zondag 25 december 2016

Het gaat door

Overweging op het hoogfeest van Kerstmis

Lezingen: Jesaja 9,1-3.5-6Lucas 2,1-14

Wij mensen gebruiken vaak symbolen om iets uit te drukken, waar we maar moeilijk woorden voor kunnen vinden. Symbolen helpen ons om iets te zeggen over zaken die nogal eens in de sfeer van verlangen liggen. Symbolen zijn om zo te zeggen een weergave van dat verlangen. Neem nou bijvoorbeeld een trouwring. Op het moment dat twee partners zo'n ring aan elkaar geven, dan weten ze niet of de belofte van trouw – zojuist gegeven – ook werkelijkheid zal worden. Maar het verlangen om elkaar trouw te blijven wordt uitgedrukt in de ring die rond is en die daarmee de oneindigheid symboliseert.

In deze kerk in Ovezande zijn in de afgelopen weken de symbolen van geloof, hoop en liefde uitgedrukt in de bloemversiering aan de muren. Het kruis, het anker en het hart zijn uitdrukking van een verlangen naar iets die we vaak niet met de hand kunnen vasthouden. Maar geloof, hoop en liefde – ook al zijn het geen materiële substanties – zijn wel richtingwijzers voor ons leven, ons samenleven. Ze houden ons gaande, want zonder geloof, zonder hoop, zonder liefde zou ons leven er troosteloos, bar en desolaat uitzien.


Verlangen

Het verhaal dat wij met kerst aan elkaar vertellen, waarover wij zingen en van waaruit gebeden wordt, het verhaal van de geboorte van het kind in de kribbe is het verhaal van geloof, hoop en liefde. Het is het verhaal dat in ons het verlangen wakker houdt naar een wereld waarin harmonie en vrede meer zeggingskracht hebben dan onrecht en agressie. Het verhaal van kerst vertelt ons hoe God – in de gedaante van een weerloos kind – een plaats wil krijgen in ons leven, in onze geschiedenis. God wil ons leven binnenkomen: niet met overmacht en veel pracht en praal. Nee, hij spreekt ons aan op onze zachte krachten, op ons gevoel van tederheid, op onze niet te blussen hoop dat het anders kan worden in ons leven, in onze wereld.

Het verhaal van de geboorte van het kind in de kribbe is een verhaal van contrasten. De macht van de keizer staat tegenover de weerloosheid van een kind. De volkstelling, de registratie en de behoefte aan orde en overzicht staan tegenover de naamloze herders, de onzekerheid van het bestaan in de nacht en de angstige vraag of niet de wolven zullen wegroven wat voor de herders een inkomen moet opleveren. Het centrum van de politieke besluitvorming, gelegen in het oppermachtige Rome, staat tegenover het onooglijke stadje Bethlehem in een uithoek van de toenmalige wereld. Met al die contrasten lijkt Lucas, de evangelist, te willen vertellen dat God een plaats zoekt onder de mensen op een manier die compleet afwijkt van waar gewoonlijk onze aandacht naar uitgaat. Niet in de macht, niet in orde en overzicht, niet in politieke besluitvorming vindt God zijn weg in de wereld. Maar in een kwetsbaar kind, in naamloze mensen, in de marge van onze wereld, in de kantlijn van onze aandacht: daar is God te vinden.

Geen bombarie

Zo vinden geloof, hoop en liefde een weg in onze wereld. En van dat geloof, van die hoop en deze liefde getuigt ook de profeet Jesaja in de eerst lezing. We schrijven rond 730 voor het begin van de jaartelling. Achaz is koning van het kleine Juda. Politiek gezien bevind het kleine koninkrijk zich in een benarde situatie. Juda dreigt onder de voet gelopen te worden door de buurlanden. De koning wil militaire steun zoeken bij het machtige Assyrië, maar de profeet Jesaja wijst koning Achaz op een andere mogelijkheid. Hij vraagt hem vertrouwen te hebben op God. Want: het volk dat doolt in het donker zal een nieuw licht zien. Een nieuw begin wordt gemaakt. Er zal een kind geboren worden. Het zal de naam 'Vredevorst' dragen. Met dit visioen, met deze droom geeft Jesaja aan, dat God de benarde situatie van het bedreigde koninkrijk ten goede wil keren. God maakt een nieuw begin. Waar mensen geen mogelijkheid meer zien om opnieuw te beginnen, daar houden geloof, hoop en liefde het verlangen naar betere omstandigheden wakker. Daar wil God onvermoede kansen creëren. Niet met machtsvertoon en veel bombarie, maar in de geboorte van een kind, klein en weerloos. In het alledaagse en tegelijk zo wonderlijke gebeuren van een nieuw mensenkind wil God laten zien, dat mensen – hoe uitzichtloos hun situatie ook lijkt – steeds een nieuw begin mogen maken.

En ook in ons eigen bestaan mogen we ontdekken, hoe geloof, hoop en liefde zich een weg banen in kleine gebaren, in gebeurtenissen die vaak onopgemerkt blijven voor de buitenwereld. Je ziet het gebeuren in de onvervalste trouw waarmee mantelzorgers zich dag na dag inzetten om hun geliefden een zo aangenaam mogelijk leven te laten leiden. Je ziet het gebeuren in de onversneden toewijding waarmee leerkrachten en docenten hun leerlingen de weg wijzen naar de een toekomst van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Je ziet het gebeuren in de enorme doorzettingskracht waarmee ouders hun kinderen willen groot brengen in een wereld van grote onzekerheid en onmogelijk veel keuzemogelijkheden. Je ziet het gebeuren in de fantastische inzet van vele, vele vrijwilligers in alle hoeken van onze samenleving.


Het gaat door

Ja natuurlijk: er is ook veel ellende en onwil in onze wereld. Ik weet het. Daar moeten we ook niet van wegkijken. Maar laten we elkaar toch vooral de verhalen vertellen over waar het allemaal wel goed gaat. Want dat zijn de verhalen die ons geloof, onze hoop en onze liefde levend kunnen houden. Dat zijn de verhalen die ons helpen om de weg te vinden naar de dag van morgen. Dat zijn de verhalen die ervoor zorgen dat het verhaal van kerstmis doorgaat.