zondag 29 januari 2017

Gefeliciteerd!?

Overweging op de 4e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Sefanja 2,3; 3,12-13; Matteüs 5,1-12a

Bij een verjaardag, een jubileum of een huwelijksfeest brengen we aan de jarige, de jubilaris of het bruidspaar onze gelukwensen over. Proficiat, gefeliciteerd, van harte geluk gewenst: het kan in verschillende bewoordingen worden gezegd. Je wenst de ander het goede, het beste toe. En dat doen we met name als er blijde gebeurtenissen plaats vinden. Of bijvoorbeeld ook bij de jaarwisseling.

De nieuwe Mozes

In het evangelie vandaag horen we Jezus verschillende keren zeggen: 'Proficiat!' Maar als je goed luistert, dan gaat het hier niet speciaal over feestelijke of bijzondere gebeurtenissen. Eerder lijkt het tegendeel het geval te zijn. Jezus feliciteert mensen die arm van geest, verdrietig of zachtmoedig zijn. Hij wenst hen geluk omdat ze honger en dorst hebben naar gerechtigheid, vrede brengen of zachtmoedig zijn. Hij feliciteert hen – dat lijkt toch wel het toppunt – omdat ze vervolgd, uitgescholden en gehoond worden. Nou … je vraagt je af, of je met zulke omstandigheden eigenlijk wel gefeliciteerd wil worden.

zondag 22 januari 2017

Een nieuwe tijd

Overweging op de 3e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Jesaja 8,23b-9,3; Matteüs 4,12-23

Nog een kleine twee maanden en dan mogen weer naar het stemhokje. Intussen doen politici hun best om ons ervan te overtuigen, dat – ieder op eigen manier – hij of zij de beste kandidaat is om ons te vertegenwoordigen. Als kiezer is het niet eenvoudig om een keuze te maken uit de vele kandidaten. Maar een ding is zeker: degene die ons hart weet te raken, zal vermoedelijk wel onze stem krijgen. Die kandidaat geef je je vertrouwen. Want met die kandidaat zou misschien iets nieuws kunnen beginnen. Een nieuwe tijd.

Dat het hart van mensen geraakt wordt, zien we ook gebeuren in het evangelieverhaal van deze dag. De boodschap waarmee Jezus mensen wil aanspreken is compact en direct. De boodschap komt binnen als een mokerslag: 'Bekeer je, want het rijk der hemelen is nabij.' De oproep tot bekering houdt in dat je een andere koers gaat varen in je leven. Dat klinkt behoorlijk radicaal. Je levenskoers wijzigen, daar gaat meestal een intensief proces aan vooraf. Je voelt misschien dat het anders kan, of beter moet. Je denkt na en je praat met anderen over bijvoorbeeld de vraag of je moet emigreren, of dat je je leven wilt doorbrengen in een klooster. Maar zo'n koerswijziging doe je niet zomaar even. Hoe dan ook: iets nieuws beginnen gebeurt altijd omdat je uiteindelijk je hart volgt. Je laat je hart, je intuïtie spreken.

zondag 15 januari 2017

Een heilzame onderbreking

Interview in de serie Graven naar geloof 
met pastor Bernard van Lamoen
naar aanleiding van het aanvaarden van een nieuwe baan in Roosendaal

Als ik mij Bernard van Lamoen voor ogen haal, dan zie ik hem vrijwel altijd gekleed in allerlei tinten bruin, paars, soms roodachtig. Warme kleuren. Een warme mens ook, die graag ruimte maakt voor anderen, die hen met oprechte en vriendelijke belangstelling benadert. Zo laat hij zich ook kennen in dit gesprek, waarin ik hem vraag hoe hij terug kijkt op negentien jaar werken in Zeeland.

