zondag 6 december 2015

Een menselijk gezicht

Overweging op de 2e zondag van de Advent (jaar C)

Lezingen: Baruch 5,1-9; Lucas 3,1-6

Misschien heeft u wel eens patience gespeeld. Het spelletje heet natuurlijk niet voor niets zo. Je moet inderdaad veel geduld hebben, voordat je 'n keer helemaal kunt uitspelen. Wist u trouwens, dat de woorden patience en patiënt qua betekenis heel dicht bij elkaar staan? Een patiënt moet immers ook geduld oefenen tot het moment, waarop hij genezen wordt verklaard. Hij moet wachten, wachten tot hij weer beter is. Maar als patiënt hoef je niet alleen maar passief te wachten. Je kunt vaak zelf heel wat doen om je genezing te bespoedigen. Gezond eten, fysiotherapie, je medicijnen nemen, en soms ook: beter willen worden. Wachten op herstel kan samengaan met verwachten. Verwachten is een actieve vorm van wachten: jezelf gereed maken voor de dingen die nog komen moeten. Zoals ouders in verwachting de babykamer gereed maken voor de komst van hun kindje.

Gereed

Deze Adventstijd is ook een tijd van verwachten. Weken waarin we ons gereed maken voor de komst van het kerstkind in onze wereld. Waar wachten we dan eigenlijk op? Want het kerstkind is toch al in onze wereld gekomen, meer dan 2000 jaar geleden? Waarom komen we die gebeurtenis dan elk jaar opnieuw tegen in onze gang door de tijd? En op welke manier kunnen we ons dan gereed maken voor de komst van dat kerstkind?


Als we te rade gaan bij de lezingen, dan wordt ons wel een richting gewezen. In de eerste lezing hebben we geluisterd naar een troostlied voor de stad Jeruzalem. Het verbannen en verstoten volk zal terug keren naar een stad van vrede en gerechtigheid. Een stad van vrede en gerechtigheid. Is dat alleen maar een mooie droom, een onbereikbare illusie? Want als je om je heen kijkt in deze wereld, dan zou je gemakkelijk het tegendeel kunnen beweren. En toch kunnen mensen het maar niet laten, om te blijven dromen van een stad van vrede en gerechtigheid. Werken aan vrede, werken aan gerechtigheid, aan vrede door gerechtigheid, is een manier om jezelf gereed te maken voor de komst van het kerstkind. Want waar vrede en gerechtigheid een plaats krijgen in het leven van mensen, daar komt ook ruimte voor dat kerstkind, dat kind van vrede en gerechtigheid.

Anders

Dat is ook de richting, die Johannes de Doper wijst in het evangelie. Hij predikt een doopsel van bekering, van ommekeer, van 180° draaien. Hij roept op om de dingen anders te gaan doen. Niet de gebruikelijke dingen (eerst ik, en dan de rest), maar omgekeerd: recht doen aan anderen, en daardoor kom ikzelf het beste tot mijn recht. Dat is wat bedoeld wordt met: bereidt de weg van de Heer en maakt zijn paden recht. De rechte paden, de juiste paden, zijn de paden, waarop de ander, waarop mijn medemens recht wordt gedaan. En waar dat gebeurt, kom ik ook zelf tot mijn recht. Waar dat gebeurt, daar zal - zoals het evangelie zegt - heel de mensheid Gods redding zien.

Opvallend is trouwens, dat de evangelist deze oproep van Johannes midden in de geschiedenis van mensen plaatst. ´Het gebeurde,´ zo zegt Lucas, ´in het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius.´ Dus midden in de mensengeschiedenis klinkt de oproep van Johannes, midden in de mensengeschiedenis vindt ook de geboorte van Jezus plaats. En precies in die mensengeschiedenis, in onze eigen geschiedenis dus, klinkt nog steeds die oproep om de paden van de Heer recht te maken. Ook vandaag worden wij uitgedaagd om daaraan mee te werken, horen wij het appel om te werken aan vrede door gerechtigheid.

Een menselijk gezicht

In onze dagen worden wij geconfronteerd met vele vormen van ongerechtigheid. De terroristische aanslagen van 13 november in Parijs staan ons nog helder op het netvlies. Zoiets zou nooit meer mogen gebeuren. Maar hoe neem je terroristen de wind uit de zeilen? Misschien verbaast u zich over deze gedachte, maar ik denk wel eens: Terroristen kunnen we het beste tegemoet treden met het extremisme van goedheid en liefde. Natuurlijk: liefde maakt niet recht wat krom is. Krom is krom en recht is recht. Maar met liefde en goedheid kun je verder kijken dan, kun je anders kijken naar wat krom is. Wanneer wij ons niet laten leiden door haatgevoelens, dan kunnen we misschien leren zien dat de manier waarop terroristen hun doel willen bereiken onacceptabel is, maar dat hun doel op zich, hun menselijke verlangens en wensen, hun eigenlijke behoeften niet eens zoveel verschillen van die van ons. Ook zij willen zich, net als wij, erkend en gezien weten als menselijke persoon. En ik weet, dat je een kwetsbare opstelling kiest als je deze weg probeert te gaan. Het is ook niet de gemakkelijkste weg. Maar het is – in de lijn van de boodschap van Johannes de Doper – wel de weg om ook recht te doen aan onze tegenstanders. Zo kunnen wij de weg des Heren bereiden en zijn paden recht maken.

Als wij ruimte willen maken voor de komst van het kerstkind, als wij werkelijk willen werken aan vrede door gerechtigheid, dan zullen we in eigen omgeving moeten proberen om te strijden tegen onrecht. Als wij zo onze wereld leefbaar maken, als wij zo proberen onze wereld een menselijk gezicht te geven, dan wordt er werkelijk plaats gemaakt voor het kerstkind in ons bestaan. Vertrouw maar erop, dat het kan. Vertrouw maar op je dromen.