zondag 21 mei 2017

Gedreven mensen

Overweging bij de 6e zondag van Pasen (jaar A)

(Lezingen: Handelingen 8,5-8.14-17; Johannes 14,15-21)

De eerste zelfstandige stapjes van een kind zijn een moment van vreugde en bevestiging. Vreugde is er, want het kind ontdekt dat het zich op een nieuwe manier kan voortbewegen. Vreugde is er ook omdat de steeds aanwezige angst om te vallen is overwonnen. Maar bevestiging is er ook, want de omgeving roept: 'Jáá, je kunt het!'

In de eerste lezing kunnen we een vergelijkbaar proces waarnemen. Hier gaat het om de eerste stappen van de christenen op hun tocht door de wereld. Filippus is naar Samaria gegaan, naar een stad die zo'n 70 km van Jeruzalem verwijderd is. Dat hij daar vrijwel meteen een groot succes heeft met zijn verkondiging, mag verwonderlijk heten. De Joden beschouwden de Samaritanen als 'bastaardvolk': het zijn geen echte kinderen van Israël. De spanning tussen Joden en Samaritanen is juist ook ingegeven doordat ze in alle opzichten zo dicht bij elkaar staan: geografisch, cultureel en zeker ook religieus. Misschien kunnen wij die spanning het best vergelijken met Nederlanders en Duitsers. Als iemand ons voor een Australiër aanziet, kunnen we daar alleen maar om lachen, maar als iemand een Nederlander een Duitser noemt, dan zijn we daar niet gelukkig mee.


Bevestigd

Deze Samaritanen verstaan dus de boodschap van de verrezen Heer. Dat is de eerste succesvolle stap van de christenen om de boodschap van Jezus Christus te verspreiden over de wereld. En 'er is grote vreugde in die stad,' zo staat er te lezen. En zoals een kind bevestigd wordt na het zetten van de eerste stapjes, zo wordt ook Filippus bevestigd in zijn optreden door Petrus en Johannes. Zij komen naar Samaria om het werk van Filippus te bevestigen door de heilige Geest over de nieuwe gelovige af te bidden.

En dat is erg belangrijk. Zonder de invloed van de heilige Geest is het werk van de apostelen niet compleet, is de aanname van het geloof onvolledig. De heilige Geest moet zijn werk kunnen doen in mensen. Dan pas kun je aan hen merken dat ze ook werkelijk begeesterde mensen zijn. Juist die begeestering, dat enthousiasme maakt, dat het geloof dat mensen aannemen, ook aanstekelijk werkt op anderen. Zonder die Geest, zonder dat heilig enthousiasme is het geloof maar een dooie boel, waar weinigen zich door aangetrokken zullen voelen.

Geest van waarheid

Ook Jezus zelf is zich daar sterk van bewust. Want in het evangelie hebben we gehoord, dat hij zijn leerlingen toezegt een Helper te sturen. Die Helper, de heilige Geest, hebben zij nodig voor wanneer hij zelf niet meer in hun midden zal zijn. 'De Geest van de waarheid,' zegt Jezus letterlijk, 'zal in u zijn.' En de waarheid bestaat hierin, dat zijn leerlingen de geboden van Jezus onderhouden. Doen wat Jezus zelf gedaan heeft, zeggen wat hij zelf verkondigd heeft: dat is de taak van de leerlingen. En zij zullen dat doen in de kracht van de heilige Geest, dus met enthousiasme en begeestering. Waar dat toe leiden kan, dat zagen we in het verhaal over Filippus, die met zijn enthousiasme, met zijn woorden en zijn genezingen algemene instemming kreeg.

Als dus die Geest van waarheid zo belangrijk is voor het geloof van mensen, voor ons geloof, dan moeten ook wij laten zien dat op een of andere wijze de heilige Geest vat op ons heeft. Als ons geloof dus een aanstekelijk gebeuren moet zijn, dan zullen wij ons moeten openstellen voor de werking van die Geest. En dan moeten wij bidden, dat hij zijn werk in ons kan doen. Want alleen dan kunnen wij begeesterde mensen zijn. Alleen dan kunnen wij anderen laten voelen, hoe ons geloof een kostbaar gegeven is in ons eigen leven. En misschien betekent dat in de eerste plaats wel, dat wij niet onze aandacht richten op de krimp in onze kerken, niet kijken naar alles wat achter ons ligt. Maar dat wij zoeken naar waar onze kansen liggen. Laten we vooral kijken naar wat we wel kunnen doen, naar wat we wel kunnen betekenen voor anderen.

Begeestering

Dat enthousiasme hoeft overigens niet enkel in kerkelijke termen uitgedrukt te worden. Want enthousiasme en begeestering kun je ook laten merken in je werk als leerkracht of als verkoopmedewerker. Je kun het laten merken in de manier waarop je zorg hebt voor je kinderen of je ouders. Je kunt enthousiasme laten doorwerken in de manier waarop je je instrument bespeelt in de fanfare of zingt in het koor. Je kunt begeestering uitstralen in de manier waarop je een verhaal vertelt of zelfs in de wijze waarop je luistert naar de sores van een ander.

Maar het komt er wel op aan om je enthousiasme in verband te brengen met je geloof. Want daar komt het uit voort. De bron van je begeestering is de werking van de heilige Geest. En waar wij dat hardop durven zeggen - overigens in alle bescheidenheid - , daar gaan mensen zich misschien afvragen, of dat geloof van ons wellicht ook voor hen iets zou kunnen betekenen. Als wij op deze manier kunnen laten zien, dat wij werkelijk begeesterde, gedreven mensen zijn, dan wordt ook de betekenis en de kracht van ons geloof duidelijk voor anderen. Daarom hebben wij voortdurend die heilige Geest nodig, daarom moeten wij aanhoudend bidden, dat die Geest van waarheid in ons zal zijn.