zondag 1 oktober 2017

Integer

Overweging bij de 26e zondag door het haar (jaar A)

Lezingen: Ezechiël 18,25-28; Matteüs 21,28-32

Zeg wat je doet en doe wat je zegt. Het is een vuistregel, die nogal eens wordt voorgehouden aan verkoopmedewerkers. Het betekent, dat je betrouwbaar bent en transparant bent in je opstelling naar de klant toe. Deze vuistregel geldt overigens ook voor vele andere instellingen die zich willen richten op hun doelgroep: de servicebalie van de gemeente, scholen in hun contacten met ouders, artsen en andere gezondheidswerkers, pastores en welzijnswerkers. Zeg wat je doet en doe wat je zegt. Betrouwbaar zijn en transparant: we willen het graag, maar het lukt ons niet altijd even goed.

Het verhaal uit het evangelie laat het verschil zien tussen de ene zoon die betrouwbaar wil lijken maar het feitelijk niet is, en de andere die niet betrouwbaar lijkt, maar het wel blijkt te zijn. Het spel van vraag en antwoord tussen Jezus en de religieuze leiders heeft een venijnige ondertoon. De hogepriesters vragen Jezus naar zijn bevoegdheid: wie is hij wel, dat hij mensen geneest, dat hij zonden vergeeft en dat hij een vernieuwend en sprankelend geloof verkondigt? Wie is hij wel? Zij – de hogepriesters en oudsten van het volk – zij zijn toch de bevoegde gezagsdragers?

Over u en mij

Maar Jezus doorziet hun arrogantie. Gezag heb je als je doet wat je zegt en zegt wat je doet. Dat is bij de religieuze leiders niet het geval. Ze zeggen wel zich aan Gods woord te houden, maar door hun onbarmhartige nadruk op de regels van reinheid sluiten ze de tollenaars en de hoeren uit van Gods heil. Deze hardvochtige houding komt niet overeen met de genadige liefde, die God voor ogen staat. Hij biedt deze liefde aan ieder aan, die zich – in het besef van eigen onvermogen – tot hem wil richten. De religieuze leiders hebben niet willen luisteren naar de oproep tot bekering, die Johannes aan ieder heeft voorgehouden. Tollenaars en prostitués hebben wel willen luisteren, en daarom zullen zij Gods goedheid mogen ondervinden. Juist deze mensen worden door de hogepriesters bestempeld als zondaars (en daarom willen de hogepriesters dus niet met hen in aanraking komen). Maar juist deze voor zondaars uitgemaakte mensen zijn degenen, die ervoor kozen een andere weg in te slaan. Zij hebben zich – met een bijbels woord – bekeerd. Nou is bekering vooral 'een kwestie van doen.' Dat gaat natuurlijk niet vanzelf. Want bekering heeft te maken met 'tot inzicht komen'. Zoals ook de jongste zoon uit het evangelieverhaal tot inzicht komt (spijt krijgt, staat er letterlijk). En alsnog gaat hij in de wijngaard van zijn vader werken.

Wie ben ik?

Zo nodigt het Bijbelverhaal uit tot herkenning, want het gaat over mij en u. Het stelt ons voor de vraag: wie van beide zonen ben ik? Heel vaak herken ik iets van alle twee in mijzelf. Het verhaal verheldert mijn leven. Het laat mij zien voor welke keuze ik sta. En dan gaat het erom, dat ik ook mijn handelen afstem op dat nieuwe inzicht. Dat is bekering: je uitgangspunten herzien, gehoor geven aan de uitnodiging om een andere koers in je leven in te slaan.

En zo kan bekering zich aftekenen op vele terreinen in je leven. Het is een proces, dat vaak niet zo groots gebeurt als bijvoorbeeld bij de heilige Franciscus. Hij was een rijke koopmanszoon, maar koos toch radicaal voor de weg van armoede en eenvoud. Bekering, tot inzicht komen, kan zich ook afspelen in kleine dingen, die we allemaal dagelijks kunnen meemaken. Soms besef je, dat je woorden harder klinken dan nodig is. Daarmee kun je mensen in je omgeving kwetsen of teleurstellen. Je kunt het erbij laten, maar je kunt ook zeggen dat het je spijt. Je kunt vragen om vergeving, om een nieuwe kans. Als je dat doet, dan is dat geen gezichtverlies, maar dan toon je jezelf van je menselijke kant. In het tonen van je besef van onvolkomenheid toon je in zekere zin ook je grootsheid. In je zwakte laat je jezelf zien van je krachtige kant.

Integer

Als het goed is, wordt op deze manier de harmonie tussen mensen hersteld. De bereidheid tot bekering en het werken aan onderlinge harmonie gaan hand in hand. En we zien het ook gebeuren in de wereld om ons heen. Je ziet het gebeuren als twee mensen hun eigen gelijk ondergeschikt maken aan de gezamenlijke band of aan het gemeenschappelijk belang. En je ziet het gebeuren, als tollenaars en ontuchtige vrouwen, die zich niets aantrekken van de letter van de wet, toch ingaan op de oproep van Johannes de Doper: ze komen tot inkeer en laten zich dopen. Ze kiezen een andere levenskoers en komen tot vrede: met God en met zichzelf.

Dat goede verhoudingen mogelijk zijn, dat zie je gebeuren als mensen besluiten om niet mee te doen aan roddel of achterklap. Dat harmonie mogelijk is, dat gebeurt waar mensen elkaar – ondanks verschillen in cultuur, gebruiken en religie – toch vooral als mensen blijven zien. Dat vrede mogelijk is, dat gebeurt waar geprobeerd wordt om mensen en volken te bewegen de wapens neer te leggen. Het gebeurt waar serieus geprobeerd wordt om geld te investeren in gereedschappen in plaats van in geweren. Het gebeurt, waar gezien wordt wat mensen nog wel kunnen in plaats van te wijzen op wat ze niet meer kunnen. Goede onderlinge verhoudingen ontstaan waar mensen doen wat ze zeggen en zeggen wat ze doen: integer en transparant.