zondag 15 april 2018

Het onmogelijke toch mogelijk

Overweging bij de 3e zondag van Pasen (jaar B)

Lezingen: Handelingen 3,13-15.17-19; Lucas 24,35-48

Toen Rein geboren werd, lag er meteen al een zware domper op de vreugde: Rein was geboren met een zware handicap, lichamelijk en geestelijk. Zijn ouders stonden van de ene minuut op de andere voor de opgave om hun leven totaal anders in te richten. Maar ze wisten van elkaar, dat hun kind uit liefde geboren was. En daarom weigerden ze zich neer te leggen bij de botte reacties van sommige mensen in hun omgeving.

De moeder van Rein wist, dat het een hele zware opgave zou zijn. Maar ze wist ook met een enorm geduld en intense liefde Rein zover te brengen, dat hij leerde om rechtop te zitten. Hij leerde wat nee en ja betekende, hij leerde zindelijk te zijn. Het gaf haar een gevoel van overwinning, toen Rein op zijn negende verjaardag helemaal alleen zijn beker kon leeg drinken, zonder te knoeien. Wat niemand voor mogelijk had gehouden bleek toch te kunnen.

De overtuiging, dat het onmogelijke toch waar kan worden, komt niemand zomaar aanwaaien. Het is een overtuiging, die meestal zwaar bevochten moet worden. Je moet door je gevoelens van vertwijfeling en onmacht heen. Wie een dierbare, lieve mens is verloren, weet hoe moeilijk het is, en hoeveel tijd het kost om - na het verlies en het gevoel van leegte - toch tot de overtuiging te komen om weer gelukkig te kunnen, te mogen zijn.


Een lang proces

We hebben dat ook zien gebeuren in het evangelieverhaal van deze derde zondag van Pasen. We moeten goed beseffen, dat het verhaal (zoals de meeste verhalen in de bijbel) een geloofsverhaal is, een verhaal waaruit het getuigenis spreekt van de eerste leerlingen van Jezus. En daarom moeten we dit verhaal ook als zodanig leren verstaan. Een mooi gedicht lees je immers ook niet alsof het een bericht uit de krant is. Een gedicht moet je lezen vanuit de bedoeling die de dichter erin wilde leggen. En zo moet je ook een geloofsverhaal verstaan vanuit het getuigenis dat de eerste christenen ermee wilden uitdrukken. Eigenlijk is het verhaal uit het evangelie een hele bondige samenvatting van een lang proces, dat de leerlingen hebben doorgemaakt. In die ontwikkeling komen ze (door hun verbijstering en twijfel heen) tot het inzicht, dat Jezus' dood niet het einde is van zijn idealen. Hij leeft verder, niet alleen in het enthousiasme van de leerlingen, maar ook bij God, die hij zijn Vader noemt. Dat hele proces wordt samengevat in het verhaal dat we beluisterd hebben.

Als Jezus na zijn dramatische dood (volkomen in tegenstelling met de menselijke verwachtingen) te midden van zijn leerlingen staat, is hun eerste reactie er een van verbijstering en schrik, van angst en twijfel. Als teken dat hij het echt is, laat Jezus hun de wonden aan zijn handen en voeten zien, en eet hij voor hun ogen een stuk geroosterde vis. Maar pas door hun ontsteltenis en scepsis heen komen de leerlingen tot de overtuiging, dat dezelfde Jezus die gekruisigd en vermoord is ook werkelijk uit de dood is opgestaan.

Nadat

Maar de overtuiging, dat verrijzenis mogelijk is - die overtuiging is niet verkrijgbaar zonder de ervaring van lijden en sterven erbij te nemen. Het gevoel van overwinning, dat de moeder van Rein had op zijn negende verjaardag, kon ze alleen maar als zodanig ervaren nadat ze heel veel geduld had opgebracht en talloze teleurstelling had moeten verwerken. De overtuiging dat je toch gelukkig mag zijn, ook al mis je je geliefde nog iedere dag, kun je je alleen maar eigen maken nadat je door een diep dal van leegte bent heen gegaan. Het geloof in de opstanding is niet verkrijgbaar los van het lijden.

Maar tegelijk moet je ook zeggen, dat het opstandingsgeloof alleen maar iets van jouzelf kan worden als je opstandig bent tegen alles wat het leven kapot maakt en zinloos. Opstandingsgeloof en opstandigheid horen bij elkaar. Er moet een bepaalde koppigheid in je zitten, die jou ervan weerhoudt om zomaar te accepteren dat het lijden er nu eenmaal is en dat daar toch niets tegen te doen is. Het geloof in de opstanding houdt ook in dat je je verzet tegen de zinloosheid van het onschuldige lijden. De moeder van Rein weigerde om zich erbij neer te leggen, dat het leven van haar zoon zonder zin zou zijn. De leerlingen van Jezus weigeren uiteindelijk om zich erbij neer te leggen, dat zijn dood het einde is van zijn droom van gerechtigheid en vrede.

Opstandig

Handen en voeten geven aan je geloof in de opstanding, leven vanuit de overtuiging dat er door tegenslag en teleurstelling heen telkens nieuwe kansen komen, weigeren om je neer te leggen bij onrecht en dood, dat kan ook gebeuren in ons gewone leven van elke dag. Vele vrijwilligers in onze parochie zijn week in, week uit bezig om aan dat geloof handen en voeten te geven. Het kost alles bij elkaar bergen energie, soms ook de nodige frustratie, maar gelukkig brengt het ook veel voldoening. Van een mooi vrijwilligersfeest kun je pas echt genieten nadat het nodige werk is verzet.

Handen en voeten geven aan je geloof in de opstanding, daar gaat het dus om. Er is een verhaal dat stamt uit de tijd van de invasie in Normandië, 1944. Een groep geallieerde soldaten trekt door een klein dorpje, waarvan vele huizen kapot geschoten zijn. Ook de school en de kerk zijn zwaar beschadigd. Het kruis dat boven het altaar heeft gehangen is naar beneden gekomen. Van het crucifix is alleen het hoofd, de romp over. Een van de soldaten heeft een stuk krijtsteen gevonden, en schrijft op de houten dwarsbalken van het kruis: 'Laat ons de handen en voeten van Jezus Christus zijn.'