zondag 3 juni 2018

Los van eigenbelang

Overweging op het feest van het heilig Sacrament (jaar B)

Lezingen: Exodus 24,3-8; Marcus 14,12-16;22-26

Er zijn vele manieren waarop mensen met elkaar verbinding zoeken. Soms heb je de hulp van een ander nodig voor iets, dat je in je eentje niet voor elkaar krijgt. En als jij op jou beurt een ander met iets helpt, dan staat hij bij jou in het krijt. Ook daardoor ontstaat een onderlinge band. Maar de onderlinge verbinding kan ook heel diep gaan, bijvoorbeeld als er een vriendschap ontstaat tussen twee mensen. En als ik nog een stap verder ga, dan kunnen mensen partners worden van elkaar, zelfs levenspartners. En als het eenmaal zover komt, dan hebben ze behoefte om dat ook uit te drukken met een teken, een symbool of een rituele handeling.
Afbeelding: pixabay.com

Bloedbroeders

In mijn jeugd heb ik boeken verslonden van Karl May over de avonturen van Winnetou en Old Shatterhand. De vriendschap tussen die twee werd bezegeld doordat ze een snee maakten in hun arm en de verwonding tegen elkaar aandrukten. Door het vermengen van hun bloed werden ze bondgenoten voor het leven, letterlijk bloedbroeders. Met dit ritueel zeiden ze tegen elkaar: 'Mijn leven is jouw leven. Wij staan voor elkaar in.'


In de verhalen uit de bijbel horen we vandaag ook verhalen, waarin bloed een belangrijke rol speelt. Het bloed bezegelt de wederzijdse verbondenheid. In de eerste lezing is dat de verbondenheid tussen God en zijn volk. Mozes bevestigt die verbondenheid door bloed te sprenkelen over het altaar (teken van Gods aanwezigheid) en over de Israëlieten. Zo worden de Israëlieten en God als het ware bloedbroeders. 'Wij staan voor elkaar in,' zouden ze tegen elkaar gezegd kunnen hebben. En wat deze bloedband precies inhoudt, dat heeft Mozes eerder opgetekend door alle woorden van God vast te leggen op schrift. Dus als de Israëlieten zich houden aan die woorden, dat wil zeggen als ze Gods aanwezigheid in de wereld waarmaken, dan zal God op zijn beurt bescherming bieden aan zijn verbondspartners, dan zal hij met hen meetrekken op hun weg door de geschiedenis.

Één met hem

Het bloed als teken van verbondenheid en wederzijdse trouw. We hebben Jezus horen zeggen, dat de beker wijn zijn bloed vertegenwoordigt: 'Mijn bloed van het verbond, vergoten voor velen.' Door het drinken van de wijn wordt je als het ware één met de gever van dit teken. Je wordt één met Christus, zoals het vermengen van het bloed door Winnetou en Old Shatterhand hun diepe verbondenheid symboliseerde.

Het drinken van de beker is in de katholieke kerk voorbehouden aan de priester. Maar het delen van het heilig brood, daar mag iedere gedoopte aan meedoen. En dat is ook wat wij straks gaan doen. 'Dit is mijn lichaam,' zegt Jezus als hij het brood aan zijn leerlingen reikt. Door het eten van het brood word je – net als bij het drinken van de beker – één met hem. Dus als wij zo intens met hem verbonden zijn (door zijn brood, zijn lichaam tot ons te nemen), dan maken wij ook de keuze om zijn weg door het leven te volgen. Wij vinden bemoediging en troost bij hem door zijn brood te eten, maar dat brood geeft ons ook de kracht om hem te volgen op de weg die hij is gegaan, de weg van de ultieme liefde, liefde tot het uiterste.

Offer

Want tot het uiterste ging zijn liefde inderdaad. Hij was bereid zijn leven te offeren om trouw te blijven aan zijn diepste overtuiging. De overtuiging, dat God met hem verbonden was, zelfs wanneer dat zou leiden tot vernedering, marteling en de schandelijke dood aan het kruis. Hij offerde zijn leven om trouw te blijven aan zichzelf en aan God.

Moeten wij, als wij zijn brood eten, dan ook ons leven offeren? We gebruiken dat woord 'offer' niet meer zo graag tegenwoordig. Want we zijn het liefst mensen die zelf de beschikking houden over ons leven. Offers brengen – velen hebben er in de voorbije jaren tijdens de economische crisis mee te maken gehad: ontslag om de toekomst van een bedrijf te garanderen, loon inleveren om je van pensioen te kunnen verzekeren. Ja, er worden geregeld offers van ons gevraagd.

Los van eigenbelang

Daarin zit wellicht precies het probleem. Anderen vragen of wij willen inleveren. Anderen doen een beroep op ons om iets los te laten omwille van een hoger doel. Maar er is ook een andere kant. Die heeft niet met loslaten of inleveren te maken, maar met vasthouden en behouden: zo gericht zijn op een doel of vasthouden aan een ideaal dat andere zaken ervoor wijken. Het wordt anders als we zelf een keuze maken. Als we ons met toewijding inzetten voor wat ons ter harte gaat, nemen we voor lief dat er ingeleverd moet worden. De man die zijn zieke vrouw verzorgt, offert zijn nachtrust op. De onderwijzer die het lastige kind aandacht wil geven, levert vrije tijd in. Steeds is er een ander in het spel, die maakt dat jij bereid bent je eigenbelang los te laten, op te offeren, want trouw zijn aan die ander is belangrijker dan op je strepen staan.

Daar waar mensen geven vanuit hun diepste kern, daar wordt het leven geheiligd. Daar waar zij zichzelf geven, daar wordt het sacrament.

Deels geïnspireerd op een overweging van Mirjam Dirkx in 'Liturgiekatern' jaargang 5 (2018) nr 5 (uitgave van Midden onder U, Maastricht).