zondag 3 juli 2016

Een flinke portie bemoediging

Overweging bij de 14e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Jesaja 66,10-14c; Lucas 10,1-12.17-20

Het is de tijd van het jaar, waarin veel mensen erop uit trekken. Er zijn mensen, die hun vakantietrip nauwelijks voorbereiden. Een paar noodzakelijke spullen als bagage worden ingepakt, en dan zie je wel waar je uitkomt. Bevalt het op een bepaalde plek niet, dan trekt je toch gewoon verder? Andere mensen besteden veel aandacht aan de voorbereiding, willen vooraf weten waar ze terecht komen en welke voorzieningen er op de plek van bestemming zijn. Ze maken soms ook plannen om bepaalde bezienswaardigheden in de omgeving te gaan bekijken. Maar ook bij een gedegen voorbereiding kan de reis nog onverwachte verrassingen opleveren.

Voorbereiden

Dat de hun reis vol verrassingen kan zitten, daarop wil Jezus zijn leerlingen voorbereiden. Ze worden op weg gestuurd, omdat Jezus beseft, dat hij alleen niet in staat is om zijn boodschap, het goede nieuws van Gods nabijheid, bij de mensen te slijten. Hij heeft de hulp van zijn vrienden nodig. Maar hij stuurt hen op weg met een waarschuwing. Het goede nieuws van Gods nabijheid en trouw zal niet door iedereen worden geaccepteerd. De leerlingen zullen zich kwetsbaar voelen bij hun taak. Wees daarop voorbereid, zegt Jezus. Maar hij zegt nog iets meer. Want niet alleen een waarschuwing, ook een flinke portie bemoediging geeft hij zijn vrienden mee.



Want met het uitspreken van de vrede als eerste woord – voor ieder die de leerlingen op hun weg ontmoeten – wordt de toon gezet. Je reikt iemand de hand en zegt: ik wens jou vrede. Ik wens jou alles wat je nodig hebt om als mens in vrede te kunnen leven. Leef in vrede met jezelf, met je omgeving en met God. En daaraan zit meteen ook het aanbod gekoppeld: wat kan ik doen om daaraan bij te dragen, dat jij kunt leven in vrede?

Opgetogen

Bij terugkomst maken de leerlingen opgetogen melding van hun bijdrage aan die vrede. Mensen mogen leven in vrede doordat ze verlost zijn van de demonen die hen beheersen, van de innerlijke stemmen waartegen ze zich niet weren kunnen, van de angsten die hen verhinderen om rechtop en vrij door het leven te gaan, misschien zelfs van de hebzucht die hen belemmert om oog te hebben voor de nood van anderen.

Het goede nieuws van vrede en bevrijding van demonische angsten is op zich al een flinke bemoediging voor de leerlingen. Maar er zullen ook mensen zijn, die deze boodschap als een bedreiging ervaren. Zij willen hun eigen zekerheden niet loslaten, hun bezit niet opgeven – of zij kunnen hun gehoorzaamheid aan de innerlijke stemmen niet doorbreken. Bij zulke mensen kan de goede boodschap niet landen. Het kan voor de leerlingen een teleurstelling zijn om dat te ervaren. Juist daarom is het goed, dat de leerlingen niet alleen, maar twee aan twee op pad gaan. Je kunt elkaar op de reis tot onderlinge steun en bemoediging zijn.

Goodwill

En er is nog iets, waardoor de leerlingen zich bemoedigd mogen weten. Het reizen met nauwelijks enige bagage maakt hen afhankelijk van de goodwill van anderen. Onderdak, eten en drinken, hartelijkheid en gastvrijheid kunnen zij ontvangen van mensen die zelf vredelievend zijn. In die gastvrijheid mogen de leerlingen ook iets ervaren van de liefde en de trouw waarmee God mensen begeleidt op hun weg. Die trouw en liefde zijn onvoorwaardelijk, zoals die van een moeder voor haar kind. In de eerste lezing hoorden we dat God troost zal bieden aan zijn volk zoals een kind troost, warmte en bemoediging vindt aan de moederborst.

De onvoorwaardelijke trouw van God is geen garantie, dat de leerlingen, dat wij van iedere tegenslag worden gevrijwaard. Maar ze is wel de garantie dat God ons niet zal ontbreken in de momenten, waarin wij zonder hoop of uitzicht zijn. God zal met ons zijn, ook – misschien wel juist – in onze donkerste momenten. Daarop te vertrouwen: dat mag ons bemoediging geven, niet alleen in donkere dagen, maar ook in dagen van vreugde en voorspoed.

Een flinke portie bemoediging

Een flinke portie bemoediging: dat is wat wij nodig hebben om onze levensweg te kunnen gaan. Natuurlijk: er is veel waarover wij zelf kunnen beslissen in ons leven. Maar er is ook veel dat ons overkomt. Ernstige ziekte, hevige teleurstelling, langdurige werkloosheid misschien, een verstoorde relatie, te weinig inkomsten om je kinderen aan het sociale leven te laten deelnemen, de maatschappelijke problemen die zich aan ons voordoen door de aanhoudende bezuinigingen of de toestroom van mensen op de vlucht: het zijn zaken waarbij we de bemoediging en de onvoorwaardelijke trouw van God hard nodig hebben.

Want die trouwe liefde kan ons overeind houden, kan ons op koers houden om steeds opnieuw dat woord van vrede te spreken. Met daaraan gekoppeld de vraag: wat kan ik doen om eraan bij te dragen, dat jij kunt leven in vrede? Wie vanuit deze grondhouding erop uittrekt in de wereld van vandaag, die mag zich verzekerd weten van de onvoorwaardelijke trouw en de grenzeloze liefde die God mensen wil toedragen. Dat kun je toch niet anders bestempelen dan als een flinke portie bemoediging.