zondag 4 maart 2018

Innerlijk kompas

Overweging bij de 3e zondag van de Veertigdagentijd – jaar B

Lezingen: Exodus 20,1-17; Johannes 2,13-25

Voor veel mensen is er weinig houvast in de wereld waarin wij leven. Want hoe moet je je weg vinden in de overdaad aan informatie, die je dagelijks over je heen krijgt? Hoe vind je de juiste koers in deze tijden van economische wildgroei? Welke morele richtingwijzers kun je hanteren nu de individuele vrijheid vele malen belangrijker is dan het gemeenschappelijk belang? Zijn er nog inspirerende leiders, die antwoorden kunnen geven op vragen over de uiteindelijke zin van ons bestaan? Zeker voor veel jonge mensen lijkt het een enorme opgave om hun weg te vinden in de wereld van onze tijd.

Ook voor ons als gelovige mensen is het niet eenvoudig om in de wereld van vandaag onze weg te vinden. De sociale structuren van politieke partij, vakbeweging, omroep en kerk zijn minder sterk dan vroeger. En ook binnen de kerk zelf zijn er verschillen in opvatting, die je ertoe aanzetten om je eigen standpunt te bepalen. Kortom, wie kan orde scheppen in de chaos?


Kijken naar de richting

Juist in deze Veertigdagentijd worden wij uitgenodigd om daar eens goed over na te denken. Kijken naar de richting, die wij in ons leven willen gaan. Want juist deze aanloop naar Pasen is een tijd van bezinning en verdieping, van kijken naar waar het nu echt op aankomt in onze omgang met elkaar. En daarbij kunnen de Schriftlezingen van deze dag ons behulpzaam zijn.

In de eerste lezing hebben we beluisterd, hoe Mozes de Tien Woorden van God in ontvangst neemt. Ze zijn bedoeld als richtingwijzers. Ze helpen om je omgang met mensen en je omgang met God te bepalen. Ze wijzen de weg naar een menswaardige samenleving, naar nieuwe en bevrijdende levenskansen.

Tien Woorden

De Tien Woorden worden aan Mozes bekend gemaakt, in de tijd dat Israël door de troosteloze woestijn trok. Door deze Tien Woorden, gegrift in stenen platen, gaat God opnieuw een verbond aan met zijn volk. Met deze Tien Woorden wijst Mozes de Israëlieten een weg: niet alleen door de barre woestenij, maar ook een weg voor het leven en samenleven van mensen. Want het meest opvallende aan de Tien Woorden is, dat ze gekoppeld worden aan de bevrijdende kracht van Jahweh: 'Ik ben de Heer uw God, die U heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis.' Jahweh is een bevrijdende God. En hij wil, dat mensen ook zo met elkaar omgaan: dat ze elkaar niet afkatten, vastpinnen en neerdrukken. Ze moeten elkaar juist kansen geven. Zo kunnen ze – in vrijheid en verbondenheid – hun leven opbouwen. Dat is de essentie van het verbond, waaraan God zichzelf verplicht. En ook mensen zouden zich verplicht moeten voelen. De trouw van mensen aan deze leefregels, aan dit verbond, garandeert van Gods kant zijn trouw aan mensen. De Tien Woorden impliceren daarom ook de trouw van mensen aan elkaar.

De meeste van de Tien Woorden zijn negatief geformuleerd: gij zult niet doden, gij zult niet uw zinnen zetten op ... Ze zijn daarom bedoeld als minimumeisen, als een onderste grens, die bescherming biedt van de meest fundamentele mensenrechten. Maar de negatieve formulering in de Tien Woor­den heeft toch een uiterst positieve insteek. Want ze zijn juist bedoeld om ruimte te creëren. Ruimte waardoor mensen de kans krijgen om hun leven met elkaar op te bouwen. Ruimte waardoor we onze aarde kunnen maken tot een plek waar iedereen tot zijn recht kan komen. Geen beknotting dus van de vrijheid, maar juist het openen van nieuwe mogelijkheden. En dat is een levensgrote en levenslange opgave. Maar het is tegelijkertijd ook een belofte. De Tien Woorden zijn het visioen van een rechtvaardige, broederlijke en zusterlijke samenleving, die aan ons is toevertrouwd. Ze zijn als het ware het innerlijke kompas waarop wij koersen op de woelige baren van ons bestaan.

Richting vinden

Dat innerlijke kompas kan ons dus helpen om richting te vinden in de chaotische wereld waarin wij leven. Het is een krachtig instrument om antwoorden te vinden op nieuwe vragen die steeds weer op je af komen. En dat kompas kan je helpen om niet alleen te kijken naar wat voor jou zelf belangrijk is. Het helpt ook om te kijken naar wat een ander nodig heeft. Vooral het belang van de ander mag in deze Veertigdagentijd extra aandacht krijgen. Niet alleen door aandacht te hebben voor bijvoorbeeld het project van de Vastenactie, maar ook door aandacht te hebben voor de naaste in onze directe omgeving. Een tijdelijke versobering van onze eigen leefgewoonte kan helpen om de aandacht meer te richten op de ander.

Dat is ook wat we zien gebeuren in het evangelieverhaal. Jezus laat zien, dat de overdreven aandacht voor eigen gewin afleidt van waar het werkelijk om draait. Het innerlijk kompas van mensen raakt van streek als er geen ruimte wordt gemaakt voor het geloof in God. Het evangelie vertelt verder ook, dat velen begonnen te geloven bij het zien van Jezus' optreden en van de tekenen die hij verrichtte. Maar Jezus van zijn kant had geen vertrouwen in wat er leefde in hun hart. Niet zozeer het geloof van mensen stelt Jezus onder kritiek, maar vooral het feit dat hun geloof alleen maar steunt op het zien van uiterlijke tekenen. Het moet wortel schieten in het hart. Dan pas is het een geloof dat ook bestand zal zijn tegen teleurstelling en tegenslag.

Innerlijk kompas

Daarom ook moet de Tien Leefregels niet zozeer van buiten worden geleerd, maar vooral worden gedaan. Ze moeten niet alleen gegrift staan in de stenen platen, maar vooral in het hart van mensen, als een innerlijk kompas.