zondag 16 april 2017

Een ongewone aanwezigheid

Overweging tijdens de Paaswake (jaar A)

Lezingen: Genesis 1,1-2,2; Exodus 14, 15-15, 1; Matteüs 28,1-10

Enkele jaren geleden werd ik – in de week voor Pasen – gevraagd om naar het ziekenhuis te komen. Een man uit India, veertig jaar oud, werkzaam op een boot die was afgemeerd in Vlissingen, was onverwacht overleden. Tijdens een noodzakelijke operatie had hij een hartstilstand  gekregen. De eigenaar van de boot kwam over uit Duitsland. Hij zelf was katholiek en wist dat ook de overledene katholiek was. En hij vroeg of er bij het lichaam van de overledene gebeden kon worden. Ook de man die de eigenaar vertegenwoordigde, werkzaam op het kantoor in Vlissingen, was aanwezig. Samen met de dominee van het ziekenhuis heb ik een eenvoudig gebed gedaan. We hebben een kaars gebrand, een kruis gelegd op de borst van de overledene en gelezen uit de bijbel. De eigenaar van de boot heeft enkele foto's gemaakt om  op te sturen naar de familie van de overledene. Hij had een vrouw en twee kinderen.

Aanwezig zijn

Het was een treurige gebeurtenis te bidden voor iemand, die zo ver van zijn dierbaren was komen te overlijden. De kale sfeer in het mortuarium maakte het geheel nog triester. En toch was er ook iets ontroerends aan de situatie. Dat de eigenaar van de boot van zover wilde komen, dat hij foto's maakt voor de nabestaanden, dat we daar met zijn vieren rond het ontzielde lichaam van een mens stonden, in eerbied en gebed – dat alles maakte dat er ook verbondenheid was, over de grenzen van taal en cultuur heen, over de grenzen van de dood heen. En in die verbondenheid was ook iets voelbaar van de aanwezigheid van God. Want waar de woorden van mensen in zo'n situatie verzanden in machteloosheid, daar doorbreekt de voelbare aanwezigheid van God tegelijk de menselijke onmacht. En zo leek het wel alsof in de onontkoombaarheid van de dood toch iets van voortgang van het leven mogelijk was, juist vanwege de onderlinge verbondenheid, juist vanwege de ervaren aanwezigheid van God.


Op talloze manieren en in ontelbare situaties hebben mensen in hun eigen leven en in de loop van vele eeuwen geschiedenis de aanwezigheid van God ervaren. En die aanwezigheid geeft – juist in vaak uitzichtloze omstandigheden – een nieuwe en onverwachte kijk op wat nog wel mogelijk is. De aanwezigheid van God kan vaak moeilijk tot uitdrukking worden gebracht, maar als het kan, dan is het in verhalen en in beelden, die we gebruiken om over Gods presentie in ons leven te vertellen. En in die aanwezigheid laat God zich kennen als een God die vaak ongewone wegen zoekt. De presentie van God laat zich meestal zien in wat niet gebruikelijk is.

Bevrijding

Zoals in het verhaal over de bevrijding uit Egypte. Egypte is het land van niet-leven, van slavernij en dictatuur, van onvrijheid en totale minachting voor de menselijke waardigheid. In het wegtrekken uit dit onland hebben de Israëlieten Gods aanwezigheid ervaren. Ze hebben ervaren, dat zij dit niet enkel op eigen kracht gekund zouden hebben. Hier is de bijzondere aanwezigheid van God in het spel. En die ongewone presentie van God wordt uitgedrukt in het beeld van een ongewoon verschijnsel: het water van de zee maakt ruimte voor een veilige doortocht voor de Israëlieten. Moeten we ons dan letterlijk voorstellen dat Mozes en zijn mensen tussen twee muren van water zijn doorgetrokken? Nee, dat denk ik niet. Maar dat wil het verhaal ook helemaal niet duidelijk maken. Het is immers een geloofsverhaal, geen verhaal over een bijzonder soort natuurkunde. Het verhaal wil vertellen over de bijzondere ervaring van mensen, die bevrijd zijn uit een uitzichtloze situatie. Niet hoe, maar dat de Israëlieten zijn gered, dat is de essentie uit het verhaal. Dat het een bijzondere redding was, dat wordt uitgedrukt in de bijzondere omstandigheden.

En zo wordt ook in het verhaal van Matteüs de weggerolde steen gebruikt als een beeld. Een beeld om aan te geven, dat in de uitzichtloze situatie rondom Jezus' dood God op een ongebruikelijke wijze present is. Het kan, het mag en het zal niet zo zijn, dat deze onschuldige voor niets gestorven is, dus dat hij verdwijnt in het duister van de geschiedenis. Zijn totale belangeloosheid, zijn voortdurende en oprechte aandacht voor mensen in de knel, zijn aanhoudende oproep tot barmhartigheid en verzoening mogen niet verloren gaan onder de brutaliteit van de macht en de onwil van politieke of economische despoten. De steen die is weggerold roept een beeld op, een visioen voor mijn part, van andere mogelijkheden, van nieuwe kansen, van verbondenheid en van Gods aanwezigheid. En dat alles zal zich niet afspelen op het toneel van het wereldnieuws, maar juist daar waar het niet verwacht wordt. God wordt ervaren in zijn presentie in het mortuarium van een ziekenhuis. Hij wordt ervaren in zijn bevrijdende aanwezigheid bij de geknechte en geminachte slaven in Egypte, in zijn presentie in het leven van een onschuldige vermoorde idealist en profeet die Jezus wordt genoemd.

Gods ongewone aanwezigheid

En zo mogen ook wij Pasen vieren, als wij durven te geloven in de ongebruikelijke aanwezigheid van God. Dan zien we in onze wereld dat mensen elkaar naar het leven staan, maar toch zal het leven voorrang krijgen. We zien in ons bestaan dat mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen, maar toch zal het licht tenslotte voorrang krijgen. We zien dat mensen treuren om hun doden of hun verloren illusies, maar toch zal de liefde en de verbondenheid tenslotte voorrang krijgen. We zien dat mensen anderen uit hun genade stoten en verbannen naar de rand van het leven, maar de genade zal voorrang krijgen en mensen zullen weer kunnen bestaan in het centrum van hun eigen leven.

Als wij op die manier Gods ongewone aanwezigheid ook in ons eigen leven ervaren, dan mogen we elkaar ook van harte en oprecht toewensen: zalig Pasen, gezegend Pasen.