zondag 6 augustus 2017

Hier gebeurt het

Overweging bij het feest van de Gedaanteverandering (jaar A)

Lezingen: Daniël 7,9-10;13-14; Matteüs 17,1-9

Je hoort wel eens van mensen die een hoge berg beklommen hebben, dat ze daar een overweldigende ervaring hadden van de absolute schoonheid van de natuur. Het zou bijna een mystieke ervaring kunnen zijn. Misschien zelfs een ervaring van: een beetje dichter bij God te zijn. Het is een ervaring die je later – terug in het gewone leven – niet gauw vergeten zult. Je wilt dat vasthouden, omdat het zo'n fantastische indruk op je maakte. Een topervaring zou je het kunnen noemen, zowel in letterlijke als figuurlijke zin.

Stem
Icoon van de Gedaanteverandering
(Metamorphosiskerk, Pythagorion,
Samos, Griekenland)

De berg als beeld van dicht bij God te zijn: we kennen dat beeld ook uit het Oude Testament. Mozes beklimt de berg Horeb om van God de Tien Woorden in ontvangst te nemen. En van de profeet Elia kennen we het verhaal dat hij – levensmoe als hij is op dat moment – diezelfde Horeb beklimt om God te ontmoeten in de gefluister van een zachte bries. Is het dan toevallig dat juist deze twee, Mozes en Elia, Jezus flankeren op het moment dat hij – boven op de berg – voor de ogen van zijn leerlingen stralend voor hen staat? Nee, toeval is het zeker niet. De evangelist Matteüs heeft zijn verhaal zo gecomponeerd, dat de twee belangrijkste mannen uit het Oude Testament Jezus terzijde staan. Mozes en Elia vertegenwoordigen immers de Wet en de Profeten, de twee belangrijkste pijlers van het jodendom. En Jezus, de jood Jesjoea, – zo houdt Matteüs ons voor – is om zo te zeggen de vervulling, de voltooiing van Wet en Profeten. Het beeld van de lichtende uitstraling van Jezus moet die voltooiing nog eens benadrukken.



En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, klinkt uit de wolken een stem. Een stem  die we eerder gehoord hebben bij de doop van Jezus. Toen zei de stem: 'Dit is mijn veelgeliefde Zoon, in wie ik welbehagen heb.' Nu voegt de stem daar nog iets aan toe: 'Dit is mijn Zoon, de welbeminde, in wie ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar hem.' De oproep om te luisteren naar zijn woorden en hem na te volgen in wat hij doet: die oproep wordt boven op de berg beter gehoord dan in het lawaai en gekrakeel van alledag. En juist vanwege die unieke ervaring, die topervaring is deze oproep iets om vast te houden – ook wanneer je weer bent afgedaald naar de gewone dagelijkse gang van zaken.

Richting

Want daar moet het worden waargemaakt. In de rommeligheid van het normale leven, met al zijn onverwachte gebeurtenissen en niet aangekondigde ziektes, met alle teleurstellingen en vreugdes die je ondervindt – in de alledaagse beslommeringen dus moet je proberen iets mee te nemen van de topervaring boven op de berg. Deze fantastische ervaring geeft richting aan je doen en laten in het normale leven.

Voordat het zover is, doet Petrus nog een poging om het stralende uitzicht, dat hem en de twee andere leerlingen wordt voorgeschoteld, vast te houden. Het bouwen van tenten is een beeld van het bestendigen van dit overweldigende uitzicht. Alsof iemand van ons, die een hoge berg heeft beklommen, het imponerende uitzicht wil vastleggen in een foto. Maar daarmee wordt nog niet de ervaring van het mooie uitzicht vastgelegd. Die ervaring vindt uiteindelijk een plaats in je hart. In je hart draag je mee, wat tenslotte van belang is om je levensweg te vervolgen.

Hier gebeurt het

Jezus wordt dus voorgesteld als de ultieme vervulling van wat in het Oude Testament al begonnen was: de voltooiing van Wet en Profeten. Het buitengewone van die vervulling wordt nog eens onderstreept in de beelden die we hoorden uit het boek Daniël. 'Iemand die op een mens geleek' (je mag dat verstaan als 'de Mensenzoon') werd voor de hoogbejaarde geleid. En hem werd alle heerschappij en koninklijke macht gegeven. Kortom: de Mensenzoon zal de koninklijke weg wijzen naar de heerschappij van liefde en gerechtigheid, van vrede en barmhartigheid.

Het is een heerschappij die overigens in het gewone leven van alle dag – iedere keer opnieuw – moet worden waargemaakt. En wij, als volgelingen van Jezus, mogen daaraan onze bijdrage leveren. Want net als Petrus, Jakobus en Johannes, moeten ook wij weer van de berg afdalen naar het gewone leven. In onze zorg voor de mensen die ons zijn toevertrouwd kunnen wij iets laten zien van wat boven op de berg werd ervaren. In onze inzet als vrijwilligers (binnen of buiten de kerk), in onze aandacht voor mensen die eenzaam zijn of aan de kant gezet, in onze strijd voor een rechtvaardige wereld (bijvoorbeeld door financiële steun aan Amnesty), in onze politieke betrokkenheid of maatschappelijke inspanningen, in onze zorg voor de natuur en de aarde waarop wij leven – in al deze facetten van het leven kunnen wij laten zien, dat de ervaring boven op de berg niet alleen voor Petrus en zijn kompanen iets heeft betekend. Ook wij mogen – vanuit onze persoonlijke ontmoeting met Jezus – zichtbaar maken dat de heerschappij van liefde en gerechtigheid ons ter harte gaat. En dat deze heerschappij van vrede en barmhartigheid in alle opzichten onze inzet waard is. Want hier gebeurt het: afgedaald van de berg, in het dagelijkse leven dat ons gegeven is.