zondag 4 februari 2018

Helende kracht

Overweging bij de 5e zondag door het jaar (jaar B)

Lezingen: Job 7,1-4.6-7; Marcus 1,29-39

Er zijn vele manieren, waarop wij in ons leven geconfronteerd worden met het lijden. Iedereen heeft wel eens te lijden onder ziekte: voor enkele dagen, of soms ook voor langere tijd. Je kan te lijden hebben onder lichamelijke ziekte, maar ook onder psychische druk. Soms heb je te lijden onder zware teleurstelling, of ook onder een achterdochtige houding van anderen. Maar het kan ook zijn dat je moet werken onder zware druk. Of je gaat juist gebukt onder het feit dat je geen werk hebt. Soms zijn er ook perioden in je leven, dat je het gevoel hebt opgejaagd te zijn.

William Blake (1757-1827) De kwelgeesten van Job
Zo zijn er vele manieren, waarop wij met het lijden in aanraking komen. Er zijn ook vele manieren om met het lijden om te gaan. In de evangelielezing van deze dag kunnen we al twee verschillende manieren ontdekken. De eerste manier is die van de schoonmoeder van Petrus. Nadat Jezus haar heeft genezen van een zware koortsaanval, staat zij op en bediende hen. Petrus' schoonmoeder reageert op de genezing door dienstbaar te zijn. Je kunt dit opvatten als het verlangen om Jezus na te volgen. Door haar ziekte en de daarop volgende genezing is de vrouw tot een zeker inzicht gekomen: het inzicht dat het contact met Jezus haar dichter bij haarzelf heeft gebracht.

Genezen

Een andere manier om met het lijden om te gaan, zien we iets verderop in het verhaal. Talloze zieken worden naar Jezus gebracht om te worden genezen. Natuurlijk verlangen mensen ernaar genezen te worden. Maar het feit dat iedereen Jezus opzoekt, ruikt een beetje naar sensatiezucht. Iedereen wil op een nogal goedkope manier delen in het succes van Jezus. Hij zelf heeft hier geen enkele behoefte aan. Hij verlangt naar een eenzame plaats. Hij wil bidden, hij wil zich steeds opnieuw oriƫnteren op wat God eigenlijk wil.

Op deze manier geeft Jezus aan, dat hij de ziekte en het lijden van mensen niet zomaar kan wegnemen. Er moet eigenlijk meer aan de hand zijn dan alleen maar eventjes een snelle genezing. Mensen genezen, mensen helen, heeft de betekenis van: gezond maken, maar ook van: compleet maken. De woorden 'heel' en 'heil' liggen qua betekenis erg dicht bij elkaar. Het hoeft daarom ook niet te verwonderen, dat Jezus – als hij de nabijheid van het koninkrijk van God aankondigt – veelvuldig mensen geneest van kun kwalen. Waar mensen 'geheeld' worden, ervaren ze ook het naderende 'heil' van het koninkrijk van God. De helende kracht van Jezus is heilzaam voor mensen in hun persoonlijk leven, maar ook voor hun geloof in Gods koninkrijk. En het is opvallend in veel genezingsverhalen, dat het heel maken alleen 'werkt' als mensen ook geloof hebben in de heilzame kracht van Jezus. Geloof is, zou je zeggen, een voorwaarde voor genezing.

Verlangen

Zo is het ook met de man Job, die we in de eerste lezing hebben gehoord. De woorden van Job zijn eigenlijk een grote uiting van protest. Waarom? Waarom ik? Want Job heeft zichzelf niets te verwijten. Hij is een rechtvaardige bij uitstek. Waarom moet hem dan dit zware lijden overkomen? En hij kan ook geen genoegen nemen met de antwoorden van zijn kennissen (misschien mag je zeggen: zijn kwelgeesten). Zij menen: je zult wel iets verkeerd gedaan hebben, anders zou God je niet zo gestraft hebben. Dit vergeldingsgeloof is niet het geloof van Job. Zijn geloof is, dat dit niet de bedoeling kan zijn van God. En in dit geloof zit ook het intense verlangen, de hoop en het vertrouwen, dat het anders kan, beter, ondanks alle pijn en teleurstelling.

De manier waarop Job met zijn lijden omgaat is de manier van een gelovige. Heel zijn wezen is gericht op die ene vraag: waarom moest mij dit overkomen? Ook zelf stel je die vraag wel eens. Maar op die vraag krijg je vrijwel nooit een antwoord. Het is misschien ook niet de goede vraag. Want in die waarom-vraag klinkt ook iets door van verongelijkt zijn. Zoiets van: het is niet eerlijk dat hij wel en ik niet… Op die waarom-vraag krijg je vrijwel nooit onmiddellijk een antwoord. Het is een vraag, waarmee je vooral naar het verleden kijkt. Er is wel een andere vraag waar je een antwoord op kunt krijgen. Maar dat antwoord krijg je niet meteen, maar pas na verloop van tijd. Deze vraag kijkt minder naar het verleden, maar meer naar de toekomst. Dan bedoel ik de vraag: 'Waartoe?' Dat is een vraag die niet ingaat op eerlijk of oneerlijk, maar die iets laat zien van de bedoeling achter de gebeurtenissen. En inderdaad gebeurt het soms: je begrijpt pas achteraf dat je iets bepaalds moest meemaken om tot een zeker inzicht, of beter nog: tot je bestemming te komen.

Helende kracht

Het lijden kan niet zomaar worden weggenomen. Dat kan ook God niet, dat doet ook Jezus niet. Het lijden kan je wel dichter bij jezelf brengen, vooral als je je pijn en verdriet, maar ook je hoop en verlangen, kan delen met een medemens. Dan wordt het lijden meteen al een stuk dragelijker. En dan kan het ook een zin krijgen. Want waar gedeelde smart halve smart wordt, daar zie je vaak daadwerkelijk een verbetering optreden. Waar mensen hun vrees en hun verlangens delen met elkaar, daar zie je een onvermoede kracht ontstaan. Zoals er ook van Jezus een helende kracht uitging, omdat hij het lijden van mensen kon delen.