zondag 27 november 2016

Het donker al voorbij (II)

Inleiding gehouden op de Contactdag Koorkringen Zeeland
op zaterdag 12 november 2016 te Hulst

In een eerdere bijdrage heb ik gewezen op de samenhang van de bijbelse begrippen barmhartigheid en gerechtigheid. Ook is in verband daarmee gewezen op Gods genade, op de noodzaak van bekering en op het appel op mensen om 'barmhartig als de Vader' te zijn (Lucas 6,36). Hieronder het tweede en derde deel van mijn inleiding.

2. Barmhartigheid in de liederen


Een aantal van de liederen die vandaag worden gezongen, hebben duidelijk bijbelse wortels.

Misericordias Domini (m. Taizé) komt letterlijk uit Psalm 89,2: 'Van uw barmhartigheid en uw trouw zal ik altijd zingen, Heer.' Het vers doet mij echter ook denken aan Psalm 35,28: 'Mijn tong zal uw rechtvaardigheid verkondigen en uw lof zingen, alle dagen.' Hier wordt weliswaar niet de barmhartigheid, maar de gerechtigheid als eigenschap van God genoemd. Maar gezien de eerder geconstateerde samenhang tussen deze twee begrippen mogen we ze hier als inwisselbaar beschouwen.

In Ubi Caritas (m. Taizé) zingen we: 'Als wij elkaar liefhebben, woont God in ons.' Daarin horen we de weerklank van de bijbelse oproep, dat wanneer God ons liefheeft, wij op onze beurt ook elkaar moeten liefhebben. In datzelfde lied wordt die oproep nog eens benadrukt: 'Laten we elkaar liefhebben, want de liefde komt van God.' De bron van liefde, van barmhartigheid en gerechtigheid ligt dus buiten ons. De bron is God zelf, waaruit wij gelaafd en gevoed worden. En juist omdat wij Gods liefde ontvangen, zijn wij ook geroepen om haar door te geven in ons barmhartig zijn en onze inzet om de gerechtigheid te bevorderen.

zondag 20 november 2016

Koning van de kansen

Overweging op het feest van Christus, Koning van het heelal (jaar C)

Lezingen: 2 Samuël 5,1-3; Lucas 23,35-43

In Nederland is de koning het staatshoofd. Dat is niet altijd zo geweest. Pas vanaf 1848 kennen we de constitutionele monarchie. Het zal duidelijk zijn dat de vormgeving van het koningschap zo’n 170 jaar geleden totaal anders was dan nu.  In verschillende tijden wordt anders gedacht over de manier waarop het koningschap moet worden ingevuld.

Nu we vandaag het feest van Christus, Koning van het Heelal vieren, kunnen we uit het evangelie opmaken, dat er op verschillende manieren wordt aangekeken tegen het koningschap van Jezus. Allereerst zijn er de overheidspersonen en de soldaten, die Jezus bespotten om zijn koningschap. Ze kunnen zich niet voorstellen, dat iemand in zulke schandelijke omstandigheden een koning kan zijn. Stel je voor: een koning, machteloos en bijna naakt, vastgenageld aan een kruis! Ook een van de misdadigers hoopt nog redding te vinden bij deze zogenaamde koning: 'Als u de messias bent, red dan uzelf en ons erbij.' Eigenlijk moet je constateren: hij vraagt niet om hulp, hij eist.

Bij mensen zonder kansen

Dit is niet het koningschap, dat Jezus wil. Hij wil geen koning zijn van macht en overheersing, geen koning met soldaten en oorlogstuig, geen koning met een hofhouding en allerlei sluwe intriges. Wie hem heeft gevolgd in de jaren die voorafgaan aan de gruwelijke kruisiging, kan weten dat hij dit alles niet geambieerd heeft. Hij was eerder te vinden bij de mensen zonder kansen, bij zieke mensen en mensen met een gestoorde geest. Hij zocht het gezelschap van mensen die gebukt gingen onder hun schuldgevoel, of mensen die door anderen werden vast gepind op hun fouten en tekortkomingen. Hij wilde geen koning zijn van kracht en overheersing, maar een koning van kansen en nieuwe mogelijkheden.

Dat zag ook de andere misdadiger, die met Jezus werd gekruisigd. In het besef van zijn eigen tekortkomingen en fouten vraagt hij Jezus aan hem te denken, wanneer hij in zijn koninkrijk komt. Juist dat besef van zijn eigen onvolkomenheid speelt een belangrijke rol. Pas wanneer dat besef aanwezig is, kan Jezus zijn heilzame werk verrichten. We zien dat ook terug in de vele verhalen, waarin Jezus mensen geneest van allerlei ziekten en kwalen. Hij kan pas mensen genezen, wanneer ze eerst hun vertrouwen en geloof uitspreken in Jezus, wanneer ze dus erkennen er zelf niet meer uit te komen, wanneer ze laten weten aan het einde van hun mogelijkheden te zijn. Ze geven zich over aan, ze vertrouwen op, wat Jezus nog voor hen kan doen.

De koninklijke weg

Zo wil Jezus koning zijn: een koning van kansen, een mens die de koninklijke weg bewandelt om andere mensen tot hun recht te laten komen. Daarmee stelt hij zichzelf in de lijn van die andere grote koning uit de geschiedenis van Israël: koning David. Hij bracht het land in de roerige tijden van toen vrede, stabiliteit en welvaart. Hij wordt gezien als de koning die de twaalf stammen tot eenheid heeft gebracht, en die de gerechtigheid hoog in zijn politieke vaandel had staan. Want niet alleen de mensen, die het economisch goed ging, moesten hun eigen leven kunnen leiden, ook de armen, de weduwen en de wezen, de mensen die afhankelijk waren van de goedgeefsheid van anderen.

