zondag 20 augustus 2017

Voor álle mensen

Overweging bij de 20e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Jesaja 56,1.6-7; Matteüs 15,21-28

Afbeelding afkomstig van www.kinderwoorddienst.nl
In de afgelopen weken zijn veel mensen erop uit getrokken om te genieten van hun vakantie. De een wil alleen maar van de zon genieten. Anderen willen juist cultuur zien, in contact komen met andere mensen en opvattingen. En vanzelfsprekend neem je dan ook het een en ander mee naar huis: voorwerpen, herinneringen, ideeën. Je ontdekt de rijkdom van andere culturen. Je leert ook de betrekkelijkheid van je eigen cultuur, je eigen gebruiken zien. En als we weer terug thuis zijn, gaan we in winkels op zoek naar producten en ingrediënten van over de grens. Zo lijkt het wel, alsof onze wereld steeds kleiner wordt. Zeker nu de berichtgeving via TV en internet steeds sneller wordt. Daarom wordt wel eens gezegd, dat de wereld steeds meer gaat lijken op een dorp, waarin iedereen bijna alles over iedereen weet.

De bewoonde wereld

De lezingen van deze zondag nodigen ons uit om te kijken naar heel die bewoonde wereld. Er wordt ons gevraagd om te kijken over de eigen grenzen heen: niet alleen omdat dit een verrijking voor onszelf is, maar ook omdat daarmee Gods liefde voor alle mensen zichtbaar wordt.


De eerste lezing, uit de profeet Jesaja, moeten we situeren in de tijd dat de Joden als ballingen uit Babylonië zijn teruggekeerd in hun eigen land. Men is druk bezig de tempel weer op te bouwen en gereed te maken voor de eredienst. De teruggekeerde ballingen wilden in eigen land de verhoudingen graag zuiver houden. Vreemdelingen zouden niet thuis horen in Israël, en zeker niet in de eredienst van de tempel. Precies daartegen tekent Jesaja protest aan. Hij zegt in naam van God, dat het huis van gebed een huis voor alle volken zal zijn. Dus ook vreemdelingen hebben er toegang. Maar ze moeten wel aan bepaalde voorwaarden voldoen, aldus Jesaja. De vreemdelingen moeten God dienen, ze moeten de sabbat onderhouden en ze moeten trouw blijven aan het verbond. Wie daaraan voldoet, is welkom in de tempel.

Gerechtigheid

En daarom begint de lezing uit Jesaja met de oproep aan de Israëlieten om gerechtigheid te beoefenen. Gerechtigheid is in de bijbel meer dan wat wij verstaan onder rechtvaardigheid. In de meest gunstige betekenis heeft rechtvaardigheid voor ons iets te maken met billijkheid. Maar in de bijbel gaat gerechtigheid nog een stap verder. Gerechtigheid wordt altijd in verband gebracht met barmhartigheid, dus met het innerlijk geraakt worden door de nood van de ander. Gerechtig is, wie de ander de kans geeft om weer een plaats te vinden in de gemeenschap van familie, dorp of stad. En dat is precies wat Jesaja wil voor de vreemdeling in Jeruzalem: hem een plaats geven in de gemeenschap.

Iets dergelijks zien we ook gebeuren in het verhaal uit het evangelie. Na een fel debat met de Farizeeën is Jezus uitgeweken – hij zoekt asiel, zou je bijna kunnen zeggen. Hij ging naar een streek die bij de Joden als heidens bekend stond. Daar komt een vrouw op hem af, die voor haar dochter zijn hulp inroept. Jezus, anders altijd bereid om te luisteren, doet net of hij haar niet hoort. Jezus' vrienden zijn verlegen met de vrouw, die in hun ogen tamelijk opdringerig is. Maar ze laat zich niet zomaar wegsturen. Zelfs niet als Jezus duidelijk maakt, dat zijn zending alleen maar bedoeld is voor de verloren schapen onder de Joden. Deze heidense vrouw valt daar absoluut niet onder. En Jezus is bijna grof tegen haar als hij zegt, dat het brood voor de kinderen van Israël niet bedoeld is voor heidense honden. Jezus wil de vreemdeling geen plaats geven in de gemeenschap van Israël. Maar de vrouw heeft daar geen boodschap aan. Honden eten toch ook de kruimels, die van de tafel vallen? ... En dan is Jezus óm. Hij is geraakt door het geloof van deze heidense vrouw. Hij willigt haar verzoek in. En door haar grote geloof krijgt ook zij een plaats in de gemeenschap van Israël.

Bekering

Je zou bijna zeggen, dat Jezus in dit verhaal een soort van bekering doormaakt. Zijn aanvankelijke afwijzing van de heidense vrouw maakt plaats voor respect. Maar dat komt, omdat de vrouw laat zien dat zij een plaats verdient in de geloofsgemeenschap van de Joden. Juist haar geloof is het paspoort, waardoor zij toegang krijgt.

Wat opvalt in de twee verhalen is, dat er plaats gemaakt moet worden voor de vreemdeling. Maar die plaats krijgt de vreemdeling niet zomaar. Bij Jesaja moet hij aan voorwaarden voldoen, zoals het dienen van God en trouw zijn aan het verbond. En bij Jezus moet de vrouw eerst laten zien, dat zij haar plaats verdient door haar geloof.

Voor alle mensen

Ruimte maken voor de vreemdeling – dat is en blijft dus een bijbelse opdracht, die gebaseerd is op de gerechtigheid. Want door onze gerechtigheid krijgt de vreemdeling de kans om zich een plaats te verwerven binnen de gemeenschap. Maar je mag wel bepaalde eisen stellen aan de vreemdeling. Je mag vragen dat hij de gebruiken van het gastland respecteert en dat hij rekening houdt met de plaatselijke gewoonten. En als hij zich voor langere tijd in ons land vestigt, dan mag je vragen, dat hij meehelpt met het opbouwen van de plaatselijke gemeenschap.

Ruimte maken voor de vreemdeling – door het accepteren van die opdracht kunnen we laten zien, dat Gods liefde bestemd is voor alle mensen.