wilt openstaan, hoop putten uit het verhaal van God met de mensen. Want dat is het verhaal dat we met kerstmis telkens te horen krijgen: dat God – hoe ellendig wij ons ook voelen – erbij wil zijn. Dat God, juist in onze miserie, ons niet in de steek laat. Daarin mogen wij bemoediging vinden. Die gedachte mag ons troosten. De menswording van God, dat is toch een ontzettend mooie en troostrijke insteek in deze dagen. God, die wij ons voorstellen als hoog verheven en onbereikbaar, komt ons nabij in de geboorte van een kwetsbaar kind.

13 december 2020

De onbekende verwelkomen

 Overweging bij de 3e zondag van de Advent (B)

Lezingen: Jesaja 61,1-2a.10-11; Johannes 1,6-8.19-28

Je staat te wachten op het perron omdat je iemand moet afhalen van de trein. In het verleden had je wel eens onderling contact, maar je hebt elkaar al jaren niet meer hebt gezien. Het kan zijn, dat je de persoon niet direct herkent. Of misschien zelfs helemaal niet. En toch weet je dat je haar of hem moet meebrengen voor een bespreking op kantoor. Lastig is dat. Wachten op iemand die je niet herkent.

Over zo'n situatie wordt ook verteld in de lezing uit het evangelie. Een delegatie van de farizeeën wordt
op weg gestuurd om onderzoek te doen. Want men heeft gehoord over ene Johannes, die mensen doopt. En dat doet hij opdat ze een nieuw begin kunnen maken. En als er in de Joodse religie sprake is van een nieuw begin, dan is er al gauw het vermoeden dat de Messias erbij betrokken is. De Messias, dat is de goddelijke gezant die de mensen nader tot elkaar en nader tot God zelf moet brengen. Zou Johannes dan die gezant zijn? Dat is de vraag van de gedelegeerden.

06 december 2020

Tijd om na te denken

 Beschouwing

Een ongemakkelijk gevoel, beperkt zijn in wat mag of kan, geen raad weten met de omstandigheden. Dat is wat deze tijd van coronamaatregelen met ons doet. Sociale contacten verlopen anders of vaak ook gewoon niet. Er komen andere vragen op ons af dan waar we gewoonlijk mee geconfronteerd werden. Kunnen we (of is het eerder: moeten we) wel terug naar het 'oude normaal'? Ontstaat er zoiets als een 'nieuw normaal'? En hoe gaat dat er dan uitzien?


Los van alle coronaperikelen leven we in een tijd, waarin de afstand tussen mensen eerder lijkt toe te nemen dan te worden overbrugd. Er worden meningen geponeerd, die nogal vierkant tegenover elkaar staan. Complottheorieën, ongefundeerde vermoedens van fraude, het absolute opeisen van de eigen vrijheid boven de waarde van het algemene belang, toenemende intolerantie ten opzichte van mensen met een andere opvatting, huidskleur of seksuele voorkeur: het is zomaar een greep uit omstandigheden die erop wijzen hoezeer mensen uit elkaar kunnen groeien.

29 november 2020

Tussen lauwheid en toewijding

Overweging bij de 1e zondag van de Advent (jaar B)

Lezingen: Jesaja 63,16b-17.19b; 64,3b-8; Marcus 13,33-37

Claudia is een week naar haar moeder, die woont in het oosten van het land. Voor de gezelligheid, maar ook om een stuk mantelzorg te verlenen. Peter, haar man, moet zich dan even zelf zien te bedruipen. Ja, dat voelt toch anders als moeder de vrouw van huis is. Hij kan meer zijn eigen gang gaan, maar moet tegelijk zelf voor zijn eten zorgen en de was bijhouden. In zo'n situatie kun je de zorg voor het huishouden op twee manieren voor je rekening nemen. Je doet de noodzakelijke dingen om, als Claudia weer thuis komt, gedonder te voorkomen. Of je kunt zorgen, dat ze een warm welkom ervaart, bijvoorbeeld doordat er een bloemetje in huis is en de gezamenlijke maaltijd speciale aandacht krijgt. De eerste houding – zou je kunnen zeggen – is er een van 'op je hoede zijn',  de tweede van een hartelijke en warme thuiskomst. De eerste weerspiegelt een gevoel van kilte en onverschilligheid, misschien ook angst, de tweede van toewijding en genegenheid.

De woorden uit het evangelie klinken alsof ze passen bij de eerste houding. Want Jezus begint met woorden die nogal dreigend klinken: 'Weest op uw hoede.' Dat heeft iets van: jezelf schrap zetten, alert zijn op mogelijk gevaar. We kunnen ons afvragen, waarom Jezus zo'n waarschuwende toon gebruikt als hij in gesprek is met vier van zijn volgelingen. De passage die de evangelist Marcus ons vandaag voorhoudt, wordt (als je zijn verhaal verder zou lezen) vrijwel meteen gevolgd door de laatste maaltijd van Jezus en zijn vrienden. En we weten hoe het verder gaat: de gruwelijke lijdensweg met Jezus' dood als voorlopig sluitstuk.