zondag 1 maart 2015

Niet uitzichtloos

Overweging op de 2e zondag van de Veertigdagentijd (jaar B)


Icoon van de Gedaanteverandering
Pythagorion, Samos, Griekenland
We leven in een tijd, waarin we controle hebben over veel terreinen in ons leven. Een vakantie naar Amerika kun je op voorhand zelf van dag tot dag uitstippelen met informatie die op internet is te vinden. Een trainingsschema kan je goede diensten bewijzen om een vooraf gestelde prestatie te behalen. De gezondheidszorg helpt ons om onze levensverwachting van jaar tot jaar naar boven bij te stellen. Toch overkomen ons bepaalde gebeurtenissen, die onze plannen en verwachtingen zwaar en en zelfs heel heftig kunnen doorkruisen. Ernstige ziekte, het verlies van een dierbare, gebrouilleerde verhoudingen, pest- en treitergedrag van anderen: het maakt ons kwetsbaar en soms compleet weerloos. Hoe graag we het ook anders zouden willen: het lijden maakt deel uit van ons leven.

Tegen de culturele druk

De lezingen van vandaag kunnen ons helpen om – aan het lijden voorbij  – te blijven zoeken naar hoop en perspectief. Het lijden komt voor Abraham heel dichtbij, als hij op de proef wordt gesteld in het offeren van zijn zoon. Deze onmenselijke opgave is des te schrijnender, als je beseft dat Abraham en zijn vrouw Sara tot op hoge leeftijd kinderloos zijn gebleven. Isaäk is hun oogappel, hun hoop voor de toekomst, hun oudedagsverzekering in een tijd waarin zoiets als AOW nog niet bestond. Hij is degene die de mogelijkheid van een nageslacht in zich draagt, en daarmee het perspectief open houdt naar morgen en overmorgen.


Het offeren van mensen was in de omringende culturen destijds een religieuze aangelegenheid, waarmee men de goden goedgunstig wilde stemmen. Misschien heeft Abraham ook wel een innerlijke stem gehoord, die hem aanspoorde om bij zijn God in de gunst te komen. Maar op het dramatische hoogtepunt neemt het verhaal een onverwachte wending. De God van Abraham blijkt geen God van mensenoffers te zijn. Hij neemt genoegen met het offer van een ram. Daarmee keert de joodse godsdienst zich dus tegen de culturele en religieuze druk van die dagen. God hoeft niet op andere gedachten te worden gebracht door een mensenoffer. Dat is een hoopvol perspectief in een periode, waarin het leek alsof mensen waren overgeleverd aan de willekeur en de grillen van de goden. De God van Abraham aanvaardt geen mensenlevens. Hij is een God die genadig en barmhartig wil zijn, een God die het lijden van mensen niet wegneemt, maar naast mensen wil staan in hun verdriet en armzaligheid. Op dat vooruitzicht mag je vertrouwen.

Na lijden en dood

In dat perspectief moeten we ook het verhaal zien, dat ons verteld wordt in het evangelie. De schitterende ontmoeting op de berg tussen Jezus, Mozes en Elia wordt ons door Marcus verhaald, onmiddellijk nadat hij heeft verteld over hoe Jezus zal moeten lijden en sterven. Ook Jezus wordt dus niet behoed voor pijn, teleurstelling en dood. God is niet bij machte om dat te verhinderen. Maar daarmee is niet alles gezegd. God zal Jezus niet alleen laten in zijn dodelijke eenzaamheid. Dat perspectief wordt zichtbaar daar boven op die berg. De drie leerlingen krijgen Jezus te zien in een kleed zo wit als geen bleker ter wereld maken kan. Het hemelswitte kleed is symbolisch voor wat er komt na lijden en dood. De aanwezigheid van God bij dit lijden, bij de onpeilbare eenzaamheid van Jezus in de moeilijkste uren van zijn leven, maken dat de Mensenzoon bereid is om het lijden te aanvaarden.

Jezus aanvaardt het lijden en de dood als een wezenlijk deel van zijn bevrijdende boodschap. De voorafgaande aankondiging van het lijden en het prachtige, hoopvolle verhaal van vandaag zijn twee kanten van één medaille. Goede Vrijdag en Pasen zijn niet los verkrijgbaar, zou je kunnen zeggen. Petrus lijkt, met zijn voorstel om tenten te bouwen, erop uit te zijn om alleen het goede deel te willen vasthouden. Maar met het afdalen van de berg wordt duidelijk, dat je de topervaring niet kunt vasthouden. Je mag die ervaring wel meenemen als een hoopvol perspectief, maar je moet aanvaarden dat de weg omlaag er ook bij hoort.

Niet zonder uitzicht

Aanvaarden is het woord, dat in deze overweging geregeld is gebruikt. Verdriet en teleurstelling aanvaarden, accepteren dat ziekte, pijn en dood bij het leven horen, dat is niet gemakkelijk. En zelfs al je het uiteindelijk wel kunt, dan is dat meestal pas na een periode van crisis en worsteling. Pas gaandeweg leer je erop te vertrouwen, dat je die moeilijke, soms eenzame weg toch niet alleen hoeft te gaan.

Bidden kan daarbij helpen. Bidden neemt de ellende niet weg, maar helpt wel om er op een andere manier naar te leren kijken. Bidden kan helpen om te leren aanvaarden, dat je menselijke mogelijkheden beperkt zijn, maar daarom niet uitzichtloos. Want God laat mensen niet in de steek. Hij is erbij als wij verdriet hebben, als wij geconfronteerd worden met verlies en teleurstelling. God is erbij wanneer wij het leven ervaren als uitzichtloos, als wij moeten aanvaarden wat niet te aanvaarden is. De onvolkomenheden van het leven, de troosteloosheid, het onrecht, het lijden en de dood: het laat God niet onverschillig. De verhalen van Jezus in zijn hemelswitte kleed en van Abraham, die zijn zoon mag meenemen naar huis, helpen ons om dat vertrouwen te blijven vasthouden: dat wij geloven in een God die barmhartig wil zijn en die met ons meegaat op onze weg door het leven.