zaterdag 10 januari 2015

Aan de schaamte voorbij

Een werkconferentie over 'Kind in armoede', gehouden op 17 november jongstleden in Goes, lijkt al niet meer tot de actualiteit te behoren. De trieste realiteit is, dat de harde cijfers het tegendeel laten zien. Het rapport Armoede in Nederland uit oktober 2013 geeft aan, dat in 2011 één op de tien kinderen jonger dan 18 jaar als arm gekenschetst kan worden. Zij leven op of onder de 'lage inkomensgrens'; dat is grosso modo het bedrag dat een alleenstaande bijstandsgerechtigde ontvangt.

De problemen waarmee deze kinderen geconfronteerd worden zijn velerlei. Er is geen geld om het
huis voldoende te verwarmen. Er zijn niet elke dag drie maaltijden, zelfs niet elke dag een warme maaltijd. Deze kinderen moeten het geld van hun bijbaantje vaak afdragen om het huishoudbudget enigszins op peil te houden. Er is sprake van stress en sociaal-emotionele achterstand. Zij kunnen niet of onvoldoende meedoen in sportclubs of met andere gangbare sociale bezigheden. Het gevoel van eigenwaarde is heel laag of ontbreekt geheel. En er is vaak geen uitzicht op verbetering van de situatie. 'Kinderen hebben,' aldus Armoede in Nederland, 'een bovengemiddeld armoederisico; anderhalf keer zoveel als het risico in de totale bevolking (9,7% tegenover 6,5%).'


De handen ineen

Daarom is het goed, dat op de werkconferentie van 17 november een serieuze poging is gedaan om de handen ineen te slaan. Op initiatief van Splinter, platform voor bestrijding van armoede en sociale uitsluiting in Zeeland, worden allerlei actiepunten, die tijdens de conferentie zijn voorgesteld, verder uitgewerkt. Het is de bedoeling om over een jaar met concrete plannen te komen, die de bestrijding van armoede, met name waar het kinderen betreft, naar een ander niveau te tillen.

Rond armoede heerst veel schaamte. Niet alleen bij de mensen die zelf in armoede moeten leven. Zij proberen op alle mogelijke en vaak creatieve manieren met hun situatie om te gaan, zodat naar buiten toe de schijn kan worden gewekt, 'dat het allemaal wel meevalt.' Maar ook in onze samenleving als geheel is er veel schaamte over dit onderwerp. Vaak worden de harde cijfers in twijfel getrokken, mede omdat men in de eigen omgeving armoede simpelweg niet signaleert. Ook in de kerken, zo moet ik uit mijn dagelijkse praktijk als pastor vaststellen, is het heel moeilijk om helder zicht te krijgen op deze problematiek. Laat staan, dat we gemakkelijk – of zelfs überhaupt maar – in contact komen met mensen in armoedesituaties. Een zekere schaamte is mij op basis van deze constatering niet vreemd.

Trendbreuk

Het zou goed zijn, als we in onze samenleving een trendbreuk kunnen veroorzaken, waardoor we met elkaar aan de schaamte voorbij kunnen komen. Dat kan alleen dan gebeuren, als primair de realiteit van armoede volmondig wordt onderkend. En ook dient het taboe doorbroken te worden, dat het leven in armoede gevolg is van onwil en onvermogen. Vooral kinderen bevinden zich vaak in situaties van afhankelijkheid. Daardoor kunnen zij niet zonder meer in staat geacht worden om hun onvermogen te overwinnen of een taboe te trotseren.

En het is precies daarom, dat nieuwe initiatieven ten behoeve van armoedebestrijding bij kinderen erbij gebaat zijn dat zij zelf concreet betrokken worden bij het zoeken naar oplossingen en mogelijke perspectieven. Plannen maken dus door te spreken met kinderen en niet slechts over hen. Door kinderen op dit punt serieus te nemen, zullen beleidsmakers (zullen ook de kerken) zichzelf serieus leren nemen. Dan kan het hopelijk lukken om aan de schaamte voorbij te komen. Omwille van onze kinderen. Omwille van onze toekomst. Omwille van ons samen leven.

Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd op het Weblog Monnikenwerk