zondag 19 april 2015

Iederéén draagt iets bij

Interview met Marjolein van Roekel,
geestelijk verzorger in het Admiraal de Ruiterziekenhuis
in de serie Graven naar geloof

Onbekend maakt onbemind, zegt het spreekwoord. Maar daar komt verandering in, als de weergave van mijn gesprek met Marjolein van Roekel onder ogen van de lezers komt. Hoezo onbekend? Marjolein: 'Vanmorgen verzorgde ik een introductie voor nieuwe medewerkers in het ADRZ. Zelfs voor hen is het niet duidelijk, wat het werk van de geestelijk verzorger inhoudt. Wij werken in Goes met een team van drie geestelijk verzorgers: Jeannette van de Beukel en Marianne Zandbergen namens de protestantse kerken en ik zelf namens de katholieke kerk. Maar uitgangspunt bij ons werk is, dat wij beschikbaar zijn voor alle patiënten, ongeacht hun levensovertuiging.

Krachtbronnen

Wanneer mensen hier terecht komen, dan gebeurt het dat ze geconfronteerd worden met de waarom-vraag. Levensvragen, vragen rond zingeving komen sneller naar boven als je met ziekte of ernstige beperkingen te maken krijgt. Belangrijk in mijn werk is om in dergelijke situaties vooral te luisteren. Het past niet, dat ik de vragen van mensen beantwoord voor hen, maar dat ik hen help om hun eigen antwoord te vinden. Ik probeer aan te sluiten bij wat voor deze mens de krachtbronnen zijn, waaruit zij of hij kan leven. Dat vraagt maatwerk, want de richting waarin de antwoorden worden gevonden is afhankelijk van de eigen levensovertuiging. Ook in crisisomstandigheden, die door het ziekteproces worden versterkt, zie je dat mensen leren ontdekken hoe hun leven de moeite waard kan zijn, ondanks de beperkingen van dit moment of de handicaps in de toekomst.

Ik breng dus veel tijd door aan het bed, ten behoeve van de patiënten. Daarnaast verzorgt ons team de kerkdiensten op zondag, samen met voorgangers uit de regio. Ook het aansturen en begeleiden van de vrijwilligers, zo'n vijftig in totaal, vraagt de nodige aandacht. Verder zijn we attent op wie aanwezig is in het stiltecentrum: patiënten, bezoekers, medewerkers. Mensen kunnen er een kaarsje aansteken, iets opschrijven in het intentieboek, folders met relevante informatie vinden, bidden (moslimmedewerkers binnen de organisatie laten er hun gebedsmatjes achter) of lezen in bijbel, koran of hindoeïstische bhagavad gita. Soms gebruik ik de ruimte ook als een rustige omgeving een gesprek te kunnen voeren.

Iederéén kan bijdragen

Vanuit mijn eerdere werk als psychiatrisch verpleegkundige en ook vanuit mijn altijd al aanwezige belangstelling voor religie, ben ik in deeltijd theologie gaan studeren. Wat mij altijd heel erg geboeid heeft, dat zijn de contacten met en de verhalen van mensen. Mijn interesse gaat uit naar hoe mensen hun weg vinden in levensbeschouwelijke vragen. Ik merk, dat ik iets kan betekenen voor mensen, bijvoorbeeld als ik zie dat mensen die niet helemaal kunnen herstellen – door de gesprekken die we hebben – toch tot een zekere aanvaarding kunnen komen. Maar soms gebeurt het ook in een eenmalig contact, zoals wanneer ik iemand in een onrustige situatie kan opvangen met een kopje koffie, wat tijd en een luisterend oor. Het is vooral de tijd die verpleegkundigen ontbreekt, maar die ik mag geven aan wie dat nodig heeft.

Daarbij speelt natuurlijk ook mijn eigen geloofsovertuiging een rol. Ik ga ervan uit, dat ieder mens op een of andere manier kostbaar is. Iedereen kan iets bijdragen aan de samenleving, los van de persoonlijke beperkingen of de handicap. Soms zeggen patiënten wel eens tegen me, dat ze geen betekenis meer hebben voor hun omgeving. Als de situatie het toelaat, stel ik in zo'n geval als wedervraag, of mijn gesprekpartner wel eens bidt voor de kinderen of kleinkinderen. En als zij of hij dat doet, dan is dat toch ook van betekenis voor de omgeving. Iedereen draagt iets bij.

Bidden helpt

Belangrijk vind ik ook, om steeds te zoeken naar de mogelijkheden die mensen nog hebben, naar het goede dat ze in zich dragen. Ik wil vooral dat zien, niet allereerst de beperking of de handicap. Die overtuiging speelt ook een rol in mijn bijdrage aan het ontwikkelen van een visie op goede zorg in het ziekenhuis. In deze tijd is er veel aandacht voor het kostenaspect en dat is niet onbelangrijk, maar ik wil aandacht vragen voor de patiënt als mens en voor de betrekking tussen patiënt en zorgverleners. Ik ben hierbij geïnspireerd door wat ik in mijn opleiding geleerd heb over zorgethiek.

Mijn geloof zou ik kunnen omschrijven als een fundament van optimisme: er is altijd hoop, altijd de mogelijkheid van een goed perspectief. Vaak komt dat tot uitdrukking in het gebed met of voor mensen, als een soort afsluiting van onze ontmoeting. De situatie van deze persoon wordt door het gebed in een groter perspectief geplaatst. In het gebed vertrouwen wij ons toe aan God, ook al kunnen we nog geen betekenis zien in de huidige, som zeer ellendige situatie. Bidden helpt: niet dat de situatie er door verandert, maar dat je er zelf anders in kunt gaan staan.'