zondag 11 december 2016

Met en voor elkaar

Interview met Nic Wijten
in de serie Graven naar geloof

'Je gaat het verhaal toch niet teveel opkloppen?' Met deze woorden van Nic Wijten neem ik afscheid na een boeiend gesprek. Het tekent de man, die op vele fronten zijn capaciteiten ter beschikking heeft gesteld. Hij heeft geen behoefte aan een – in zijn ogen – overdreven toezwaaien van lof voor zijn inzet. Van mijn kant ben ik vooral ge├»nteresseerd in de achterliggende motieven voor wat hij vele jaren heeft gedaan voor kerk en samenleving. Wat is de drive voor een belangeloze inzet op allerlei terreinen?

Er in gerold

Om deze motivatie een context te geven kom ik niet eronderuit om minstens een deel van die bezigheden te noemen. Nic vertelt: 'Toen onze kinderen, destijds in Bergen op Zoom, nog op school zaten, ben ik gevraagd om lid te worden van het schoolbestuur. Ook was ik in die jaren lector bij de kerk van de Goddelijke Voorzienigheid. En van daaruit ben ik bij de Pastorale Raad Bergen op Zoom-Oost gekomen.' De verhuizing naar Goes vanwege het aanvaarden van een andere werkkring bracht mee, dat nieuwe contacten opgebouwd en andere sporen gevolgd moesten worden.


Al snel deed Nic zijn intreden als lector bij de liturgische werkgroep 'Elkander dragen in geloof'. Zijn vrouw Diny werd lid van de Elisabethdiaconie en zette zich in voor het onderhouden van het kerkelijke koperwerk. 'Zo zijn we erin gerold,' zegt zij. 'Het is een mogelijkheid,' vult Nic aan, 'om erbij te gaan horen in je nieuwe woonplaats. En van het een komt dan het ander. Ik raakte betrokken bij de HOP, de Herstructurering Organisatie Parochies. De gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid kreeg meer en meer vorm, doordat het vrijwilligerswerk in secties werd georganiseerd: liturgie, diaconie, catechese. Op deze manier moest de onderlinge communicatie tussen de verschillende werkgroepen worden bevorderd. Later ben ik gevraagd om lid te worden van het kerkbestuur, uiteindelijk ook als vice-voorzitter.

Bewogen periode

Vooral de tweede termijn (tot 2009) was een roerige periode, omdat er veel wisselingen in het pastorale team plaats vonden. We probeerden daar zo goed mogelijk op in te spelen, maar dat was niet eenvoudig. Daarna kwam een tijd, waarin de restauratie van de Maria Magdalenakerk veel aandacht vroeg. Het oorspronkelijke plan was om de kapel boven het altaar te restaureren voor een bedrag van € 350.000,-. Dat bleek niet mogelijk zonder de zijkapellen in het project te betrekken, waardoor de begroting moest worden opgetrokken naar € 600.000,-. Het is – alles bijeen – een enorme klus geweest, die uiteindelijk goed geklaard is. En dat is niet alleen mijn verdienste geweest. We hebben er samen de schouders onder gezet.' Dat Nic voor de vele bezigheden de Pro Ecclesia kreeg toegekend, mag niet verwonderlijk heten.

Naast de inzet voor kerkelijke taken heeft Nic ook als penningmeester bij de Scouting en als voorzitter van de afdeling Zeeland zijn sporen verdiend. Inmiddels doet hij – mede om gezondheidsredenen – het wat rustiger aan. Enkel als bestuurslid van de Stichting Ambachtencentrum, waar allerlei oude ambachten in ere worden gehouden, is hij nog actief.

Met en voor elkaar

Als ik vraag naar de innerlijke drive van Nic, zegt hij: 'Dit alles hoort bij ons leven. Het is een gevoel van verantwoordelijkheid, dat Diny en ik van thuis uit hebben mee gekregen. Door de inzet als vrijwilliger binnen de kerk – en ook daarbuiten – probeer je het geheel levendig te houden. Want samen kerk zijn: dat is niet alleen een verantwoordelijkheid van de voorganger. En natuurlijk zien we ook, dat de belangstelling voor het kerkelijke leven terugloopt. Maar juist dan is het ook heel mooi om getuige te zijn van de twee priesterwijdingen van Fons van Hees en van Paul Verbeek. Het gaat uiteindelijk erom, dat je met en voor elkaar iets kunt betekenen.'

Deze inzet, deze – ik mag wel zeggen – gedrevenheid, zal niet verloren gaan, ook al loopt de betrokkenheid van mensen bij het kerkgebeuren terug. 'Want,' zegt Nic, 'wat je probeert mee te geven aan anderen, aan de nieuwe generatie, dat blijft zijn waarde behouden. Het is niet afgelopen, als wij er niet meer zijn. Je geeft iets door.'


Ik wil datgene wat wij doorgeven, graag aanduiden als geloof, als oervertrouwen, als gevoel van verantwoordelijkheid, als solidair zijn met wie kwetsbaar is. Misschien zijn dit grote woorden. Maar Nic beaamt: 'Doordat je deze belangrijke waarden doorgeeft, staat je eigen leven in een groter betekenisgeheel.'