zondag 29 juli 2018

Leven in overvloed

Overweging op de 17e zondag door het jaar (jaar B)

Lezingen: 2 Koningen 4,42-44; Johannes 6,1-15

Of het nou gaat om popmuziek of om klassieke gezangen: de liefde wordt daarin op vele manieren bezongen. Maar altijd worden daarbij beelden gebruikt om iets te zeggen, wat maar moeilijk in woorden is uit te drukken. 'Jij bent het zonnetje in mijn leven. Als jij lacht, dan lacht de hele wereld mee. Ik heb je lief met heel m’n hart en meer kan het niet zijn.' Beelden helpen ons om te zeggen wat niet gezegd kan worden. Ze helpen ons om iets te laten zien, waar we ons maar moeilijk een voorstelling van kunnen maken.

Ook in de bijbelverhalen worden beelden gebruikt om een perspectief te schetsen van wat we ons nauwelijks kunnen indenken. De overvloed die ons in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt uitgebeeld in de wonderlijke manier waarop mensen gevoed worden. Zelfs het weinige voedsel blijkt voldoende te zijn om de honger van mensen te stillen. En waar honger overgaat in het gevoel van verzadiging, daar wordt het leven van mensen behoed en voortgezet. Voedsel is leven. Dat betekent, dat ons iets in het vooruitzicht wordt gesteld dat bijna onvoorstelbaar is: leven in overvloed.


Perspectief

En dat vooruitzicht is nou net iets, dat mensen heel goed gebruiken kunnen. Want hoe vaak ervaren we niet de beperkingen van ons leven? Als we merken dat de onderlinge verhoudingen getroebleerd zijn, als we te maken krijgen met ziekte of met de ongemakken van de ouderdom, als we ons zorgen maken over onze kinderen of kleinkinderen, als we zien hoe mensen die zoeken naar een veilig heenkomen verdrinken vanuit gammele bootjes, als we degene die ons lief is soms maar nauwelijks kunnen bereiken, of als we gebukt gaan onder ons eigen schuldgevoel … Ik hoef niet nog meer op te sommen om de beperkingen van ons bestaan aan te tonen.

Je zou onder het gewicht van al die beperkingen een gevoel van ademnood kunnen krijgen. Want hoe moet een mens nou nog voluit leven, als al die gevoelens van onmacht en schuld op je schouders drukken? De verhalen van het brood-in-overvloed laten ons zien, dat er nog een ander perspectief is. Alles wat ons neerdrukt is daarmee niet zomaar weg, maar dat is niet het enige dat in ons leven telt. We mogen overtuigd zijn van betere tijden, van nieuwe mogelijkheden.

Delen

Toch gaat dat niet vanzelf. De betere tijd en de nieuwe mogelijkheden kun je niet in handen krijgen op dezelfde manier zoals je een pakje boter koopt. Je moet bereid zijn om een andere bril op te zetten, jezelf een nieuwe manier van kijken eigen te maken. Het komt erop neer, dat je leert: delen is vermenigvuldigen. Dat is wat die wonderlijke verhalen over het doorgeven van brood en vis ons willen vertellen.  Al is er duidelijk sprake van een tekort, waar mensen bereid zijn om te delen met elkaar, daar is toch steeds genoeg voor iedereen. Er wordt wel eens gezegd: er is op onze aarde genoeg voedsel voor iedereen, maar niet voor ieders hebzucht. Dus als wij bereid zouden zijn – ieder persoonlijk, maar ook de regeringen die door ons zijn gekozen – om werkelijk te delen met wat nodig is om alle mensen op deze wereld te voeden, dan zou er nergens meer honger hoeven te zijn.

En ik besef ook wel, dat er nog heel veel moet gebeuren, voordat zoiets bereikt zal zijn. Maar het perspectief van 'delen is vermenigvuldigen' zou ons als gelovige mensen wel op weg helpen. We mogen het vertrouwen hebben dat we – misschien met kleine stapjes, maar toch … – iets kunnen waarmaken van die droom, die stilletjes leeft in het hart van ieder mens. De droom, die ook de droom is van God zelf. En juist omdat het ook de droom is van God zelf, kunnen we als mensen blijven werken aan het waarmaken van die droom. We hoeven het immers niet helemaal op eigen kracht te doen. Gods blijvende ondersteuning, zijn genade zal ons helpen om niet op te geven.

Leven in overvloed

Delen is vermenigvuldigen. Dat geldt natuurlijk voor het bestrijden van de materiële tekortkomingen, die mensen in hun leven ervaren. Maar ook waar we behoefte hebben aan geestelijke bemoediging, aan troost of een uitgestoken hand, behoefte aan verzoening of herstel van gebrouilleerde verhoudingen, ook daar kunnen we proberen te leven vanuit dat perspectief: delen is vermenigvuldigen.

We gaan straks het Brood van de Heer delen met elkaar. Laten we de heilige communie vandaag proberen te ontvangen in het bewustzijn, dat dit Brood ons op weg zet en sterken kan om waar te maken wat we hier ervaren: onderlinge gemeenschap als gelovige mensen, gemeenschap ook met de Vader, de Zoon en de heilige Geest, die ons begeleiden op onze levensweg. Begeleiden naar onze uiteindelijke bestemming: leven in overvloed.