zondag 30 oktober 2016

Ruimte om te leven

Overweging op de 31e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Wijsheid 11,23-12,2; Lucas 19,1-10

Kees en Willem kennen elkaar al heel lang. Ze zijn goede vrienden, die prima met elkaar kunnen opschieten. Hun onderlinge gesprekken zijn heel geanimeerd, maar leveren weinig echte verrassingen op. Je weet bijna al bij voorbaat, hoe de ander zal reageren of wat hij zal zeggen. Dat is zo gegroeid. En toch kan het gebeuren, dat een derde (laten we hem Frans noemen) daar een beetje verandering in brengt. Frans ziet in de twee vrienden bepaalde details, die hen zelf nog niet eerder waren opgevallen. En dat komt gewoon, omdat Frans een andere manier van kijken heeft. En precies daardoor gaan ook Willem en Kees op sommige punten anders kijken naar elkaar. Dat is leuk, want het houdt de spanning erin!

Een nieuwe kijk

Eigenlijk is het precies hetzelfde met het verhaal van Zacheüs. We hebben het al zo vaak gehoord, dat er weinig verrassende elementen overblijven. Ik zou wel eens willen proberen om de rol van Frans over te nemen. Ik zou willen wijzen op bepaalde bijzonderheden, die ons misschien een nieuwe kijk op het verhaal geven. Opvallend vind ik bijvoorbeeld, hoe belangrijk het woordje 'zien' is in het hele verhaal. Als Zacheüs hoort dat Jezus in de stad gekomen is, dan wil hij graag zien, wie Jezus is. Hij wil niet alleen maar naar Jezus kijken, nee, hij wil hem zien. En dat is een wezenlijk verschil. Zacheüs wil Jezus leren zien zoals hij werkelijk is. Maar Zacheüs heeft twee dingen tegen: zijn reputatie en zijn kleine gestalte. En om Jezus toch te kunnen zien klimt hij in een boom. Op zich genomen is dat misschien heel slim, maar het is niet de goede positie om werkelijk te kunnen zien, wie Jezus is. Om iemand echt te leren kennen, moet je niet op hem neerzien.


Jezus zelf voelt dat heel goed aan. Hij neemt een initiatief om Zacheüs uit de boom te krijgen. Hij nodigt simpelweg zichzelf uit om gast te zijn bij Zacheüs. Dat is niet allereerst in het belang van Jezus zelf, maar vooral in dat van Zacheüs. Want ook Jezus wil Zacheüs leren zien zoals hij werkelijk is. De rollen worden dus omgekeerd. En Jezus ziet in Zacheüs meer dan datgene, wat de mensen gewoonlijk in hem zien: hij is niet alleen de rijke belastingambtenaar, die op een oneerlijke manier aan zijn geld is gekomen. Hij is niet alleen de man die door zijn stadgenoten als een zondaar aan de schandpaal wordt geprikt. Zacheüs heeft meer in zich, en juist dat 'meer' wil Jezus naar boven halen.

Een nieuwe kans

En Zacheüs op zijn beurt neemt z'n kans waar, want dit is een schot voor open doel. Hij laat meteen zien, dat hij ook andere kanten in zich heeft. Hij is bereid om van zijn rijkdom de helft weg te geven aan armen en behoeftigen. Jezus geeft dus een nieuwe kans aan Zacheüs. En Zacheüs op zijn beurt geeft een nieuwe kans aan de mensen die hij benadeeld heeft. Dit is een belangrijk moment in het verhaal. Want hier blijkt feitelijk, dat Zacheüs nu werkelijk gezien heeft, wie Jezus is. En daarom kan Jezus concluderen, dat het huis van Zacheüs een gelukkig huis is. Zacheüs heeft immers laten zien, dat hij in het diepst van zijn hart een gelovige mens is, net als Abraham.

Jezus heeft het dus goed gezien: Zacheüs heeft meer in zich dan zijn morrende stadgenoten voor mogelijk hielden. Dat is ook de boodschap die we beluisterd hebben in de eerste lezing. Mensen die kwaad hebben gedaan, die de plank hebben misgeslagen, worden door God mild en met mate gestraft. God hoopt immers, dat mensen op hun schreden zullen terug keren als ze de verkeerde weg zijn ingeslagen. God heeft er geen behoefte aan om mensen te laten vastlopen in een moeras van kwaad en onrecht. Want die mensen zijn tenslotte zijn eigen schepping! Als mensen worden vastgepind op hun tekortkomingen, dan is er geen uitzicht meer voor hen. Dan worden ze neergedrukt door een te zware schuldenlast. Dat wil God zijn schepselen niet aandoen. Nieuwe kansen geven: dat opent de weg naar de toekomst.

Ruimte om te leven

En dat is tegelijk ook de boodschap aan ons, de blijde boodschap, het evangelie: dat wij niet hoeven vast te lopen in kwaad en onrecht, in jaloezie en roddel, in vooroordelen en cultuurverschillen, in gebrek aan respect of tekort aan genegenheid. Maar als God aan ons telkens weer de kans geeft om opnieuw te beginnen, dan mogen wij op onze beurt ook anderen niet laten vastlopen in hun tekorten en fouten. Wanneer we de ander leren zien zoals hij of zij werkelijk is, wanneer wij hen dus niet gevangen houden in het systeem van 'zo-is-het-nu-eenmaal', dan kan er ruimte ontstaan. Ruimte die het mensen mogelijk maakt om werkelijk te leven. Ruimte om echt te laten zien wie ze willen zijn in het diepst van hun hart. En als het ons lukt om die ruimte te geven aan de mens die naast ons staat, dan mogen wij zelf ook erop vertrouwen de ruimte te krijgen en gezien te worden – zoals we werkelijk willen zijn.