Beschouwing
De individuele vrijheid van mensen beschouwen wij in onze samenleving als een groot goed. Deze vrijheid is in de Nederlandse
grondwet vastgelegd en wordt daarin gegarandeerd als onder meer de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van vereniging. Het adequaat omgaan met de individuele (en ook met de gezamenlijke) vrijheid veronderstelt een morele verantwoordelijkheid, die gevormd en getraind moet zijn om tot de juiste keuzes te komen in het handelen en spreken. Natuurlijk kunnen die keuzes verschillen naar gelang de persoonlijke aard en de voorkeuren van de individuele mens, de maatschappelijke, politieke of economische omstandigheden waarin hij/zij zichzelf aantreft of het levensbeschouwelijke referentiekader dat wordt gehanteerd.
Referentiekader

In voorgaande tijden werd de morele verantwoordelijkheid van mensen mede gevormd door 'de grote verhalen'.
Mede, want ook de persoonlijke en maatschappelijke omstandigheden zijn van invloed op hoe de morele verantwoordelijkheid van mensen zich ontwikkelt. Het teloorgaan van de grote verhalen, van de overkoepelende betekenissystemen (zoals christendom, socialisme of humanisme) heeft tot gevolg, dat mensen in de postmoderne tijd hun
eigen referentiekader moeten samenstellen, waarmee de moraliteit gevormd kan worden. Of in bepaalde gevallen ook
misvormd kan worden. De sociale ondersteuning (al moet gezegd: soms ook de sociale controle) bij het vormen van de morele capaciteiten ontbreekt immers goeddeels.