Samen ontdekken

'Ik heb veel geleerd in deze periode. Niet alleen van het werken in het pastoraat, maar ook van het gegeven dat ik twee keer ben uitgevallen door herseninfarcten. Het is een boeiende baan, waarin voortdurend van alles verandert. Parochies fuseren, collega's gaan en komen, steeds andere mensen die je ontmoet. Ik heb geleerd te ontdekken waar het in ons katholieke geloof om draait en hoe we daar - vooral in de liturgie - uitdrukking aan geven. Het samen vieren is een betekenisvol en samenhangend geheel, waarin de voorgegeven traditie telkens een plaats krijgt in de actualiteit.

zondag 8 januari 2017

Verdraagzaam

Beschouwing

Zou 2017 een jaar van verdraagzaamheid kunnen worden? De vraag kwam bij mij naar boven naar aanleiding van het jaarlijks heviger afsteken van vuurwerk bij de jaarwisseling. Het knalvuurwerk kan mij werkelijk niet bekoren. Al enkele jaren kijk ik uit principe ook niet meer naar de kleurige en indrukwekkende vuurpijlen die de lucht in gaan. De angstige en dodelijk nerveuze huisdieren, de onzinnige verontreiniging van ons leefmilieu, het onveilige gevoel van kinderen en ouderen die over straat willen, dit alles voor een bedrag van een slordige 68 miljoen euro (terwijl Serious Request in vergelijking met dit bedrag 'slechts' een kleine 9 miljoen opbracht) - het zijn voor mij argumenten genoeg om te wensen dat het vuurwerkgeweld bij wet verboden zou worden.

Maar ik moet mijzelf tot de orde roepen. Ik begon met de vraag of 2017 een jaar van verdraagzaamheid zou kunnen worden. Afgezien van het gegeven, dat een volledig vuurwerkverbod niet haalbaar - en misschien zelfs niet wenselijk - is, vind ik dat er ruimte moet zijn (zij het niet onbeperkt) voor ieder die plezier beleeft aan vuurwerk. Ik wil verdragen dat een aantal mensen vuurwerk-minded zijn. Ik wil ook verdragen dat er mensen zijn die andere eetgewoontes erop na houden. Ik wil verdragen dat mensen het niet met mij eens zijn, op welke gebied dan ook. Ik wil verdragen dat mensen op 15 maart in het stemhokje andere keuzes maken dan de mijne. Ik wil verdragen dat er mensen zijn (al wordt dit een stuk moeilijker), die ondoordachte en soms zelfs denigrerende opmerkingen maken over andere bewoners van ons land, want ik besef dat deze opmerkingen gemaakt worden uit onwetendheid en angst. Maar ik krijg het echt moeilijk als ik moet verdragen dat mensen notoir onverdraagzaam zijn.

zondag 1 januari 2017

Kwetsbaar?

Beschouwing

Drie jaar geleden is door het team waarin ik werkzaam ben een pastoraal plan gepresenteerd, waarin een drietal doelgroepen werden genoemd die in de jaren 2013-2016 onze bijzondere aandacht zouden krijgen. Het betrof de zorg voor ouderen, voor gezinnen met jonge kinderen en voor jeugdige mensen die via het jongerenpastoraat benaderd zouden worden. Het was – van meet af aan – een ambitieus plan. Misschien wel te hoog gegrepen. Achteraf blijkt, dat we de doelstellingen ten aanzien van het jongerenpastoraat niet hebben kunnen waarmaken. Vraag is dan, hoe je deze constatering moet presenteren naar bestuur en parochianen. Kun je zeggen dat intussen het inzicht is ontstaan, dat jongerenpastoraat meegenomen kan worden in de inspanningen die zullen gaan vallen onder de noemer 'gezinspastoraat'? Of is het verstandiger om aan te geven, dat deze doelstelling niet gehaald is?

Het antwoord op deze vraag is niet eenvoudig. Want het toegeven van niet waargemaakte voornemens, van falende ambities, van resultaten die onder de maat blijven – dat doen we niet graag. Het past ook niet in de huidige tijdsgeest. Bij voorkeur wordt het beeld hoog gehouden, dat we in ons le­ven alles zoveel mogelijk – liefst zelfs helemaal – onder controle hebben. Het afleggen van verantwoording en het halen van gestelde targets, het zo goed mogelijk uitsluiten van risicofactoren en het opstellen van criteria voor een nauwkeurige meting van werkresultaten, gezondheid, culturele behoeften, zorgverlening, maatschappelijke betrokkenheid en sociale inspanningen zijn aan de orde van de dag.