zondag 31 augustus 2014

Volgehouden hoop

Overweging bij de Oogstdankviering van de ZLTO
in de Maartenskerk te Baarland

Thema: Dankbaar leven met een volle maag

Lezingen: Jacobus 5,7-11; Matteüs 5,1-12

In de omgeving van Kapelle, waar ik woon, mag ik graag iedere dag dezelfde route fietsen. Drie kwartier door weer en wind, voordat ik aan mijn werkdag begin. De spieren los en een kop vol frisse lucht. In de afgelopen weken zag ik hoe akkers met graan, met uien en met maïs werden geoogst. In enkele uren tijd verandert een paar hectare van wuivend graan in volle bloei tot een kaal stoppelveld. Als niet-kenner (want eerlijk is eerlijk: dat ben ik gewoon) heel indrukwekkend om te zien. Maar ik kan me zo voorstellen: als de oogst ook nog een goede prijs opbrengt, dan ben je als agrarisch ondernemer tevreden over de inspanningen die je hebt geleverd.


Want zo is het toch: inspanningen en investeringen bepalen voor een groot deel of je onderneming gezond is. En desondanks zijn er ook vele zaken, die je niet in de hand hebt, maar die wel invloed hebben op het eindresultaat. Niet alleen de weersomstandigheden spelen daarbij een rol, maar ook allerlei regelingen en subsidies die wel, ten dele of helemaal niet worden uitgevoerd. Ook politieke ontwikkelingen of natuurrampen in andere delen van de wereld kunnen een rol spelen in de jaarcijfers van je onderneming.


Danken en bidden

En nu zijn we hier samen in deze oogstdankviering. We mogen dankbaar zijn voor al het goede, dat de oogst ons geeft. En we vragen om kracht, zodat we de minder succesvolle aspecten van ons werk kunnen benutten als nieuwe uitdagingen. Danken en bidden in Gods kerk. Danken, dat we genoeg hebben om te eten, om ons te kleden, om een dak boven ons hoofd te hebben, om onze kinderen naar school te laten gaan. Danken, dat we kunnen leven – zeker: met alle zorgen on onzekerheden, die het leven ook meebrengt. Danken dus dat we kunnen leven in vrijheid en verantwoordelijkheid. Dankbaar, dat wij kunnen leven met een volle maag.

En met die dankbaarheid in ons hart luisteren wij ook naar de woorden die ons worden aangereikt vanuit de heilige schrift. De woorden die Jezus uitspreekt vanaf de berg doen ons denken aan de woorden die Mozes destijds meenam, toe hij de berg Sinaï had beklommen. De Tien Woorden van Mozes krijgen een soort boost, een kwaliteitsverbetering in de Acht Gelukwensen die Jezus uitspreekt. De toon is ook anders. Niet meer dreigend: 'gij zult' of 'gij zult niet'. Maar positief: 'wat een geluk als je...' of 'wat goed als je…'. Maar net als de Tien Woorden houden ook de Acht Gelukwensen een soort programma in, dat bepalend is voor wat Jezus voor ogen staat. En bepalend ook voor wie zijn volgelingen willen zijn.

Honger en dorst

Een van die gelukwensen springt er vandaag nogal uit, nu wij beseffen dat we dankbaar mogen leven met een volle maag. En dat is als Jezus zegt: 'Wat goed als je hongert en dorst naar gerechtigheid, want je zult verzadigd worden.' Honger en dorst zijn fysieke behoeften, waaraan je moet voldoen. Je kunt ze niet negeren, tenzij je het risico wilt lopen van ziekte of zelfs uiteindelijk de dood. Hongeren en dorsten naar gerechtigheid: dat is dus zoiets als hunkeren, als heftig verlangen naar een toestand, waarin alle mensen tot hun recht kunnen komen.

Want er is – ook als wij onze zegeningen mogen tellen – toch altijd het besef, dat niet overal ter wereld mensen kunnen leven in vrijheid en verantwoordelijkheid. Niet overal hebben mensen voldoende eten, medische zorg of woongelegenheid. Niet overal kunnen kinderen naar school gaan of hebben ouden van dagen een aangename levensavond.

Binnen je bereik

En ja, ik weet: niemand van ons is in staat, niemand van ons is ertoe gehouden, om het leed van de hele wereld te dragen. Maar het is ook niet zo, dat je eraan voorbij kunt leven. Je kunt, je moet doen wat binnen je bereik ligt. Dat begint met jezelf te laten raken door de noden van een ander. En vervolgens ga je kijken, wat jouw bijdrage kan zijn aan het lenigen van die noden. (Overigens is de collecte straks voor de Stichting 'Red een kind' een eerste aanzet daartoe). En tenslotte is er ook ons gebed. Want in onze beden vragen wij God om ons te steunen bij onze inspanningen, en leren wij beseffen dat de voltooiing van die inspanningen niet van ons alleen afhankelijk is. Hij zal ons bijstaan op de manier die hem goed dunkt.

En daarom is het ook goed om de woorden uit de brief van Jacobus ter harte te nemen. De apostel houdt ons voor om geduld te oefenen – tot de Heer komt. Misschien zijn er mensen die denken: we wachten al zo'n 2000 jaar tot de Heer komt. Dan moet je wel heel veel geduld opbrengen. Ik zou de aanmoediging van Jacobus op een andere manier willen verstaan. Want de Heer komt misschien ook wel onder ons: niet zozeer als fysieke verschijning, maar in de mate dat wij zijn aanwijzingen opvolgen.

Volgehouden hoop

Als wij ruimte maken voor de liefde waarmee hij ons benadert, als wij werk maken van de gerechtigheid waar Jezus voor stond, als wij de mensen om ons heen en de mensen in onze wereld tot hun recht laten komen, dan is de Heer, dan is Jezus Christus onder ons aanwezig. Maar ook voor die aanwezigheid moeten we soms veel geduld opbrengen. Want we willen die aanwezigheid wel zien, maar ze wordt feitelijk vaak teniet gedaan door onbegrip en achteloosheid, door achterklap of verraad, door onrecht en armoede. Geduld is dan een goede eigenschap om het uit te houden tot de vervulling van de belofte. Geduld is een vorm van volgehouden hoop, die de toekomst dichterbij hunkert. En daarbij verwijst Jacobus naar het geduldig wachten van de boer op de kostbare opbrengst van zijn land.

Dit geduldige wachten, deze volgehouden hoop, deze hunkering naar een betere toekomst van gerechtigheid gaat niet alleen over de fysieke opbrengst van het land. Ze gaat ook over de opbrengst van onze inspanningen om de wereld meer in overeenstemming te brengen met de Tien Woorden en de Acht Gelukwensen. En pas als wij daartoe onze krachten inzetten, dan pas – en niet eerder – mogen wij in alle oprechtheid genieten en dankbaar leven met een volle maag.