zondag 13 augustus 2017

Een zachte bries

Overweging op de 19e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: 1 Koningen 19,9a.11-13a; Matteüs 14,22-33

Als je hier in Zeeland op de fiets zit, dan heb je eigenlijk altijd wel met de wind te maken. Soms heb je de wind mee, en net zo vaak ook weer tegen. Het kan gebeuren, dat de wind een aangename verkoeling brengt. Maar het gebeurt ook, dat de wind een verwoestende kracht laat zien. Het is een wonderlijk fenomeen, die wind. Ook al kun je hem niet zien, hij heeft altijd wel een bepaald uitwerking op onze wereld – ten goede of ten kwade.

De wind speelt in de lezingen van vandaag een vooraanstaande rol. Laten we eens kijken naar de situatie, waarin de profeet Elia zich bevindt. Hij heeft, voorafgaand aan de passage die we vandaag hoorden, stoere taal gebruikt en vernietigende tekens gesteld om de profeten van de god Baäl af te troeven. Er is immers maar één God, en dat is Jahweh. En toch is er hevige twijfel in Elia. Die ene God, is die nou echt wel zo prominent aanwezig in de wereld van de mensen, dat hij het kan opnemen tegen Baäl, de god van oorlog, van vruchtbaarheid en ontucht? Voor Elia hoeft het allemaal niet meer. Het is toch zinloos, denkt hij.


Tegendeel

Maar het verhaal vertelt, dat God nog wel iets in petto heeft. Ook als Elia er geen been meer in ziet. Juist als Elia er geen been meer in ziet. En dan wordt ons in beeldende taal verteld over hoe God zich aan Elia bekend maakt. Hij wil juist een God zijn, die totaal anders is dan Baäl. Want er is storm, er is een aardbeving, er is vuur – kortom niets anders dan vernietiging en dreiging. Maar daarin, zo vertelt het verhaal, is God niet te vinden. Na al dat geweld is er een flauwe wind, een zachte briesje, je hoort het nauwelijks suizen. En in dat tegendeel van geweld en vernietiging – daarin herkent Elia wie God wil zijn. Het gefluister van een zachte bries is een verademing in onze wereld, waarin moordende concurrentie en haantjesgedrag de boventoon lijken te voeren. God wil juist laten zien dat in het zachtmoedige, in het kleine en bijna niet waarneembare, het leven van mensen wordt mogelijk gemaakt en bevorderd. Juist in het behoeden van alles wat bescherming nodig heeft wordt de dreiging overwonnen.

Dat zien we ook gebeuren in het verhaal uit het evangelie. Ook hier speelt de wind een prominente rol. De storm is een ernstige bedreiging voor de leerlingen in de boot. De schrik slaat hen om het hart. Maar in het verhaal wordt gezegd, dat Jezus hen tegemoet komt – letterlijk, maar misschien wel vooral figuurlijk. Hij wil hun angst wegnemen, ook al denken de leerlingen een spook te zien: 'Wees maar gerust, ik ben het. Je hoeft niet bang te zijn.' Daarmee leidt Jezus de aandacht af van de huiveringwekkende storm. Hij nodigt de leerlingen uit vertrouwen te hebben in hem. Petrus, die wij wel vaker met enige branie zien optreden, gaat zonder meer in op de uitnodiging van Jezus: 'Zeg maar, dat ik over het water naar u toe moet komen.' En dat gaat goed – tot de angst en de twijfel opnieuw toeslaan. De uitgestoken hand van Jezus (ook hier weer in letterlijke en in figuurlijke zin) is de redding van Petrus.

Zachte bries

En dan, zegt het verhaal, gaat de wind liggen. De dreiging is voorbij. Er kan opgelucht worden adem gehaald. Er kan weer geleefd worden. Want dat is, wat God wil. Dat is wat Jezus wil. Dat mensen kunnen leven. Dat zij niet door hun angsten worden neergedrukt. Dat zij vertrouwen kunnen hebben. In het leven. In zichzelf. In anderen. In God.

Natuurlijk, ook in onze eigen wereld en in ons eigen leven kennen we situaties, die lijken op een beangstigende storm. Iedereen kent omstandigheden, waarin de angst het lijkt te winnen. Terroristische aanslagen maken ons dat iedere keer opnieuw duidelijk. Maar het is belangrijk om ons niet te laten meeslepen door de angst. Het vraagt een zekere moed om tegenstand te bieden aan deze ongerustheid. Maar eigenlijk is het de enige mogelijkheid om toekomst te blijven zien. Het leven van mensen wordt behoed en behouden, waar we weigeren om het recht in eigen hand nemen, waar we de vrijheid van meningsuiting hoog houden en waar we ervoor waken de medemens te kwetsen. Het leven van mensen wordt behoed en behouden, waar we ons niet willen onderwerpen aan de dreigende storm, en waar we het gefluister van de zachte bries willen koesteren. Want in die zachte bries is God herkenbaar.