zondag 11 mei 2014

Gehoor geven

Overweging op de vierde zondag van Pasen (jaar A)

Schriftlezingen: Handelingen 2,14a.36-41; 1 Petrus 2,20b-25; Johannes 10,1-10

De Amerikaanse zanger Bob Dylan heeft veel mooie en aansprekende liedjes gemaakt. Een van de bekendste is misschien wel Knockin' on heavens door. Het is – zoals veel van zijn songs – een protestlied en tegelijk een lied van verlangen. In situaties van duisternis en geweld vraagt hij toegang tot de hemel: Knock, knock, knockin' on heavens door. De hemel ziet hij als een plaats waar de zwarte nacht en de agressie geen macht meer hebben over mensen. En dan mag je maar hopen, dat er in de hemel wordt geluisterd naar het kloppen op de deur.

Luisteren
Deur van de hemel (Glas-in-lood raam in de kerk
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Hansweert)

De deur is een pregnant beeld in de evangelielezing van deze dag. De deur is – zo houdt Jezus ons voor – de legitieme plek waar je kunt in- en uitgaan. Ieder die op een andere manier de schaapskooi binnengaat, is niet te vertrouwen. De deur wordt bewaakt door de legitieme eigenaar van de plaats, die veiligheid en beschutting biedt aan de schapen. De beheerder van de kooi, de herder van de schapen, ziet erop toe dat zijn kudde hem volgt. De schapen luisteren naar zijn stem.



Luisteren en volgen. Dat mag je zien als actie en reactie. Het ene gebeurt en het andere volgt daaruit. De stem van de herder, van Jezus dus, is het beginpunt. Hij roept. Het is dan ook heel passend om juist dit verhaal te beluisteren op de zondag van de roepingen. Jezus roept zijn schapen. Hij roept ons. Dat is de actie. En van ons wordt als reactie gevraagd of wij hem willen volgen. Je zou kunnen zeggen: het roepen van Jezus is als het kloppen op de deur van ons hart: knock, knock, knockin' on our hearts door.

Verdragen

Geven wij dus gevolg aan de roep om onze herder te volgen? En wat betekent dat dan? Welke consequenties heeft het als je de weg gaat, die Jezus ons voorgaat? Iets daarvan wordt zichtbaar in de lezing uit de brief van Petrus. Hij wijst erop, dat wij bereid moeten zijn geduldig te verdragen wat wij te lijden hebben om onze goede daden. Dit soort lijdzaamheid lijkt niet te passen in onze tijd. Wij zijn eraan gewoon geraakt om bij wijze van spreken bij iedere hoofdpijn een pilletje te nemen. Dat klinkt een beetje denigrerend, maar Petrus bedoelt het anders, denk ik. Er gebeuren dingen in ons leven, die wij niet in de hand hebben. Soms moet je jezelf neerleggen bij wat je overkomt. Berusting is niet hetzelfde als jezelf gewonnen geven; het is ook een manier om een bewust keuze maken. Neem nou het gegeven, dat wij als gelovige kerkgangers een duidelijke minderheid zijn geworden in onze samenleving. Alleen al door de getalsmatige verhoudingen kun je je afvragen, of je met je geloof en je kerkgang nog wel op de goede weg zit. Dat kan steken, dat kan pijn doen, dat kan ook verdriet veroorzaken.

Als je gehoor geeft aan die pijn en dat verdriet, als je dus feitelijk luistert naar de stem van de meerderheid, dan wordt de stem van de herder steeds zwakker. Maar juist het geduldig verdragen van wat wij te lijden hebben – zegt Petrus – dus het uithouden van die ongemakkelijke positie is misschien wel een krachtiger knockin' on heavens door dan meegaan met de meute. Proberen te luisteren naar de stem van Jezus is immers een uiting van onze diepste verlangens. Het verlangen naar het goede leven; naar vrede, verzoening en onderlinge harmonie; naar veiligheid en geborgenheid; naar erkenning en mogen zijn wie je bent.

Diepste verlangens

Door ruimte te maken voor deze diepste verlangens geef je gehoor aan de roepende stem van de herder, van Jezus. Door ruimte te maken voor deze diepste verlangens maak je een andere keuze dan wat ons meestal wordt voorgehouden door commercie en politiek. Dat is vaak een ongemakkelijke keuze, maar wel één die ertoe doet. Want waar je ruimte geeft aan je diepste verlangens, daar wordt ook ruimte gemaakt voor de diepste verlangens van God. Hij wil – zo denk en hoop ik toch – dat je als mens het goede leven kunt leven, dat je verzoening en onderlinge harmonie nastreeft, dat je mag zijn wie je ten diepste bent.

Gehoor geven aan je diepste verlangens, die tegelijk de verlangens zijn van God, dat is dus luisteren naar de stem van de herder. En luisteren naar die stem, gehoor geven aan de roep die hij tot ons richt: dat is een opdracht die ons allemaal geldt. Niet alleen de voorgangers in onze kerken, niet alleen de religieuze leiders of de harde kern van vrijwilligers, maar ieder van ons mag en kan gehoor geven aan die roep.

Gehoor geven

Natuurlijk bidden wij op deze zondag van de roepingen om herders voor de kerk en inspirerende mensen, die ons de weg kunnen wijze naar het goede leven. Natuurlijk bidden wij om mensen die laten zien hoe het kan: vrede, verzoening en samenzijn in goede harmonie. Natuurlijk bidden wij om mensen die pal staan voor veiligheid en geborgenheid, en die eraan werken dat mensen mogen worden wie ze werkelijk zijn. Maar als wij bidden om zulke mensen, dan hebben we tegelijk ook de opdracht om daar zelf – binnen onze mogelijkheden, maar wel met onze talenten – aan te werken. Zo geven wij gehoor aan de stem van de Goede Herder, aan onze diepste verlangens. Zo laten wij zien, dat we kunnen meezingen met Bob Dylan: Knock, knock, knockin' on heavens door.