zondag 14 mei 2017

Een weg om te leven

Overweging bij de 5e zondag van Pasen (jaar A)

Lezingen: Handelingen 6,1-7; Johannes 14,1-12

Er was een echtpaar, man en vrouw beiden arts, dat zich had laten uitschrijven uit de kerk. Ze voelden zich niet meer op hun plaats in dat enge wereldje. Tegen de tijd van de VUT gingen ze werken in een missieziekenhuis in Oeganda. Met ziekenhuis en al werden ze geadopteerd door een parochie in het oosten van het land. Daar brachten ze ieder jaar uitvoerig en enthousiast verslag uit van hun werkzaamheden. De samenwerking tussen het echtpaar en de parochie groeide en groeide, tot grote tevredenheid van beide. (1)

Verschillende wegen

Er zijn vele manieren waarop de religieuze werkelijkheid, het geloof van mensen tot uitdrukking kan komen. Je kunt tegenwoordig de geloofsbeleving van mensen niet zo gemakkelijk in hokjes plaatsen. Maar bij al die verschillende wegen blijft er altijd een weg, die ene koninklijke weg van barmhartigheid, die tenslotte leidt naar de waarheid en naar het leven. Dat is de weg van Jezus. Hij is zelf die weg.


Er zijn dus veel manieren om die éne weg te volgen. Jammer genoeg geven mensen elkaar vaak weinig ruimte om die verschillende manieren van Jezus navolgen waar te maken. 'Nu niet, maar ook toen al, in de eerste jaren, was er al eens meningsverschil en zo nu en dan bonje. De christenen die uit het jodendom kwamen, mopperden. Ze voelden zich achtergesteld bij de christenen van Griekse komaf. Allemaal import, vonden ze, allemaal allochtonen, die als er gedeeld werd het meeste kregen. Onenigheid dus, en om die op te lossen werden er diakens aangesteld. Een soort armenzorg van heel lang geleden. De apostelen moesten het woord verkondigen, onderricht geven, en de diakens zouden de (materiële) zaken regelen; het waren geen prekers, maar doeners.' (2)

Van alle tijden

De ongelijke behandeling van mensen met verschillende etnische achtergrond was toen net zo actueel als nu. De problematiek van rijk en arm is kennelijk van alle tijden, zoals ook de zorg voor elkaar van alle tijden is. Die zorg voor elkaar, de diaconie, wordt door de apostelen uitbesteed. Zij zelf willen de verkondiging en het gebed niet verwaarlozen. En ook vandaag zien we, dat veel mensen op vrijwillige basis zich inzetten om het lot van anderen te verbeteren. Mensen die thuis hun zieke familieleden verzorgen (maanden, soms jaren lang), vrijwilligers in allerlei verenigingen, clubs en zorginstanties, gedreven mensen die het diaconale werk van de kerk met raad en daad ondersteunen, buddy's die aids-patiënten op een menswaardige manier begeleiden naar hun levenseinde: het is teveel om het allemaal op te noemen. Maar wat al deze mensen gemeen hebben, is dat zij in concrete daden laten zien, wat hun geloof is. Niet ieder van hen zal dit een geloof noemen, misschien wel een overtuiging, of een heilig moeten; en ook niet ieder van hen zal zich identificeren met het christelijk geloof. Maar wat zij doen, dat zijn de werken van Jezus, de werken van barmhartigheid en van gerechtigheid.

Op deze manier maken zij waar, dat de weg van Jezus de weg is naar waarheid en leven. De weg naar de waarheid: welke waarheid bedoelt Jezus dan? Het bijbelse begrip 'waarheid' stamt af van een Hebreeuws woord, dat 'trouw' betekent (3). Trouw zijn aan je roeping, Jezus' trouw aan zijn Vader, trouw zijn ook aan mensen. Die trouw, dat is de waarheid, die volgens Jezus naar het ware leven voert.


De weg

Deze weg ziet Jezus zelf vóór zich, als hij op het einde van zijn eigen levensgeschiedenis weet dat hem vernedering en dood staan te wachten. Hij wil zijn vrienden erop voorbereiden, dat zij het straks alleen zullen moeten doen, als hij er zelf niet meer zal zijn. Want hij gaat naar het huis van zijn Vader, waar ruimte is voor velen. In dat huis zal ruimte zijn voor het artsenechtpaar dat naar Oeganda ging, voor de buddy's en voor de nonnen die een luisterend oor geven aan heroïne-prostitués, voor alle goedwillende mensen die hun dagelijkse zorg geven aan hun kinderen of aan hun ouders, voor gedreven mensen die de werken van barmhartigheid en van gerechtigheid gewoon doen, voor mensen die - maakt niet uit vanuit welk geloof of welke overtuiging - proberen om die hemel op aarde nu al een beetje waar te maken.

En wanneer wij als kerk, als geloofsgemeenschap hier ter plaatse, ook nu al willen lijken op dat huis van de Vader - en eigenlijk kunnen we niet anders, want het hoort tot onze opdracht - dan moet er ook bij ons ruimte zijn voor velen, voor vele opvattingen, voor veel manieren waarop het geloof tot uitdrukking kan komen in woord en daad. 'Dat vraagt een ruimhartig vertrouwen van ieder van ons: van hoog tot laag, van links en rechts,' (4) van oud tot jong. Want zo wordt ons de weg gewezen naar de waarheid, de trouw en naar het Leven, maar dan geschreven met een hoofdletter.
               
(1) Bewerking van de aanzet in Werkboek Weekendliturgie, Gooi&Sticht, 1999, 511.
(2) C. REMMERS, Van toen en thans, zondagse woorden voor doordeweekse mensen, Gooi& Sticht, Baarn 1995, 59.
(3) Vgl. HEIN JAN VAN OGTROP, In het leerhuis van Matteüs, Katholieke Bijbelstichting Boxtel, 1989, 81.
(4) C. REMMERS, o.c., 60.