zondag 15 januari 2017

Een heilzame onderbreking

Interview in de serie Graven naar geloof 
met pastor Bernard van Lamoen
naar aanleiding van het aanvaarden van een nieuwe baan in Roosendaal

Als ik mij Bernard van Lamoen voor ogen haal, dan zie ik hem vrijwel altijd gekleed in allerlei tinten bruin, paars, soms roodachtig. Warme kleuren. Een warme mens ook, die graag ruimte maakt voor anderen, die hen met oprechte en vriendelijke belangstelling benadert. Zo laat hij zich ook kennen in dit gesprek, waarin ik hem vraag hoe hij terug kijkt op negentien jaar werken in Zeeland.

Samen ontdekken

'Ik heb veel geleerd in deze periode. Niet alleen van het werken in het pastoraat, maar ook van het gegeven dat ik twee keer ben uitgevallen door herseninfarcten. Het is een boeiende baan, waarin voortdurend van alles verandert. Parochies fuseren, collega's gaan en komen, steeds andere mensen die je ontmoet. Ik heb geleerd te ontdekken waar het in ons katholieke geloof om draait en hoe we daar - vooral in de liturgie - uitdrukking aan geven. Het samen vieren is een betekenisvol en samenhangend geheel, waarin de voorgegeven traditie telkens een plaats krijgt in de actualiteit.


Leerzaam waren ook de vele gesprekken met parochianen over hoe zij in hun leven iets van God ervaren. Bij die gesprekken ben ik luisterend en lerend (dus niet belerend) aanwezig. Samen ontdekken we dan iets van Gods aanwezigheid in ons bestaan. Dat is voor mijzelf ook een heel verrijkende ervaring. En tegelijk merk ik, dat het werk in dit opzicht ook veel van je vraagt. Je ben voortdurend aanspreekbaar. Je verantwoordelijkheid voor het samen geloven kun je niet maar een beetje waarmaken. Je zit in een spinnenweb: als een draadje beweegt, dan beweegt het hele web.

Kwaliteit

Je moet dus maatregelen nemen om je jezelf te beschermen, dat wil zeggen om de kwaliteit van je werk op peil te houden. Dat heb ik dus geleerd van twee herseninfarcten. Ik ben me ervan bewust geworden hoe belangrijk - en hoe moeilijk - het is om dit stukje goed te verzorgen. Stil worden en stil zijn is heel moeilijk, zeker in de huidige tijd, maar het is wel de kern van ons werk. Je komt God ook tegen in het actief zijn, maar dit is vluchtiger en fragmentarischer dan in het stil zijn. Stil worden is een heilzame onderbreking van het gejaagd zijn. Je moet - net als in een goede relatie - ook "programmaloos" samen op de bank kunnen zitten. Dat geldt ook voor je relatie met God.

Als je vraagt wat deze jaren mij gebracht hebben, dan is het misschien vooral de ontdekking van wat ik in mijn mars heb. Een nieuwe ervaring voor mij was bijvoorbeeld het verzorgen van uitvaarten. Dat kun je niet maar even uit de losse pols doen, dat is 100% focussen. Je bent heel nauwgezet bezig met kijken, luisteren, ontdekken wat voor deze mensen belangrijk is, wie hebben ze verloren, wat betekent dit voor hen, wat zegt dit over het menselijk leven? Dat is erg omvattend en intensief. Hier komt het pastorale aspect van het werk tot uitdrukking: hier gaat het om hun zingeving en hun omgang met God, ook als "God" niet precies ter sprake komt. Vaak is hij verborgen aanwezig, maar dat wil ik samen met hen ontdekken. En dan weet ik ook welke schriftlezing ik moet kiezen. Wat ik hoor geef ik terug in het licht van het geloof. Dat is een creatief proces, dat om pastorale deskundigheid vraagt.

Investeren

Daarom ben ik blij dat ik de tweejarige opleiding voor kerkelijk opbouwwerk kon volgen. Studie is belangrijk om verdieping in de kwaliteit van je werk aan te brengen. Het is investeren in de toekomst. Tegenwoordig is alles wat we bedenken en doen veelal gericht op de korte termijn. Het is juist belangrijk om vanuit de kerk precies daaraan tegengas te geven. Wij moeten zogezegd een alternatief voorleven. Maar ik besef hoe moeilijk dat is, want ook wij maken deel uit van deze tijd.

Ik heb veel geleerd van en ook persoonlijk veel gehad aan het proces om te komen tot samenwerking van de Maria- en de Damiaanparochie. Daar kijk ik met tevredenheid op terug. Er is hard gewerkt door de projectgroep, maar we hebben ons niet laten opjagen. Daardoor zijn we met alle betrokkenen goed in gesprek gebleven, hebben de "de boel bij elkaar" kunnen houden. Dat beschouw ik wel als een wapenfeit. Het besef dat we als parochiekernen elkaar nodig hebben is gegroeid. Het fundament daarvoor is gelegd in de projectgroep.

Stabiliteit

Ik ben onder de indruk van de volhardende aanwezigheid van vele, vele vrijwilligers. Hun trouw is ontroerend, als je het plaatst in het perspectief van de feitelijke krimp. Zij zorgen toch maar dat de dingen op orde zijn: het gemaaide gras, de bloemen in de kerk, de boekjes die iedere week klaar liggen, de Adventskrans, het bezoeken van de zieken. Al die vrijwilligers zorgen voor stabiliteit. Ik vertrek nu, maar zij gaan door. En dus gaat het door. Met het bedoel ik het geloof, de openheid naar de komst van de Heer, het verlangen om de ruimte open te houden die voor de wereld nutteloos is, maar die de mogelijkheid schept dat God tot ons kan komen. Dat is de heilzame onderbreking van wat in de wereld allemaal "moet".


Ik kan dankbaar afscheid nemen voor alles wat mensen mij hebben toevertrouwd in die jaren. Dat vertrouwen is fundamenteel. Je kunt immers alleen pastor zijn als mensen je toestaan die rol in hun leven te spelen. Want de parochianen maken de pastor.'