zondag 25 september 2016

Morele keuzes

Overweging bij de 26e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Amos 6,1a.4-7; Lucas 16.19-31

Er was een experiment op TV met twee aapjes, die in verschillende kooien naast elkaar zaten. Als ze een steentje aan de onderzoeker gaven, kregen ze een beloning. Het aapje rechts kreeg zoete druiven, het aapje links zure stukjes komkommer. Na verloop van tijd weigerde het aapje links de komkommer nog te accepteren: het wilde ook van de zoete druiven. Kennelijk is ook bij sommige dieren een gevoel voor wat rechtvaardig is al meegegeven met de natuur.

Parabel van Lazarus en de rijke man
Anoniem schilderij (Brugge?, 1515-1525)
Catharijnenconvent Utrecht, gezien  7 feb 2015
Tot zwijgen gebracht

Dat gevoel voor rechtvaardigheid zit ook in de menselijke aard diep ingebakken. Maar we kennen genoeg situaties, waarin dat gevoel voor wat eerlijk is tot zwijgen gebracht kan worden. Als de eigen belangen van de een steeds maar zwaarder wegen dan de net zo legitieme belangen van de ander, dan ontstaat er onvrede tussen mensen. We vinden het moeilijk om de rijkdom die wij hier in het westen kennen te delen met vele miljoenen in andere continenten, die gebukt gaan onder armoede. We vinden het moeilijk om de verworvenheden van onze leefstijl los te laten ten gunste van een eerlijker verdeling van de aardse goederen. We vinden het moeilijk om in te zien, dat de aarde het gemeenschappelijke huis is van alle mensen die haar bewonen.



En tegelijkertijd beschouwen wij onszelf als mensen die staan in de traditie van joden en christenen, een traditie waarin het woord gerechtigheid geen loos begrip mag zijn. Gerechtigheid is niet zomaar een woord, maar het is een weg om te gaan. Gerechtigheid wordt gedaan. Gerechtigheid wordt pas realiteit als ik de ander tot haar, tot zijn recht laat komen. Als ik de ander erken als medemens, die ook recht van bestaan, recht van opvatting, recht op ruimte, recht op reële levenskansen heeft. En om te weten of gerechtigheid ook werkelijkheid wordt in je eigen bestaan, moet je bij jezelf te rade gaan.

Bijbel en politiek

Daartoe roept de profeet Amos ons op. Ja ook ons, niet alleen de mensen van zijn tijd! Hij verzet zich tegen een mateloze verrijking van de maatschappelijke toplaag, die eenvoudige dorpsbewoners en boeren aan hun lot overlaat. Amos is de profeet die laat zien, dat de God van de bijbel zich mengt in politieke vraagstukken omdat voor deze God enkel de gerechtigheid tot echte vrede, tot shalom kan leiden.

Jezus vertelt in het evangelie over een man, die zijn gevoel voor wat rechtvaardig is, het zwijgen heeft opgelegd. Net als de rijken ten tijde van Amos vindt hij feest vieren met zijn vrienden belangrijker dan oog hebben voor de arme mens, die voor zijn poort ligt. Opvallend is overigens, dat deze rijke in het verhaal geen naam krijgt, terwijl de arme maar rechtvaardige man, Lazarus, bij zijn naam wordt genoemd. De naam betekent 'God heeft geholpen'. Maar het feit dat hij een naam krijgt wil ook zeggen, dat hij betekenis heeft in de ogen van Jezus. Terwijl de rijke letterlijk geen naam mag hebben, dus ook geen betekenis heeft. Zoals hij leeft – dat heeft geen enkel gewicht, totaal geen zin in Jezus' ogen.

Geen uitstel

En ook wanneer hij – te laat overigens – nog wel tot inzicht komt, dan is er geen mogelijkheid meer om op zijn schreden terug te keren. Herstel van wat hij heeft nagelaten, is niet meer mogelijk. Zelfs het waarschuwen van zijn broers met een verschijning uit de doden is uitgesloten. Abraham wijst erop, dat de broers zich kunnen richten op Mozes en de profeten, op wat er dus in de heilige schriften wordt aangereikt. De wil tot herstel van zijn nalatigheid komt voor de rijke dus te laat. Eigenlijk wil het verhaal daarmee zeggen: doe wat gebeuren moet op het moment dat het nodig is, op het moment dat het kan. Schort niet op wat geen uitstel kan verdragen.

Dat alles stelt ook ons voor vragen. Zijn wij mensen, die in de opvatting van Jezus een naam hebben? Heeft onze manier van leven betekenis in de bijbelse zin van het woord? Doen wij werkelijk datgene, wat nu gedaan moet worden? Of stellen wij uit, verbergen wij ons achter allerlei drogredenen, omdat we vinden dat de dingen toch niet te veranderen zijn? Kunnen wij ons verbruik van batterijen verminderen door meer oplaadbare exemplaren te gebruiken? Kunnen wij de auto eens laten staan en de fiets nemen om iemand te bezoeken, naar ons werk te gaan, boodschappen te doen? Kunnen wij nog zorgvuldiger omgaan met het scheiden van afval?

Morele keuzes

Ik besef, dat het geen vragen zijn, waar je een simpel antwoord op kunt geven. Er zijn allerlei aspecten in het spel, die misschien een afgewogen oordeel vereisen. Maar één ding weet ik heel zeker. Bij deze morele kwesties kun je eigenlijk alleen maar een antwoord van betekenis geven, wanneer je gelooft in rechtvaardigheid en vrede. Het is het geloof, dat sterker is dan alleen maar redelijke argumenten. Het is het geloof, dat het leven van mensen anders kan zijn dan het feitelijk is. Het is het geloof, dat we in de wereld waarin wij mogen leven, ruimte kunnen maken voor mensen, die nauwelijks ruimte krijgen. Dan mag ons geloof er zijn. Dan mag het een naam hebben.

Dat geloof noem ik: spiritualiteit, geest-kracht. Omdat dit geloof de basis vormt voor ons oordelen en handelen. Mag de kracht van de geest, de heilige Geest ons bezielen bij het maken van onze keuzes.