zondag 30 juli 2017

Van onschatbare waarde

Overweging bij de 17e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: 1 Koningen 3,5.7-12; Matteüs 13,44-52

Het opzetten van een bedrijf is, zo mag je aannemen, geen sinecure. Natuurlijk: je moet er je boterham mee kunnen verdienen. Maar je moet toch vooral een bepaalde passie hebben, een droom willen navolgen, om een product te vermarkten waarvan jij denkt dat mensen dit zullen willen afnemen. Om die droom te realiseren moet je heel wat werk verzetten, regelingen treffen en moeilijkheden overwinnen. Je moet ook van veel andere zaken willen afzien. Bijvoorbeeld het gemak van geregelde werktijden of de luxe van royaal vrije tijd. Maar omdat het jouw passie is, heb je dat er graag voor over. En die passie brengt ook een zekere ordening aan in je leven. Want jouw levensproject krijgt op deze manier een bepaalde betekenis en inhoud. Je leven krijgt überhaupt zin op deze manier.


Jan Luyken (1649-1712), De schat in de akker
(ets, 1712; Rijksmuseum Amsterdam)
Wat geldt voor het opzetten van een bedrijf, dat gaat ook op voor veel andere projecten die wij in ons leven ondernemen. Denk maar aan het aangaan van een levensrelatie of aan het opvoeden van kinderen. Maar ook aan het doen van vrijwilligerswerk of het belijden van je geloof. Datgene wat zin en betekenis geeft aan ons leven, daar willen we ons graag voor inzetten, daar willen we ons moeite voor getroosten. Het brengt ordening aan in ons leven, omdat alle andere wederwaardigheden en ervaringen, alle overige futiliteiten en onzin daaraan ondergeschikt zijn. Het aanbrengen van ordening en overzicht in ons leven, en het vinden van betekenis voor ons bestaan is van groot, is zelfs van levensbelang. Anders zouden we verzuipen in chaos.



Ordening

Dat besef van ordening vinden we ook terug in de lezingen van deze viering. Koning Salomo – in de eerste lezing – realiseert zich heel terecht, dat zijn prille koningschap het beste vorm en inhoud kan krijgen met een goed inzicht. Wijsheid is daarom precies hetgeen hij van Jahwe vraagt, als het belangrijkste gereedschap om zijn levensproject te ordenen. Die wijsheid moet hem inzicht geven om recht te kunnen spreken en om het onderscheid te zien tussen goed en kwaad. Zo maakt het bevorderen van de rechtvaardigheid, met prudentie en mildheid, het leven leefbaar voor al zijn onderdanen.

In de lezing uit het evangelie gaat het over het levensproject van Jezus zelf. Zijn passie noemt hij het rijk der hemelen of ook wel het rijk van God. Dat rijk moet niet verstaan worden als een territoriaal of in de tijd afgegrensd gebied. Het is eerder een toestand die in onze eigen werkelijkheid al kan worden waargenomen – als je tenminste met de juiste ogen kijkt. Het rijk der hemelen is de toestand, waarin mensen met elkaar werkelijk leven in harmonie en vriendschap. Het is een situatie, waarin mensen elkaar recht doen en met mildheid benaderen. Het is een situatie, waarin mensen elkaar – en God – laten gedijen. Jezus beseft heel goed, dat die droom nog gerealiseerd moet worden. Maar zijn passie voor dit visioen is zo sterk, dat hij er alles voor wil doen om het rond te krijgen. Zoals de man, die een schat in een akker heeft gevonden, al het andere wil opgeven om deze rijkdom in handen te krijgen. De schat in de akker ordent zijn leven, geeft zin aan zijn bestaan. Zo is het rijk der hemelen het leidende principe in het leven van Jezus. Het is zijn ultieme passie.

Gedijen

Tegelijk moeten we beseffen, dat het woord 'passie' niet alleen maar opgevat kan worden als 'drijfveer', maar ook als 'lijden'. Passie betekent ook afzien, niet begrepen worden, gehoond en zelfs vervolgd worden. Het levensverhaal van Jezus zelf, eindigend aan het kruis, laat zien hoe dramatisch het kan aflopen. En ook als we kijken naar onszelf, naar de marginale positie van geloof en kerk in de wereld waarin wij leven, dan moet je er heel wat voor over hebben om zogezegd 'bij de club' te willen blijven. De verleiding om mee te gaan met de hoofdstroom in onze samenleving, dus zonder kerk of geloof, kan heel groot zijn.

En toch. Toch gaat het er niet primair om bij een club te horen (natuurlijk: dat ook). Het gaat vooral erom waar die club voor staat. En dat is uiteindelijk toch die schat, waar Jezus het over heeft. Het rijk der hemelen, waar mensen kunnen gedijen, waar God tot zijn recht kan komen. Die parel is zo kostbaar, dat we het ervoor over willen hebben om tot de minderheid te behoren. Want de keuze om anderen tot hun recht te brengen, om de liefde te verkiezen boven de nijd en de strijd, om het kwade te overwinnen door het goede, dat is tenslotte belangrijker dan jezelf te kunnen rekenen tot de mainstream.

Onschatbaar

Zo te willen leven: dat hoeft niet te betekenen dat je groots en meeslepend je levensweg gaat. Christenen hoeven in onze ingewikkelde wereld niet groots te leven. Maar wij kunnen in onze gewone zorg en dagelijkse werk groots zijn in onze toewijding en inzet. En in die zorg en inzet laten we zien, dat we de juiste keuze weten te maken tussen heilzaam en schadelijk, tussen goed en kwaad, tussen belangrijk en onbelangrijk. Deze ordening in ons leven is een parel, die niet te versmaden is. Zelfs wanneer ons dat niet door iedereen in dank wordt afgenomen. Deze droom van het rijk der hemelen is – zo geloven wij immers – voor de wereld waarin wij leven van onschatbare waarde.