Die koninklijke weg van kansen bieden, van mensen tot hun recht brengen, die weg houdt Jezus ook ons voor. Natuurlijk weten we allemaal heel goed, dat er sinds het voorbeeld dat Jezus ons gaf en het appel dat hij op ieder mens doet, nog niet zo heel veel veranderd is in de wereld. Maar dat mag ons niet ontmoedigen. Het uiteindelijke doel van een wereld van vrede en liefde, van gerechtigheid en barmhartigheid, mogen we niet uit het oog verliezen. Het is niet voor niets, dat we het feest van Christus Koning vieren op de laatste zondag, om zo te zeggen de finale zondag van het kerkelijke jaar. Want daarmee wordt aangegeven, dat die koninklijke weg van Jezus het finale doel is, dat we steeds voor ogen moeten blijven houden. Zelfs als je weet, dat je het in je eigen leven niet zult bereiken, dan nog is het goed om dit doel voor ogen te houden, om te koersen op die wereld van vrede en gerechtigheid, van liefde en barmhartigheid. Want wij leven uiteindelijk niet voor onszelf, maar om te kunnen werken aan een toekomst voor deze wereld.

Koning van de kansen

Dat lijkt misschien een groots en verheven doel, maar je kunt het bereiken met vaak kleine en eenvoudige daden. Daden die tegenwicht bieden: tegenwicht aan alles wat de wereld verziekt en het leven afbreekt. Door het verdriet van een ander niet weg te praten, maar serieus te nemen. Door te willen zoeken naar mogelijkheden in plaats van de onmogelijkheden voorop te stellen. Door te streven naar menselijkheid en genegenheid in plaats van enkel koel en zakelijk te zijn. Door vergeving te bieden in plaats van te blijven hangen in wrok en achterdocht. Door kansen te zoeken naar het voorbeeld van Jezus zelf, van hem die je de koning van de kansen zou kunnen noemen.

zondag 13 november 2016

Het donker al voorbij (I)

Inleiding gehouden op de Contactdag Koorkringen Zeeland
op zaterdag 12 november 2016 te Hulst

Het is u allen bekend, dat Paus Franciscus heeft opgeroepen tot een bijzonder heilig jaar, het heilig jaar van de barmhartigheid. Het werd geopend op 8 december 2015, de vijftigste verjaardag van de afsluiting van het Tweede Vaticaans Concilie. Het wordt afgesloten op hoogfeest van Christus Koning van het Heelal, 20 november 2016. De oproep van de paus om de barmhartigheid in het centrum van onze aandacht te plaatsen heeft veel weerklank gevonden. Diverse initiatieven om met dit thema bezig te zijn zijn in Nederland en over heel de wereld genomen en uitgevoerd. Zo ook deze Korendag, waarop wij liederen van barmhartigheid zullen inoefenen en straks ook zingen tijdens de vesperviering. Maar daarnaast is het goed om op een dag als deze ons wat verder te verdiepen in de betekenis van barmhartigheid.

Dat wil ik graag met u doen door drie stappen te zetten. De eerste stap is, dat wij de bijbelse wortels van het begrip barmhartigheid beter in het vizier krijgen. Daarbij zullen we meteen merken, dat barmhartigheid vrijwel altijd een geheel vormt met het tweelingbegrip gerechtigheid. In de encycliek Amoris Laetia over huwelijk en gezin zegt paus Franciscus daarover: 'Heel zeker sluit barmhartigheid bijvoorbeeld gerechtigheid en waarheid niet uit, maar in de eerste plaats moeten we zeggen dat barmhartigheid de volheid van gerechtigheid en de meest heldere openbaring van Gods waarheid is.' (AL 311). De tweede stap (in een volgende bijdrage op dit weblog, evenals de derde stap) is dat we bij en in enkele liederen die we vandaag inoefenen zullen kijken, hoe daarin het begrip barmhartigheid betekenis krijgt. En de derde stap is, als een soort samenvatting van de eerste twee, hoe in ons persoonlijk leven de bijbelse en de muzikale thema's van barmhartigheid en gerechtigheid een plaats kunnen krijgen.

zondag 6 november 2016

Onstuitbaar

Overweging bij de 32e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: 2 Makkabeeën 7,1-2.9-14; Lucas 20,27-38

Er zijn plekken, waar in mei de lelietjes van Dalen heerlijk staan te geuren. Maar als je nu op die plekken gaat kijken, dan zijn er alleen nog vieze bruine bladeren over, die liggen weg te rotten op de aarde. De herinnering aan de heerlijke geur is nu verdrongen door de geur van bederf. Toch is het heel wonderlijk: als je de rottende bladeren weg tilt, zie je al de knopjes, waar volgend jaar de nieuwe bloemen uit zullen groeien. Het nieuwe leven zoekt zich onstuitbaar een weg van onder de geur van dood en bederf.

Herstel van leven

Het komt voor in het leven van ons, mensen, dat we in omstandigheden verzeild raken die eerder doen denken aan bederf en dood dan aan groei en nieuwe kansen. Doodlopende wegen, uitzichtloze onderlinge verhoudingen, onmacht om tot verzoening te komen, ernstige ziekte, onrecht dat door niemand gehoord wordt: het zijn allemaal omstandigheden die lijken op de rottende bladeren van de lelietjes van Dalen. En toch kunnen we het maar niet laten om – juist in zulke omstandigheden – te zoeken naar nieuwe knopjes, naar tekens die wijzen op herstel van het leven. Zelfs in de meest troosteloze situaties blijven we zoeken naar houvast en perspectief, zelfs naar leven over de grens van de dood heen.