donderdag 10 mei 2018

Alles en iedereen

Overweging bij de oecumenische viering
op Hemelvaartsdag te Driewegen

Lezingen: Efeziërs 4,1-13; Marcus 16,15-20 (Bijbel in Gewone Taal)

Jullie kennen misschien wel het nummer The Air that I Breathe, waarvan de versie van The Hollies wellicht de bekendste uitvoering is. Oorspronkelijk is het echter een lied van Albert Hammond, opgenomen op zijn eerste album It never rains in California uit 1973. Leven van de lucht, dat is wat je kan overkomen als je tot over je oren verliefd bent geraakt. Je hebt letterlijk geen eten nodig, nauwelijks slaap en slechts af en toe een beetje drinken. De lucht is alles wat je nodig hebt om in leven te blijven, omdat degene waarop je hopeloos verliefd bent je 'alles' is en je alles geeft waar je in die periode behoefte aan hebt.

Vermoeden

Toch kun je op den duur niet leven van de lucht, hoewel die onontbeerlijk is voor alles wat leeft. De lucht is vrij verkrijgbaar, al moet je op sommige plekken in deze wereld er heel erg zuinig mee omspringen, bijvoorbeeld als je in een duikboot verblijft of in een ruimtestation. Maar als we die uitzonderlijke situaties even buiten beschouwing laten, dan is de lucht alom aanwezig. Zuurstof is in principe vrij beschikbaar voor alles en iedereen. Zuurstof is levensnoodzakelijk voor alles wat leeft. Lucht geeft leven aan alles en iedereen.

En dan is het een mooie vergelijking als we in de brief aan de Efeziërs horen, dat God zelf degene is die – net als de lucht – leven geeft aan alles en iedereen. Hij is, zo staat er ook bij, aanwezig in alles en iedereen. Hoewel wij God niet kunnen waarnemen, zoals we onze buurvrouw of buurman kunnen waarnemen, vermoeden wij – als gelovige mensen  – dat God present is: in alle mensen, in alle levende wezens, in alle gebeurtenissen, in heel ons bestaan. Maar, laat mij daarin duidelijk zijn, het is dus een vermoeden. De alomtegenwoordigheid van God is niet iets dat je op ieder moment en op iedere plek kunt vaststellen. Soms zien wij iets van Gods aanwezigheid in de onbevangen ogen van een kind, in de schoonheid van de natuur, in iets dat ons onverwacht toevalt, in de trouw waarmee mensen blijvende zorg voor elkaar hebben, in de ontroering die muziek soms kan veroorzaken. Maar als je goed leert kijken, dan kun je Gods aanwezigheid in onze wereld zien in alles en iedereen.


Aanwezig en werkzaam

Het aanwezig zijn van God in ons bestaan kan – voor mensen die bereid zijn om te geloven – ook een grote kracht betekenen, het kan inspirerend werken en een troostende uitwerking hebben. Degene die daar het meest overtuigend naar geleefd heeft, is Jezus zelf. Hem hebben wij horen zeggen in de evangelielezing: 'Mensen die geloven, zullen wonderen doen.' Het geloof in Gods werkzaamheid in ons bestaan geeft ons de kracht en de inspiratie om dingen te laten gebeuren die je niet voor mogelijk zou houden. Jezus geeft daarvan een paar pittige, zelfs extreme voorbeelden. Dodelijk gif drinken en niet sterven: ik zou het er – als ik heel eerlijk ben – niet echt op wagen. Maar ook minder extreme, en toch net zo wonderlijke gebeurtenissen kunnen vanuit gelovig perspectief getuigen van Gods werkzaamheid en aanwezigheid in alles en iedereen. Heel simpel kan iemand met een luisterend oor jou, als je intens verdrietig bent, het gevoel geven dat je niet alleen bent met je leed, ook al had je zoiets aan het begin van de dag helemaal niet verwacht. Of het kan gebeuren, dat een relatie die volledig gebrouilleerd lijkt, toch opnieuw tot bloei komt doordat één van (of misschien wel beide) partijen bereid zijn over hun gekwetste gevoelens heen te stappen. Het gebeurt zelfs dat iemand die ernstig ziek is en de dood al in de ogen kijkt, na een ziekenzegening, waarbij de naaste familie al afscheid neemt, toch herstelt en tijd krijgt toegemeten, die we gewoonlijk 'reservetijd' noemen.

Dit soort 'wonderen' kunnen gebeuren waar mensen toelaten, dat God zijn werk kan doen. Het kan gebeuren waar mensen openstaan om te erkennen dat God aanwezig kan zijn in alles en iedereen. Het kan zich aandienen waar wij ruimte maken voor het inzicht dat hij leven geeft aan alles en iedereen.

Kracht tot wonderen

En waar mensen deze gelovige visie op het bestaan serieus nemen, daar mogen ze – gevolg gevend aan de opdracht van Jezus zelf – 'de hele wereld door trekken en het goede nieuws vertellen aan iedereen.' Het evangelie van Marcus eindigt nou precies met deze vaststelling: 'De leerlingen gingen op weg. Overal vertelden ze het goede nieuws. De Heer hielp hen, en hij gaf hen de kracht om wonderen te doen.'

Geloven in God, geloven in Jezus houdt geen stand door naar de hemel te blijven staren. Het houdt pas stand (en het wordt ook gevoed) door onze blik te richten op de aarde waarop wij wonen, en op de mensen die onze levensweg kruisen. De mensen en de aarde bepalen – vanuit ons geloof in de opstanding, vanuit ons geloof dat de dood het einde niet is – wat nodig is om dat geloof tot een tastbare realiteit te maken. Daar gaat het tenslotte om: dat het geloof geen zweverige hemelstaarderij is, maar een kracht die onze aardse realiteit stuwt en richting geeft. Het geloof zou ons in beweging moeten brengen.

In alles en iedereen

En je ziet het ook gebeuren in de wereld waarin wij leven. Want waar mensen zijn vastgelopen in hun leven, daar kunnen wij met hen op zoek te gaan naar nieuwe wegen. Waar onderlinge verhoudingen zijn verstoord en verstard, daar kunnen wij met mensen op zoek te gaan naar zachtheid en nieuwe openingen. Waar mensen worden getroffen door ziekte of teleurstelling, door onbegrip of achterdocht, daar kunnen wij met hen op zoek gaan naar troost, herstel, genegenheid en vertrouwen. En waar het uitgesloten lijkt, dat mensen nog tot elkaar zullen komen, daar mogen wij vasthoudend geloven – en bidden – dat het onmogelijke toch mogelijk zal blijken. Daar kunnen wij vanuit ons geloof, vanuit de kracht van de herinnering aan Jezus' leven, sterven en opstanding laten zien dat God aanwezig is in alles en iedereen.